Gaan culturen steeds meer op

elkaar lijken?

Antropologie

De wereld wordt kleiner, het verkeer van mensen en ideeën intensiever. Maar nee, globalisering maakt culturen niet eenvormiger. Er is juist een lokale tegenreactie.

tekst Dirk Vlasblom

Deze Australische Chinees is professioneel look-a-like van de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un. foto Reuters

Globalisering maakt de wereld kleiner. Volgens een wijdverbreid idee gaan culturen daardoor op elkaar lijken. Maar klopt dat eigenlijk wel?

Nee, zegt de Indiër Arjun Appadurai. Hij is de eerste antropoloog die zich heeft verdiept in de culturele dimensie van globalisering. In november kreeg hij ter gelegenheid van de honderdste dies van de Erasmus Universiteit een eredoctoraat. Culturele globalisering – lees: verwestersing – lokt allerlei lokale reacties uit, vertelde Appadurai toen. „Westerse invloeden worden niet passief ondergaan.” Globalisering kan leiden tot heftige culturele reflexen.

Als voorbeeld noemt Appadurai zijn geboortestad, Bombay, lang de meest kosmopolitische stad van India. Een knooppunt van internationale handel, schakel tussen Oost en West. Een stad van minderheden ook: Gujarati, Tamils, Farsi en Arabieren, hindoes en moslims. Maar toen India in de jaren 90 werd meegezogen in de maalstroom van globalisering, zorgde dat daar juist voor een tegenreactie. Bombay werd een bolwerk van de uiterst rechtse hindoepartij Shiva Sena. Die herdoopte het Mumbai en ontketende een gewelddadige etnische zuivering tegen Noord-Indiërs, Tamils en moslims.

Appadurai beschrijft dit proces in zijn nieuwste boek, The future as a cultural fact. Doordat India zich opende naar de wereldmarkt, riep dat de vraag op: ‘Wat is er bijzonder aan ons?’ Hindoechauvinisme leefde op door de zorgen die Indiërs hebben over hun positie in een grotere wereld.

Drank, jeans en fastfood

Toegegeven, zegt Appadurai, de invloed van het Westen op de rest van de wereld is groot. Culturele globalisering verloopt via migratie en media, grensoverschrijdende stromen van mensen en ideeën. Het is waar dat migranten meestal naar het Westen trekken, en dat westers cultuurgoed de wijde wereld in gaat. En ja, Engels heeft de slag om de positie van wereldtaal ruimschoots gewonnen. Andere manifestaties van culturele mondialisering: moderne stedelijke architectuur, kleding (jeans), drank (whisky, wijn en cola), fastfood (McDonald’s), muziek, tv-series en films.

Maar dat wil niet zeggen dat het ‘Oosten’ en het ‘Zuiden’ alles lijdzaam ondergaan – en zélf geen invloed hebben. Niet-westerse cultuuruitingen slaan ook hier aan. „Kijk eens naar de populariteit van de Aziatische beeldcultuur”, zegt Appadurai: „Van manga, de Japanse versie van het stripverhaal, tot dansfilms uit Bollywood en kung fu-producties uit Hongkong. Door deze cultuuruitingen mee te nemen, zorgen migranten voor een tegenbeweging in de wereldwijde culturele hoofdstroom.”

De Aziatische film laat sporen na op Broadway, in Hollywood en West End. Producers ontlenen aan Bollywood genre- typische elementen: de dans, de megaproductiebenadering, de manier van een verhaal vertellen, de muziek. „Voor zijn Kill Bill-cyclus gebruikte regisseur Quentin Tarantino zowel elementen uit Aziatische vechtfilms als uit de Japanse manga.”

Er zijn meer tegenstromen. ‘Wereldmuziek’, vooral Afrikaanse, verovert een niche van de wereldmarkt. Nog populairder zijn Latijns-Amerikaanse soaps, de telenovelas uit Mexico, Colombia en Venezuela. Ook leren we steeds vaker Arabisch en Chinees, vanwege het toegenomen economische gewicht van deze niet-westerse landen.

Daarnaast is ‘verwestersing’ vaak alleen overname van de vorm en niet van de inhoud. De sociologen Giselinde Kuipers en Jaap Kooijman hebben laten zien dat de Amerikaanse cultuur in Europa geen dwingende invloed van buitenaf is: Europeanen eigenen zich Amerikaanse cultuurelementen actief maar selectief toe, en maken er iets van waarin ze zich herkennen. Dat deed de Europese elite in de 17de eeuw met tabak uit Amerika: die had daar een rituele en medicinale functie, maar veranderde hier in een genotsmiddel.

Een vergelijkbare toe-eigening voltrekt zich nu met westerse cultuurelementen in de niet-westerse wereld. Een muzikaal voorbeeld: de Nigerese Toeareg-muzikant Bombino speelt op zijn elektrische gitaar autochtone melodieën. Dat die goed in het westerse gehoor liggen, komt niet door de teksten – in het Tamashek – maar door het westerse bluesschema: Bombino liet zich inspireren door Jimi Hendrix.

Duistere praktijken

Blootstelling aan de wereldmarkt via migratie en handelsverkeer kan in de niet-westerse wereld tot onverwachte culturele reflexen leiden, zoals in Bombay gebeurde. In Afrika nemen die reflexen een andere vorm aan. Dat de grote buitenwereld tegenwoordig binnen bereik is, maakte geen einde aan het hekserijgeloof. De actieradius van deze duistere praktijken is juist vergroot. In Afrika vreest men kwaadaardige invloeden vanouds niet van buitenaf, maar uit de familiekring: heksen belagen verwanten, uit jaloezie. Tegenwoordig zouden de heksen gebruikmaken van mobiele telefoons en vliegtuigen om hun verwanten overzee te houden aan hun plichten jegens het thuisfront.

Oude vormen en gedachten herleven ook in Mongolië. De Mongoolse antropologe Manduhai Buyandelger publiceerde dit jaar het boek Tragic Spirits. Daarin beschrijft ze hoe Boerjaten, nomaden van haar geboorteland die door de ineenstorting van de socialistische staat gemarginaliseerd raakten, hun toevlucht zoeken bij het oude, lang onderdrukte sjamanisme. Buyandelger volgde Boerjaten op hun trektochten en hoorde dat zij hun tegenspoed toeschrijven aan verwaarlozing van hun voorouders onder het socialisme. Zij proberen nu de geesten van de ouden te verzoenen en de geschiedenis van hun volk te reconstrueren met lang verboden sjamanistische rituelen.

Gedragscodes

Cultuur is meer dan ritueel, beeldtaal en toonladders. Het hart van een cultuur bestaat uit gedragscodes: omgangsvormen, denkbeelden over goed en kwaad, ideeën over de juiste inrichting van de samenleving. De hedendaagse westerse formule voor dit pakket normen is ‘democratie en mensenrechten’.

Sinds de jaren 70 is het aantal democratieën in de wereld spectaculair toegenomen, maar rond 2000, een hoogtepunt in de globalisering, stokte deze groei. Rusland deed stappen terug en dat had invloed op zijn buren in de Kaukasus en Centraal-Azië. China heeft de laatste tijd de politieke hervormingen van de jaren 90 teruggedraaid, in weerwil van aanhoudende economische groei.

We zien steeds meer hindernissen voor verspreiding van westerse normen, zoals vrouwenrechten, vrijheid van meningsuiting, vrije toegang tot informatie. China blokkeert informatiestromen. Poetin beroept zich op het recht om af te wijken van het Westen waar het gaat om homorechten. Zijn dit achterhoedegevechten of is dit de voorhoede van een tegenbeweging?

„Ik ben van mening dat de natiestaat nog maar één reden van bestaan heeft, en dat is de rol van curator van een cultureel verschil, die zich politiek laat gelden met culturele argumenten”, zegt Appadurai. „Iedereen moet immers meespelen op de wereldmarkt; dat gevecht ligt achter ons. De ruimte die is overgebleven voor de natiestaat is duiding van wat het betekent Chinees te zijn, of Russisch te zijn. Veiligstellen van identiteit, daar gaat het nu om.”

In Europa leven sterke sentimenten tegen immigratie. In het Midden-Oosten is islamisme in opkomst. In Azië zien we Han-exclusivisme en hindoechauvinisme. Roept globalisering zulke reacties op? Appadurai: „Er is altijd een tendens om je eigen waarden dichterbij te zoeken. In die zin produceert globalisering steeds het lokale.” <<