De balans in Irak: 7.818 doden

Het gaat mis in Irak: Al-Qaeda wordt militanter // In de Syrische grensstreek proberen strijders de lokale sunnieten voor zich te winnen // Amerika vindt dat premier Maliki moet verzoenen

Redacteur Azië

In het westen van Irak is het gisteren tot hevige gevechten gekomen tussen sunnitische stammen en extremistische strijders van Al-Qaeda. Daarbij zijn tientallen doden gevallen. Het is al de hele week zeer onrustig in de uitgestrekte provincie Anbar, die grenst aan Syrië.

De bloedige strijd in Anbar staat niet op zichzelf. Al maanden neemt in Irak het geweld toe, onder meer door bomaanslagen op markten en andere openbare plaatsen. Op Nieuwjaarsdag maakten de VN bekend dat in 2013 7.818 burgers om het leven zijn gekomen en 1.050 leden van de veiligheidstroepen. Dat is veel meer dan in de afgelopen jaren. Maar nog altijd veel minder dan in de rampzalige jaren 2006 en 2007.

De gevechten in Anbar vormen ook een nieuwe aanwijzing dat de burgeroorlog in Syrië de stabiliteit in zijn buurlanden bedreigt. Honderden strijders van de ‘Islamitische Staat van Irak en de Levant’, een tak van Al-Qaeda die ook actief is in Syrië, reden volgens ooggetuigen gisteren door de straten van de steden Ramadi en Fallujah in auto’s met machinegeweren. Ze zwaaiden met de Al-Qaeda-vlag.

Via luidsprekers riepen ze: „Wij zijn jullie broeders van de Islamitische Staat van Irak en de Levant. We zijn hier om jullie te beschermen tegen de regering en roepen jullie op met ons samen te werken.” De militante fundamentalisten, zelf ook sunnieten, streven een kalifaat na, dat zich over het hele Midden-Oosten uitstrekt en zich niets aantrekt van bestaande landsgrenzen. De laatste maanden proberen ze uit alle macht voet aan de grond te krijgen in het Syrische-Iraakse grensgebied.

Hoewel de lokale bevolking in Anbar grotendeels uit sunnieten bestaat, legden de meesten de oproep van Al-Qaeda naast zich neer. Met hun meedogenloze aanpak hebben de sunnitische fundamentalisten de laatste jaren ook onder hun eigen geloofsgenoten weinig vrienden gemaakt. Lokale stammen sloten donderdag al een akkoord met het door shi’ieten gedomineerde regeringsleger om samen de Al-Qaeda-aanhangers te verdrijven.

De radicale strijders maakten eerder deze week handig gebruik van een terugtrekkende beweging van het Iraakse regeringsleger. Dat had maandag met veel geweld een kamp bij Ramadi ontruimd, waar sunnieten protesteerden tegen de discriminatie waarmee ze de laatste jaren hebben te kampen. En dat was een onwennige ervaring voor de sunnieten, die tot de val van Saddam Hoessein in 2003 de dienst uitmaakten.

De operatie van het leger stuitte op zoveel woede bij lokale sunnitische stammen dat de shi’itische premier Nouri al-Maliki besloot het leger de volgende dag uit de grotere plaatsen in Anbar terug te trekken. In plaats daarvan zou de politie de orde moeten herstellen. Maar voor de agenten het wisten stonden er legertjes Al-Qaeda-strijders in hun straten. Ze bestormden politiebureaus, bevrijdden gevangenen en maakten veel wapens buit.

Het regeringsleger schoot daarop de lokale sunnieten te hulp, die nog minder van Al-Qaeda zijn gediend dan van Maliki’s regering. Het leger hielp de lokale stammen, ook met wapens en geld. De regering en de stammen leken gisteren aan de winnende hand, maar gehard in de strijd wisten de strijders zich in delen van Ramadi en Fallujah te handhaven.

Premier Maliki probeert dikwijls voordeel te behalen uit de toenemende dreiging van Al-Qaeda-strijders in zijn land. Afgelopen herfst was hij op bezoek in Washington, waar hij de Amerikanen voorhield dat hij meer wapens nodig heeft om Al-Qaeda het hoofd te bieden. Maar president Obama liet Maliki weten dat hij er beter aan zou doen eerst een nieuwe kieswet in te dienen. Die zou de vreedzame coëxistentie tussen de verschillende bevolkingsgroepen meer bevorderen dan nieuwe wapens.

Ook veel Amerikaanse senatoren vinden dat Maliki zich verzoeningsgezinder moet opstellen tegenover de sunnitische minderheid. Als hij dat blijft weigeren, redeneren zij, drijft hij veel sunnieten onnodig in de armen van Al-Qaeda. De allianties in Ramadi en Fallujah tegen Al-Qaeda zouden een begin kunnen zijn van verzoening tussen shi’ieten en sunnieten.