Artsen krijgen miljoen mee na conflict

Het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven moet 1 miljoen betalen aan vier ontslagen dermatologen. De bestuurders blijven het ontslag verdedigen.

Het Eindhovense Catharina Ziekenhuis moet een vergoeding van in totaal één miljoen euro betalen aan vier dermatologen die mei vorig jaar zijn ontslagen. Dat heeft het Scheidsgerecht Gezondheidszorg – de geschillencommissie in de medische sector – vrijdag bekendgemaakt.

De één miljoen euro is volgens het scheidsgerecht een „billijke vergoeding” nu het viertal zijn maatschap in het ziekenhuis niet langer kan runnen. Het ziekenhuis stond wel in zijn recht om de vier artsen te ontslaan: de samenwerking tussen de dermatologen en het ziekenhuis was onherstelbaar beschadigd, aldus het scheidsgerecht. De één miljoen euro zijn dus geen ‘schadevergoeding’.

De dermatologen zetten in het najaar van 2012 een praktijk voor onverzekerde, cosmetische dermatologie op binnen de muren van het ziekenhuis. Dat deden ze zonder vooraf toestemming te vragen aan het ziekenhuisbestuur, zegt een woordvoerder van het Catharina Ziekenhuis. „We kregen een factuur onder ogen, afgedrukt op briefpapier van het ziekenhuis, terwijl die factuur niet door ons was verstuurd. Op de factuur stond het bankrekeningnummer van de dermatologen.”

Het ziekenhuisbestuur belegde vrijdagmiddag een persconferentie om, nu het besluit van het scheidsgerecht bekend was, voor het eerst zijn visie op het conflict te geven. Lid van de raad van bestuur Paul Boomkamp: „Het ontslag van de dermatologen is de enige juiste beslissing geweest.” Hij nam „met stijgende verbazing” waar wat zich in het ziekenhuis voordeed: „Patiënten werden in een zelf opgerichte praktijk met onverzekerde zorg geconfronteerd. Er werd een soort koehandel gedreven. Het leek de Albert Cuypmarkt wel met ‘twee halen drie betalen’ of ‘drie pukkels verwijderen voor honderd euro’.” Floor Haak, voorzitter van de medische staf: „De ontslagen dermatologen bevonden zich op een eiland.” En: „Ze kregen het voor elkaar met bijna iedereen in het ziekenhuis ruzie te maken.”

De advocaat van de vier dermatologen, Henk Stollenwerck, zegt dat het conflict tussen zijn cliënten en het ziekenhuisbestuur al begon in het voorjaar van 2012. Een externe onderzoekscommissie van artsenorganisatie KNMG oordeelde toen dat de dermatologieafdeling van het ziekenhuis te weinig spreekkamers had. Bestuursvoorzitter van het ziekenhuis Piet Batenburg was het daarmee oneens, ook al hadden de dermatologen het tekort aan spreekkamers al eerder aangekaart. Batenburg verdacht de vier ervan de externe commissie heimelijk benaderd te hebben, om zo alsnog hun zin door te drukken, zegt Stollenwerck. Naar aanleiding van die beschuldiging hebben de dermatologen het gesprek met het bestuur willen aangaan. „Ik heb meerdere brieven gestuurd aan de raad van bestuur, met een verzoek om een mediator in te schakelen”, zegt de advocaat. „De raad van bestuur wilde dat niet. Het is te gek voor woorden om het conflict zo te laten escaleren.”

Volgens de advocaat hebben de dermatologen hun praktijk voor onverzekerde cosmetische dermatologie „in alle openheid” opgezet. Sterker: „Het bestuur heeft zijn toestemming verleend.” De vier begonnen de praktijk omdat sommige spataderbehandelingen niet meer werden vergoed, zegt Stollenwerck. „Ze wilden voorkomen dat binnen één ziekenhuis een patiënt wél voor spatader A kon worden behandeld, en niet voor spatader B.”

Het viertal eist via een civiele zaak een schadevergoeding van Batenburg, voor aantasting van hun naam, omdat hij hen eerder van fraude en niet-integer handelen beschuldigde.