Weg met de verspilling

In het Westen zijn consumenten grote verspillers van voedsel. Belangenorganisaties roepen 2014 uit tot Jaar tégen de Verspilling: van ‘boer tot bord’ moet het zuiniger. Geef ‘gekke’ groenten een kans!

Een bobbelige tomaat verkoopt niet. Een doffe aubergine ook niet, net zomin als een kromme wortel. Niet dat er iets mis is met de smaak van de groenten, maar ja, het ziet er zo lélijk uit. En dus verdwijnen veel groenten, net uit de grond of vers van de struik, meteen bij de teler alweer in de vuilnisbak. Ook rapen, stelen en knollen die het wel tot aan de supermarkt redden, zijn, eenmaal gebutst, geen lang leven in de schappen beschoren.

In de voedselketen gaat veel eten verloren. Jaarlijks, zo schat de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) wordt er wereldwijd ruim een miljard ton aan eten verspild. Dat is een derde van de totale voedselproductie. De verspilling van die tonnen en tonnen aan voedsel vindt overal in de keten plaats, van boer tot consument. De aard verschilt, per regio en per product.

In ontwikkelingslanden gaat relatief veel verloren gedurende het agrarische proces, aan het begin van de keten dus. In het Westen is dat anders. Daar wordt veel verspild aan het eind van de keten, bij de consument. De reden daarvoor is simpel: in bepaalde delen van de wereld is voedsel schaars. In het Westen kunnen mensen het zich veroorloven eten weg te gooien en kritisch te zijn over wat er op hun bord ligt.

Supermarkten en winkels stellen, misschien wel daarom, hoge eisen aan de grootte, vorm en kleur die groenten en fruit in hun schappen moeten hebben. Naar schatting van de Universiteit Wageningen (WUR) verdwijnt 5 tot 10 procent vanwege het ‘uiterlijk’ nu nog bij de teler of de boer in de afvalbak, terwijl er met de smaak niets mis is.

Groenten die niet aan de standaardeisen voldoen halen de supermarkt alleen als de oogst slecht is geweest. Want als er minder te kiezen is, zullen ook de bijvoorbeeld minder mooie aardappels het tot de winkel redden. Daarentegen maken in een goed jaar hoogstens de best gevormde aardappels een kans op een plek in het schap.

Kromkommer

Zonde, vindt Lisanne van Zwol. De 24-jarige Van Zwol is één van de oprichters van Kromkommer. Met het initiatief, eind 2012 opgericht, wil ze lelijke – „gekke”, zegt Van Zwol – groenten een kans geven. „We willen van boer tot bord dingen veranderen. Het is een systeemprobleem. Van zowel consument als fabrikant.”

Kromkommer zoekt telers die zich bij hun willen aansluiten – tot nog toe zijn dat een tomaten-, komkommer- en paprikateler. Het kost die boeren en telers geld om groente en fruit dat niet aan de eisen voldoet, weg te doen. Dat is een mooie prikkel voor bedrijven om mee te doen, aldus Van Zwol. Want: „Als ze alleen vanuit goodwill meedoen, zijn ze na een paar maanden weer weg.”

Twee maanden terug verkocht een groothandel in Rotterdam gedurende enkele weken de misvormde groenten van de telers die zich bij het initiatief hebben aangesloten. Volgende stap is, wat de oprichters betreft, de supermarkt. Daarnaast verkopen Van Zwol en haar zakenpartner eigen producten gemaakt van, inderdaad, die gekke groenten.

Aan de omzet proberen ze zelf een inkomen over te houden. Daarnaast financieren ze er andere activiteiten mee. „We zien de productlijn, waar een business model in zit, als middel om op de lange termijn te kunnen voortbestaan en door de hele keten actief te kunnen zijn”, licht Van Zwol toe.

De consument, zo onderzocht de Wageningen Universiteit (WUR), is in Nederland de grootste verspiller van allemaal. Gemiddeld gooit een Nederlander jaarlijks tussen de 40 en 50 kilogram aan voedsel weg – of, omgerekend in geld: circa 150 euro per jaar. Vooral brood en vlees belanden vaak in de vuilnisbak.

Kijk je naar het gehele proces van voedselproductie, dan wordt er in Nederland per hoofd van de bevolking jaarlijks tussen de 90 en 210 kilogram aan voedsel verspild. Dat is een hoeveelheid die groeit. In 2009 bedroeg het namelijk nog tussen de 80 en 150 kilogram per Nederlander.

Dat zijn véél kilo’s. Het afgelopen jaar hadden ongeveer 842 miljoen mensen op de wereld namelijk structureel te weinig te eten, blijkt uit de meest recente cijfers van de FAO. Breng de verspilling wereldwijd naar nul, zegt de organisatie, en er kunnen 2 miljard mensen extra gevoed worden.

Daarnaast is weggegooid voedsel meer dan een verspilling van eten alleen. Ook arbeid, opslag en transport zijn voor niks geweest als het eten niet wordt opgegeten. Net als het verpakkingsmateriaal, de kunstmest, het water, de pesticiden. Of denk aan de vele uitlaatgassen die vrij komen bij het vervoer. Hoe later in de keten een product verspild wordt, des te milieu-onvriendelijker het is.

Alliantie

Verschillende belangenorganisaties uit de voedselindustrie – verenigd in de Alliantie Verduurzaming Voedsel – hebben dit jaar daarom uitgeroepen tot het ‘Jaar tégen de Voedselverspilling’. Want elk probleem heeft tegenwoordig een eigen jaar of dag om aandacht te genereren. De belangenorganisaties willen onder meer gaan lobbyen om bepaalde wetgeving te veranderen, vertelt een woordvoerder.

Neem bijvoorbeeld de catering tijdens vliegreizen. De regel is nu dat eten dat tijdens de vlucht niet genuttigd wordt, mee terug moet naar het land waar het aan boord is gegaan, om daar vernietigd te worden.

Of de regel dat producten slechts twee uur ongekoeld gepresenteerd mogen worden. Sommige etenswaar is ook na die paar uur nog best te eten, maar moet officieel worden weggegooid. Dat werkt verspilling in de hand.

Daarnaast moet hét jaar tegen bedrijven en consumenten bewuster maken van voedselverspilling. Milieuorganisaties dringen er bij consumenten al veel langer op aan om bewuster met eten om te gaan. Maar die campagnes haalden niet zo veel uit. Want de hoeveelheid verloren voedsel bleef stijgen.