Frans Timmermans op campagne in Europa

Frans Timmermans wil eind dit jaar graag Catherine Ashton opvolgen, de hoge buitenlandvertegenwoordiger van de Europese Unie. Tenminste, dat hebben bronnen in Den Haag deze krant onlangs ingefluisterd. Bronnen in Brussel en andere Europese hoofdsteden vertellen dat al veel langer. Of het waar is, krijgt niemand officieel bevestigd. Mensen die zich openlijk kandidaat stellen voor hoge Europese functies worden in de regel voortijdig afgebrand. Zegt men.

Hoe dan ook, net als veel andere politici in Europa is minister Timmermans kennelijk op campagne. Zodra de protesten tegen de Oekraïense president op stoom kwamen, repte hij zich naar Kiev om de demonstranten toe te spreken. Toen de Fransen militaire assistentie zochten in Mali, bood hij meteen Nederlandse soldaten aan. Hopelijk herinneren de Fransen zich nog hoe Timmermans hen daarmee uit de brand hielp, als hij hun zegen op een dag nodig heeft.

Maar zelfs als hij erin slaagt om zich beter te profileren dan Carl Bildt (zijn Zweedse collega), Radek Sikorski (de Pool), Laurent Fabius (de Fransman), en vele anderen, kan het knap lastig worden om Ashtons baan daadwerkelijk te krijgen. Want de beste papieren hebben is maar één vereiste.

Wat ook telt, is dat je uit het goede land komt, lid bent van de goede politieke familie en wel (of juist geen) man bent. De nieuwe Europese buitenlandvertegenwoordiger is deel van een ‘carrousel’, zoals dat heet: het is één benoeming in een serie benoemingen. Tegelijkertijd worden ook de Commissie-voorzitter, de Europese president, de NAVO-secretaris-generaal, de Europees parlementsvoorzitter en de eurogroep-voorzitter vervangen. Zes banen. Dat kunnen niet allemaal mannen zijn. De politieke kleur van de uitverkorenen moet de uitslag van de Europese verkiezingen in mei reflecteren. En er moet een geografische spreiding zijn.

Hoe dat in zijn werk gaat? Kijk naar Ashtons benoeming zelf, in 2009. Plaats van handeling was een Europese top in Brussel. De regeringsleiders wilden dat José Manuel Barroso Commissie-voorzitter bleef en Herman Van Rompuy Europees president werd. Twee conservatieven. Dus moest de buitenlandvertegenwoordiger een socialist zijn. En liefst vrouw. De socialistische familie schoof Massimo D’Alema naar voren, voormalig Italiaans premier en minister van Buitenlandse Zaken. Toenmalig premier Silvio Berlusconi torpedeerde dat onmiddellijk. Ook Angela Merkel mobiliseerde zoveel mogelijk collega’s tegen D’Alema, herinnert zich iemand die prominent meekonkelde. Zij vond de oud-communist te pro-Palestijns. Berlusconi suggereerde vervolgens Tony Blair, die al was gepasseerd voor het presidentschap. Maar niemand steunde Blair.

De socialisten moesten iemand anders vinden. Tegelijkertijd eiste de Britse premier Gordon Brown een topfunctie. De Britten hadden niets gekregen. Als het niet Blair werd, wilde Brown thuis kunnen komen met iemand anders. Brown stelde voor: ex-minister van Defensie Geoff Hoon, oud-eurocommissaris van Handel Peter Mandelson, die in 2008 in het Britse kabinet was teruggekeerd, of Catherine Ashton die Mandelson was opgevolgd als eurocommissaris.

De Spaanse premier Zapatero werd daarop alleen in een kamer gezet. Hij spreekt geen woord Engels of Frans, dus er viel niets te onderhandelen. Een voor een kwamen Europese socialistische prominenten langs om te kiezen uit de drie Britten. Geoff Hoon was, na Irak, te veel ‘minister van Oorlog’. Mandelson, bijgenaamd Prince of Darkness, vertrouwden ze niet. Zo bleef Catherine Ashton over. De regeringsleiders zeiden ja. Ashton was zo onvoorbereid dat ze, toen ze werd gebeld, niet eens een toespraak klaar had liggen. Mocht Timmermans deze hordenloop met succes afleggen, zal hem dát in elk geval niet overkomen.

Caroline de Gruyter schrijft op deze plek elke zaterdag over Europa en politiek