‘Groningen wordt een kolonie’

Groningers strijden voor een doorstart voor Aldel. De regio voelt zich in de steek gelaten.

Foto Sake Elzinga

Paraplu’s en regenponcho’s zijn niet opgewassen tegen de harde regen op het plein voor het gemeentehuis in Delfzijl. De ruim duizend demonstranten voor behoud van aluminiumfabriek Aldel, die hier vrijdag verzamelden, zijn binnen een paar minuten doorweekt.

Het zijn niet alleen de gedupeerden, de 350 werknemers of de naar schatting 300 mensen van toeleveranciers, die zijn gekomen op de sluitingsdag van ‘Aluminium Delfzijl’. Ook bezorgde familieleden en Groningers uit de regio zijn er om hun steun te betuigen en boosheid te uiten.

Er klinkt hard gejuich wanneer op het plein een „Kamp-vuur” gestookt wordt. De brief waarin VVD-minister Kamp van Economische Zaken eind december schreef dat Aldel niet levensvatbaar is, gaat in vlammen op. „Vuurwerk klinkt in het Gronings als voor werk”, zegt de voorzitter van ondernemingsraad, Klaas Pijper.

Eind december vroeg de fabriek, een van de grootste werkgevers van de regio, faillissement aan. Het bedrijf was, zoals veel aluminiumbedrijven in Europa, al tijden verliesgevend. De prijs van aluminium is de laatste jaren fors gedaald en woog niet meer op tegen de Nederlandse energiekosten.

Als laatste redmiddel wilde de Britse aandeelhouder Klesch een stroomlijn naar Duitsland bouwen omdat de stroom daar goedkoper is. Maar zowel Klesch als minister Kamp weigeren om de energiekosten tijdens de bouw van de stroomlijn te compenseren.

„En daarmee is hij dus verantwoordelijk voor het faillissement”, stelt Albert Kuiper, bestuursvoorzitter van de vakcentrale FNV. De doorgaans stugge Groningers blazen hard op de fluitjes die de FNV uitdeelt. Een van hen is Saskia de Haan (26), die een half jaar geleden ook al ontslagen werd bij handelsbedrijf HTG, dat ook een vestiging in Delfzijl heeft. Ze is vandaag alle uitzendbureaus langsgegaan. „Maar ik ben niet de enige.”

De Groningers voelen zich in de steek gelaten. Als PvdA-Kamerlid Tjeerd van Dekken zich op het podium solidair wil verklaren, wordt hij uitgejouwd. De Groningers hebben geen vertrouwen in de regeringspartij. Terwijl Den Haag aan de Groningse energiewinning verdient, zien zij de regio verarmen. Werkgelegenheid neemt alleen maar af en bovendien zorgen de gasboringen voor aardbevingen die de huizen beschadigen.

„Zelfs als we weg willen, is het onmogelijk om te verhuizen”, zegt Jaap Wijkstra (51), voormalig teamleider bij Aldel. Zijn huis zit vol scheuren. Wijkstra staat met zijn vrouw en drie kinderen op het plein. Hij wijst naar zijn driejarige dochter op zijn arm: „Wat voor toekomst heeft zij, in een regio die helemaal leeg getrokken is?” vraagt hij. „Ooit had Nederland koloniën, nu hebben ze Groningen.”

Zijn andere dochter Sanne (12) knikt. Zelf begon ze een aantal dagen geleden een Facebook-actie om Aldel open te houden. „Ik hoop dat de actie ervoor zorgt dat de regering alsnog bijspringt”, zegt ze.

Maandag komen de ondernemingsraad, de vakbonden en minister Kamp nog een keer samen. Maar voorzitter Pijper van de ondernemingraad heeft er weinig vertrouwen in heeft. „En als de regering niet ingrijpt, is het voorbij”, zegt Erik Eshuis, de curator van Aldel. Wel liet hij vrijdag weten dat de metaalgieterij van het bedrijf nog een maand langer openblijft. Zo kunnen dertig mensen nog langer kunnen werken.

Op het plein zingen de overgebleven demonstranten het Groningse volkslied. De FNV roept de demonstranten op om naar Den Haag te gaan. Volgens Nico Dahler (63) en zijn vrouw Ina (61) is er weinig meer nodig om de Groningers in beweging te krijgen. De maat is vol, vinden ze.

Het stel heeft een tasje met de Groningse vlag op een zwabber gebonden. „Dit is het begin van de opstand”, zegt Dahler. Hij steekt de zwabber demonstratief de lucht in.