Zit de gekte in het enge huis of in het dromerige hoofd?

In de meer duistere straten der literatuur staat sinister onroerend goed: The House of Usher van Edgar Allen Poe, Bly uit Henry James’ The turning of the screw en The Castle of Otranto van Horace Walpole dat in 1764 het startschot gaf voor literaire horror. Het pand dat het meest blijft rondspoken in de geest, is het onzalige Hill House uit Shirley Jacksons psychologische thriller The haunting of Hill House (1956), nu heruitgegeven.

In de bijna identieke eerste en laatste alinea’s van het boek toont Jackson dat Hill House meer is dan een stapel stenen; het is een hoofdpersoon. ‘Hill House, not sane, stood by itself against its hills, holding darkness within; it had stood so for eighty years and might stand for eighty more. Within, walls continued upright, bricks met neatly, floors were firm, and doors were sensibly shut; silence lay steadily against the wood and stone of Hill House, and whatever walked there, walked alone.’

Eleanor Vance, 32 jaar oud, dromerig en instabiel, zorgde haar hele leven voor haar gehate moeder en maakte niets mee. Als ene Dr. Montague haar uitnodigt om met hem en twee anderen in Hill House, dat een reputatie als spookhuis heeft, te verblijven, kan ze haar geluk niet op. Voor het eerst in haar leven gebeurt er iets. Maar als ze arriveert, treft het huis haar aanvankelijk als ziek, walgelijk. In de spaarzame, wat ouderwetse stijl van Jackson komen Hill House en de alarmerende lotgevallen van de proefkonijnen van Dr. Montague op een prachtige, indirecte manier tot leven in de verbeelding van de lezer. Ze benoemt niet exact, ze suggereert, en dat werkt goed. Het boek is volkomen ambivalent; zit de gekte vooral in het huis of in de hoofden van de mensen? Er is aantoonbaar interactie tussen mensen en huis maar wie schuld draagt, is obscuur. Het lot van Eleanor, die de slechtste locatie trof om eindelijk aan haar leven te beginnen, is er niet minder hartverscheurend door. The haunting of Hill House wordt terecht beschouwd als een van de beste psychologische horror-romans.

Robert Gooijer