Europa, Baudet en censuur - maar het gaat om de inhoud

Ja, het ‘Baudetdebat’, zoals de krant het zaterdag zelf al noemde. Jurist Thierry Baudet en filosoof Bastiaan Rijpkema schreven een retorisch zwaar aangezet j’accuse tegen de „geheime” onderhandelingen over een vrijhandelsakkoord tussen de EU en de VS die nu de derde ronde ingaan (Vrijhandelsverdrag tussen EU en VS minacht democratie, 16 december).

Dat akkoord, menen zij, is „wellicht goed voor de handel” (toch meegenomen), maar betekent vooral: afschaffing van democratie en soevereiniteit door een eigenmachtige Europese Commissie.

Het stuk riep naast bijval veel geïrriteerde reacties van lezers op. In de krant volgden enkele dagen later al reacties van minister van Handel Ploumen en van EU-commissaris De Gucht.

Maar er stak pas een storm op, toen ook nog acht scribenten gezamenlijk bezwaar maakten tegen het stuk (NRC, bespaar ons retoriek van Baudet & Co over EU, 23 december). Hoon over ‘censuur’ spatte van Twitter. En zo verschoof het debat alweer van handelsverdrag en EU naar Baudet, NRC en censuur.

Eerst dit: de krant was daar zelf mede debet aan. Het klaaglijke stuk van die acht critici werd aangekondigd onder de kop ‘NRC had opiniestuk Baudet niet moeten publiceren’. Ja, daar slaat elke censuursnuffelaar blaffend op aan.

Alleen, die kop is geen citaat. Het is een parafrase of interpretatie van de redactie die ten onrechte tussen aanhalingstekens staat. De acht doen (aanzwellende orkestmuziek) een oproep aan de krant trouw te blijven aan de „eigen waarden”. Tikje sneu, maar ‘censuur’?

Vooropgesteld: de krant heeft met dit agenderende stuk, aan het begin van een jaar van Europese verkiezingen, een belangrijk debat te pakken. Getuige ook de snelle, opmerkelijk leesbare, bijdragen van Ploumen en De Gucht. En dat is de functie van een Opiniepagina.

Kritiek op dat handelsverdrag is niet onzinnig en ook niet voorbehouden aan rechtse of conservatieve eurosceptici. In The Guardian werd het een maand eerder al „een frontale aanval op de democratie” genoemd, door een linkse publicist. dat vinden ook diverse consumentenorganisaties en lobbygroepen.

Dat heeft de krant trouwens ook gemeld. Twee maanden geleden schreven correspondenten Stéphane Alonso en Frank Kuin over de bezwaren tegen de besprekingen (Vrees voor macht bedrijven, 11 november). Nrc.next zette het op de voorpagina. En kort ná Baudet en Rijpkema verscheen een (al gepland) artikel van redacteur Buitenland Maartje Somers over de aanzwellende kritiek op het verdrag (EU worstelt met ‘wildgroei aan twijfel’ over handelsakkoord, 19 december).

Dat „niemand” het erover heeft – de klaroenstoot waarmee Baudet en Rijpkema het stuk openen – is dus een functioneel overstatement. Het stuk had er wel meer.

Enkele lezers stoorden zich daaraan. Maar hoe letterlijk moet je zulke overdrijvingen nemen? Met name Baudet staat al bekend als rebel tegen de Europese ‘superstaat’- en als een begaafde de contrarian die zich afzet tegen moderne architectuur en alles wat verder nog politiek correct is, en pleit vóór de eigen natie en, min of meer ironisch, de jacht, mannelijkheid en sigaren roken.

Die gestileerde vervlechting van inhoud en stijl is ook meteen het probleem met de vraag die verschillende lezers stellen: of de krant beweringen in opiniestukken als dit niet moet checken, en of het artikel van Baudet en Rijpkema die toets der kritiek wel kan doorstaan.

Jazeker, ook opiniestukken moeten voldoen aan kwaliteiteisen en daarbij hoort dat feiten kloppen en beweringen worden onderbouwd. Dat is het verschil tussen opinievorming en demagogie. Een krant kan een opiniestuk ook op zulke formele gronden, omdat het onvoldoende is onderbouwd, weigeren.

Baudets generatiegenoot Rutger Bregman, die onlangs een opiniestuk over armoede geplaatst kreeg in The Washington Post, zei in een interview dat die krant hem ruim dertig keer had gemaild om „elke zin” van zijn stuk te checken. Ook Nederlandse kranten waar hij voor schrijft, hebben „een stevige ballotage”, zei hij, maar dit sloeg alles.

Chef Opinie Maarten Huygen houdt het erop dat veel lezers die „fouten” in hun stuk aankaarten, het eigenlijk gewoon onééns zijn met Baudet en Rijpkema, of zich storen aan hun geëxalteerde stijl.

Ja, dat kan, maar toch luistert het juist bij een ideologisch gekleurd stuk nauw met die feiten. Onduidelijk in het stuk was bij nader inzien, zegt Huygen, de bewering dat de Commissie de bevoegdheid om handelsverdragen te sluiten zou hebben op grond van het „grondwettelijk verdrag”. Die bevoegdheid heeft de Commissie al vanaf de jaren vijftig. In het verdrag van Lissabon is die uitgebreid met diensten en intellectueel eigendom. Lidstaten en het Europees Parlement moeten zulke verdragen goedkeuren.

En, de hamvraag: zijn die besprekingen nu „geheim” of niet? Is dat een feit of een mening? Veel lezers wijzen, net als De Gucht, naar sites van de EU en de VS met informatie over de besprekingen, naast persberichten en voorlichtingscampagnes. Maar Baudet en Rijpkema zien dat als technocratische pr die niks oplost; de documenten waar het om gaat, zoals het mandaat, zijn geheim. Ook volgens Ploumen, al vindt die het „nogal wiedes”.

Zulke preciseringen en nuances raken misschien niet de kern van het betoog van het duo, maar ik had ze graag meteen al gelezen, hoe onecht de formele democratische controle in hun ogen ook is.

Ook al omdat we in een tijd leven van heftige ideologische tegenstellingen waarin opinies ook lifestyle zijn geworden, en feiten soms van ondergeschikt belang worden geacht. De feiten rond de invasie van Irak staan zo langzamerhand wel vast – nee, geen massavernietigingswapens – maar voor apologeten en critici van die oorlog lijkt dat weinig uit te maken.

Gaat het met ‘Europa’ ook die kant op?

Ik hoop het niet. Om dat te voorkomen moet de krant er na dit daverende openingssalvo voor zorgen dat retoriek garnituur blijft, en pro en contra worden opgediend op een zo breed mogelijk bed van feiten en argumenten.

Graag méér Europa-debat dus, ook met Baudet en Rijpkema. En als het even kan minder ‘Baudet-debat’.

Reacties: ombudsman@nrc.nl