‘Dit is niet het laatste boekhoud-schandaal’

Accountants moeten in overheidsdienst, vindt topcurator Willem Jan van Andel. Tegen je eigen commerciële belang in handelen, „dat is de mens niet gegeven”.

Willem Jan van Andel: „Het draait in deze maatschappij tien keer meer om belangen dan om feiten.” Foto ROBIN UTRECHT

De mens is een zwak schepsel. En daarom heeft „iedereen disciplinerende werking nodig.” Daar is topcurator Willem Jan van Andel van overtuigd. Dat geldt zeker ook voor bestuurders, accountants en curatoren, mensen met wie hij in zijn beroep veel te maken heeft. Die kunnen moeilijk omgaan met tegengestelde belangen. En hebben streng toezicht nodig.

Zelfs de burger kan het niet alleen – zich aan de regels houden. „Stel dat er geen belastinginspecteurs zouden zijn, wie doet er dan nog correct aangifte?” Van Andel is even stil. „Tja. Ik rij ook wel eens te hard.”

Als één van Nederlands bekendste curatoren ziet de 51-jarige Van Andel keer op keer hoe het misgaat in de smeulende resten van een gevallen bedrijf. Bestuurders die de zaken te positief voorstellen, „in de drang hun succes te onderstrepen”. Accountants die daarin meegaan, „omdat het makkelijker is met hun goed betalende cliënt mee te denken”, in plaats van die „teleur te stellen”. De pakkans is klein, zegt Van Andel. Zo klein, dat die andere impulsen „psychologisch veel sterker” zijn.

Maar áls ze gepakt worden, kunnen ze rekenen op felle kritiek. Daar levert Van Andel graag zelf ook een bijdrage aan, als hij in de gelegenheid is. Recent gaf Van Andel de hoofdrolspelers in het faillissement van energiebedrijf Econcern er samen met medecurator Louis Deterink van langs. In een vorige maand uitgebracht rapport over dat faillissement schrijven zij dat de bestuurders van het failliete bedrijf „volstrekt irrealistische” prognoses deden. Accountant PcW keurde de gemanipuleerde jaarrekeningen „klakkeloos” goed.

Ook in het faillissement van ICT-bedrijf Landis trad Van Andel op als curator. Dat heeft de verantwoordelijke accountant, van Ernst & Young ditmaal, geweten. Van Andel diende samen met medecurator Rinke Dulack een tuchtklacht tegen hem in. Vorig jaar oordeelde het College van Beroep voor het bedrijfsleven dat de accountant bij de controle van de jaarrekening van Landis „in zeer ernstige mate tekortschoot”. Hij had gehandeld als een „niet integer accountant”.

Deze week kwam weer een accountantschandaal naar buiten. KPMG wordt door justitie „witwassen en valsheid in geschrifte” verweten bij het goedkeuren van de jaarrekeningen van bouwer Ballast Nedam. Het KPMG van nú zal dat niet meer overkomen, reageerde de firma. Van Andel gelooft daar niet in. „Dit zal niet het laatste boekhoudschandaal zijn.”

Waarom bent u zo sceptisch?

„Het hele accountantsberoep lijdt aan een fundamentele weeffout. Het is naïef te denken dat iemand die aan de ene kant van een opdrachtgever afhankelijk is voor zijn inkomsten en die opdrachtgever aan de andere kant strikt onafhankelijk kan controleren. Dat is de mens gewoon niet gegeven. Econcern en Landis komen toevallig naar buiten. Maar is het alléén bij die bedrijven misgegaan, die toevallig naar buiten komen? Dat denk ik niet. En dat denkt toezichthouder AFM ook niet. Uit hun onderzoeken blijkt dat meer dan de helft van de accountantscontroles wezenlijke fouten bevatten. Heel veel zien wij niet.”

„Kantoren hebben het nu steeds over integriteit en doen of ze veranderd zijn. Dat is niet zo. Je zag het nog vlak voordat ze accountantswerk en advieswerk van de wet moesten scheiden. Vlak voor die inging werden er nog snel allerlei nieuwe adviescontracten getekend.”

Wie moet de boeken dan controleren?

„Mensen die écht onafhankelijk zijn. Accountants die grote bedrijven controleren, zouden ambtenaren moeten worden. Alleen zo worden ze niet gehinderd door die belangenverstrengeling.”

Blijven er dan nog accountants over?

„We hebben toch ook belastingadviseurs? Er werken toch ook accountants voor de AFM en De Nederlandsche Bank? Er zijn altijd mensen die het niet primair om het geld te doen is.

Uw eigen beroepsgroep ligt ook geregeld onder vuur. Bijvoorbeeld omdat curatoren te veel uren declareren voor het werk dat ze doen. Bent u daar net zo kritisch over?

„Ik zal niet zeggen dat dat niet voorkomt. Het vak is voor een aanzienlijk deel op vertrouwen gebaseerd. Ik heb ook meegemaakt dat dat beschaamd wordt. Na het faillissement van vermogensbeheerder Befra in 2000 ontdekte ik dat een collega-curator te veel uren declareerde. Tot mijn verbazing reageerde de rechter-commissaris aanvankelijk nogal terughoudend .”

„Het draait tien keer meer om belangen dan om de feiten. Dat heb ik toen wel geleerd. Uiteindelijk heb ik een onderzoek geëist. En na veel omwegen gelijk gekregen. Op de dag dat de conclusies naar buiten kwamen, kreeg ik van de rechtbank weer een zaak toegewezen. De eerste sinds ik me met mijn klacht bij ze had gemeld.”

Vanwaar die reactie, denkt u?

„Gevestigde instituties willen geen gelazer in eigen huis. Ik werd er op aangekeken: een collega verlinken, dat doe je niet. Mijn opstelling maakte zoveel krachten los dat mijn benoeming als curator op het spel stond. Ik had het gevoel dat ik uitgerangeerd was.

„Mijn grootste angst was dat uit het onderzoek zou komen dat die door mij beschuldigde curator niets fout had gedaan. Dat zou het toppunt van onrechtvaardigheid zijn. Maar gelijk hebben is iets anders dan gelijk krijgen, merkte ik toen. Ik dacht: dat laat ik me niet gebeuren. Ik ben toen naar degene die dat onderzoek zou doen toe gestapt. ‘Als dit mijn val wordt, ga jij mee’, zei ik. Het was een moeilijke tijd.”

Nu gaan de zaken beter dan ooit. Van Andel heeft het druk. In zijn werkkamer in Utrecht liggen stapels dossiers op de grond. De uitgelopen zoom van zijn broek heeft hij vanochtend tijdelijk gerepareerd met twee paperclips. Geen zin om zich te verkleden. Een mooie klus níet aannemen, dat voelt „tegennatuurlijk”.

En klussen genoeg. In 2013 ging een recordaantal bedrijven failliet: zo’n 9.000. Van Andel verwacht niet dat dat er dit jaar veel minder zullen zijn. Het kabinet wil een doorstart graag makkelijker maken. Al vóór een bedrijf failliet is, moet een beoogd curator aan het werk kunnen om doorstart voor te bereiden. Klinkt als een uitkomst, maar Van Andel vindt het een slecht idee.

Waarom?

„Het kabinet houdt ons voor dat meer doorstarts goed zijn voor de werkgelegenheid. Maar dat is niet waar. Een faillissement is de makkelijkste manier om personeel te dumpen voor een ondernemer die zelf wil doorstarten. Die kan zonder dure werknemers en ontslagvergoeding verder. Bovendien leiden doorstarts dan tot concurrentievervalsing. Dan laat de ondernemer zijn schulden achter zich en gaat zonder ballast verder. Maar zijn concurrent moet zijn verplichtingen wél nakomen.”

Is het ontslagrecht te rigide?

„Er is geen zachte overgang tussen volledige ontslagbescherming vóór faillissement en geen enkele bescherming na faillissement. Bedrijven zonder een groot schuldenprobleem die personeel moeten ontslaan, maar dat niet meer kunnen betalen moet je niet failliet laten gaan. Die moet je een lagere ontslagvergoeding laten uitbetalen. Ik schat dat de sanering van personeel in zeker tientallen procenten van de faillissementen een belangrijke rol speelt.”

Maar u heeft als curator toch juist belang bij een doorstart?

„Dat klopt. Het levert voor de schuldeisers vaak meer op als het bedrijf, al dan niet in afgeslankte vorm, door kan, dan als de boedel geveild wordt. De curator dient inderdaad het belang van de schuldeisers. Maar de wet is er niet alleen voor de schuldeisers. Die is er om het maatscháppelijk belang te dienen.”