2014: een jaar van onrust en rumoer

Al jaren wordt aan de Nederlandse universiteiten geklaagd over de vreemde verhouding tussen onderwijs en onderzoek. Het meeste geld komt binnen met de studentenaantallen, maar universitaire carrières worden gemaakt met onderzoeksresultaten. En vooral onderzoeksaantallen: citatie-scores en H-indexen.

Een bekend probleem, bekend geklaag. Maar er viel mee te leven, toch?

In 2013 is daarin iets veranderd. Waarschijnlijk door de grote wetenschappelijke-fraudegevallen van de afgelopen jaren kwam er meer oog voor structurele misstanden in het systeem. Kritiek werd serieuzer genomen. Die onrust leidde tot het wetenschappersinitiatief Science in Transition dat met zijn discussiestukken in het najaar veel onrust en rumoer veroorzaakte.

Inmiddels heeft de vereniging van Nederlandse universiteiten VSNU al verklaard dat citaties van onderzoek niet zaligmakend moeten zijn bij de beoordeling van kwaliteit. Een begin. In 2014 zullen meer stappen worden gezet en nieuwe discussies ontstaan. Zal zonder prestatiedruk ook de fut uit het systeem gaan? Heeft het zin om het systeem een klein beetje te veranderen?

De discussies over nieuwe strategieën en systemen en misschien zelfs daadwerkelijke veranderingen zullen we in deze krant natuurlijk op de voet volgen.

Maar we gaan meer doen. Op pagina 6 van deze bijlage staat de eerste aflevering van een nieuwe serie over de dagelijkse problemen in de Nederlandse wetenschap: Onrust en rumoer. In een reeks van korte gesprekken zullen de verslaggevers Margriet van der Heijden en Marcel aan de Brugh een beeld schetsen van de typische wrijfplekken en irritaties in de wetenschap. Over het opknippen van onderzoek om meer publicaties te kunnen scoren, over de machtsspelletjes bij subsidieverlening, over de roofbouw op jonge wetenschappers. Berichten van het front.