Al-Qaeda probeert zich te nestelen in Irak

Leger van shi’itische premier Maliki strijdt zij aan zij met sunnitische stammen tegen radicale fundamentalisten

Sunnitische moslims in de Iraakse stad Falluja tijdens het traditionele vrijdaggebed. De plaats was het toneel van zware gevechten met aanhangers van Al-Qaeda. foto reuters

In het westen van Irak is het vrijdag tot hevige gevechten gekomen tussen sunnitische stammen en extremistische strijders van Al-Qaeda, waarbij tientallen doden zijn gevallen. Het is al de hele week zeer onrustig in de uitgestrekte provincie Anbar, die grenst aan Syrië.

De bloedige strijd in Anbar staat niet op zichzelf. Al maanden is Irak ten prooi aan toenemend geweld, onder meer door bomaanslagen op markten en andere openbare plaatsen. Op Nieuwjaarsdag maakten de Verenigde Naties bekend dat in 2013 7818 burgers om het leven zijn gekomen en 1050 leden van de veiligheidstroepen. Dat is veel meer dan in de voorgaande jaren, zij het nog altijd veel minder dan in de rampzalige jaren 2006 en 2007. Toen was het verzet tegen de Amerikanen op zijn hoogtepunt.

De gevechten in Anbar vormen ook een nieuwe aanwijzing dat de burgeroorlog in Syrië de stabiliteit in zijn buurlanden bedreigt. Honderden strijders van de Islamitische Staat van Irak en de Levant, een lokale tak van Al-Qaeda die ook actief is in Syrië, reden volgens ooggetuigen vrijdag door de straten van de steden Ramadi en Falluja in auto’s met machinegeweren, gekleed in het zwart en zwaaiend met de vlag van Al-Qaeda.

Via luidsprekers riepen ze voorbijgangers na het vrijdagsgebed toe: „Wij zijn jullie broeders van de Islamitische Staat van Irak en de Levant. We zijn hier om jullie te beschermen tegen de regering en roepen jullie op met ons samen te werken.” De militante strijders, zelf ook sunnieten, streven een kalifaat na dat zich over het hele Midden-Oosten uitstrekt en zich niets aantrekt van bestaande landsgrenzen. De laatste maanden proberen ze uit alle macht voet aan de grond te krijgen in het Syrisch-Iraakse grensgebied.

Hoewel de lokale bevolking in Anbar grotendeels uit sunnieten bestaat, legden de meesten de oproep van Al-Qaeda naast zich neer. Met hun meedogenloze aanpak hebben de sunnitische fundamentalisten de laatste jaren ook onder hun eigen geloofsgenoten weinig vrienden gemaakt. In plaats daarvan sloten lokale stammen al donderdag een akkoord met het door shi’ieten gedomineerde regeringsleger om samen de Al-Qaeda-aanhangers te verdrijven.

De radicale strijders hadden eerder deze week handig gebruik gemaakt van een terugtrekkende beweging van het Iraakse regeringsleger. Dat had maandag met veel geweld een kamp bij Ramadi ontruimd, waar sunnieten protesteerden tegen de discriminatie waaronder ze de laatste jaren op allerlei terreinen hebben te lijden. Nog altijd een onwennige ervaring voor de sunnitische minderheid, die tot de val van Saddam Hussein in 2003 eeuwenlang de dienst uitmaakte in Irak.

De operatie van het leger stuitte op zoveel woede bij lokale sunnitische stammen dat de shi’itische premier Nouri al-Maliki besloot het leger de volgende dag uit de grotere plaatsen in Anbar terug te trekken. In plaats daarvan zou de politie de orde moeten herstellen. Maar voor de agenten het wisten stonden er legertjes Al-Qaeda-strijders in hun straten. Ze bestormden politiebureaus, bevrijdden gevangenen en maakten veel wapens buit.

Het regeringsleger schoot daarop de lokale sunnieten te hulp, die nog minder van Al-Qaeda zijn gediend dan van Maliki’s regering. Het leger hielp de lokale stammen, ook met wapens en geld. De regering en de stammen leken vrijdag aan de winnende hand maar, gehard in de strijd in Syrië en elders, wisten de strijders van de Islamitische Staat van Irak en de Levant zich in delen van Ramadi en Fallujah te handhaven.

Premier Maliki probeert dikwijls munt te slaan uit de toenemende dreiging van Al-Qaedastrijders in zijn land. Afgelopen herfst was hij op bezoek in Washington, waar hij de Amerikanen voorhield dat hij meer wapens nodig heeft om Al-Qaeda het hoofd te bieden. Maar president Obama liet Maliki weten dat hij er beter aan zou doen eerst een nieuwe kieswet in te dienen. Die zou de vreedzame coëxistentie in het land tussen de verschillende bevolkingsgroepen meer bevorderen dan nieuwe wapens.

Ook veel Amerikaanse senatoren vinden dat Maliki zich verzoeningsgezinder moet opstellen tegenover de sunnitische minderheid. Als hij dat blijft weigeren, redeneren zij, drijft hij veel sunnieten onnodig in de armen van Al-Qaeda. De uit nood geboren alliantie met de lokale sunnitische stammen van deze week in Ramadi en Fallujah tegen Al-Qaeda zou een eerste begin kunnen zijn van zo’n verzoening tussen shi’ieten en sunnieten.