We volgen haar op het toneel tot in het kamp

Jessica Durlacher en Leon de Winter debuteren in april met een toneelstuk over Anne Frank // De tragedie moet toeschouwers opnieuw raken // „Het verhaal is voor veel jongeren van nu een abstractie geworden”

Op de voormalige Shell-toren in Amsterdam wordt het toneelstuk Anne aangekondigd, dat in april in première gaat in Theater Amsterdam. Foto Hollandse Hoogte

Medewerker Cultuur

Het is nog niet af. Jessica Durlacher en Leon de Winter leggen de laatste hand aan hun toneelstuk Anne, dat in april in première gaat in het nieuwe Theater Amsterdam. Hier en daar moet er nog wat worden aangescherpt, geschrapt, toegevoegd en aangepast aan wat er tijdens de repetities, onder de artistieke supervisie van Theu Boermans, al of niet blijkt te werken.

„Het is een groepsproces”, zegt De Winter. „En het is heerlijk om dat mee te maken. Waar anders krijg je als debuterende toneelschrijvers zo’n training on the job? We halen in het script nog voortdurend van alles overhoop. Het stuk zal pas af zijn op de avond van de première. Of nou ja, misschien al tijdens de laatste repetities.”

Jessica Durlacher (52) en Leon de Winter (59) vormen een schrijversechtpaar, maar werkten niet eerder samen. Toch werden ze als duo benaderd door het in Basel gevestigde Anne Frank Fonds. Dat zou te maken kunnen hebben, vermoeden ze, met het feit dat ze weleens gezamenlijk werden geïnterviewd toen hun romans in Duitsland en Zwitserland verschenen. Het fonds wilde een nieuwe adaptatie, omdat men de bestaande toneelbewerking van Het dagboek van Anne Frank, in 1955 geschreven door een ander echtpaar – de Hollywood-routiniers Frances Goodrich en Albert Hackett – langzamerhand gedateerd vond. En omdat er intussen uit allerlei andere bronnen veel meer materiaal beschikbaar is, ook over de jaren voor en de maanden na de onderduik.

De theaterversie van Goodrich en Hackett heeft vanaf het begin lof én kritiek geoogst. Al in 1956, toen het stuk in Nederland nog niet eens was gespeeld, schreef de eminente letterkundige H.A. Gomperts in Het Parool dat hier sprake was van „een handig in elkaar gezet kitschwerkje, dat bijzonder weinig te maken heeft met Het Achterhuis”. En ook constateerde hij dat Anne zelf tot „een vlotte Amerikaanse teenager” was gemaakt.

Leon de Winter is het daar niet mee eens: „Het is inderdaad op het sentiment toegeschreven, voor een Broadway-publiek. Maar dat was hun werk. Het is in elk geval heel effectief.” Jessica Durlacher vult aan: „En ja, Anne is in hun stuk een huppelend, naïef meisje. Een bakvis. Dat wás ze ook, maar ze was nog veel méér.”

Durlacher en De Winter proberen een completer beeld van Annes leven te geven. De Winter: „Ons stuk begint niet met de aankomst in het Achterhuis, maar al ver daarvoor. En het eindigt ook niet bij de klop op de deur, zoals het oude stuk. We gaan mee in het kamp. Maar de vraag was natuurlijk: hoe ga je dat vertellen, zonder er kitsch van te maken en hoe hou je dat draaglijk, zonder valse sentimenten?”

Durlacher: „Vergeet niet dat het verhaal voor veel jongeren van nu een abstractie is geworden. Vroeger kon iedereen na die klop op de deur de rest vanzelf invullen. Nu niet meer – kennis erover is bij jongeren niet vanzelfsprekend. En ook mensen die zeggen de feiten wel te kennen, blijken er bij nader inzien helemaal niet zo veel over te weten. Maar tegelijk is het niet onze bedoeling iets puur educatiefs te maken. Wat wij willen, is dat de tragedie je opnieuw raakt – dat het verhaal weer gaat leven.”

Einddoel Amerika

Het fonds hoopt dat de nieuwe toneelbewerking op den duur overal ter wereld gespeeld zal worden. „Ons einddoel is Amerika”, aldus de schrijvers.

Durlacher en De Winter zijn contractueel gebonden aan geheimhouding over allerlei details, maar willen desgevraagd wel verwijzen naar de innoverende theatertechnieken die ook in de musical Soldaat van Oranje hun effect niet missen: „Dit gaat er weer anders uitzien, maar het uitgangspunt is vergelijkbaar: we willen de ervaring van het publiek intenser maken.”

Op tafel ligt de NIOD-uitgave De dagboeken van Anne Frank, waaruit vele tientallen gekleurde plakkertjes steken – de vindplaatsen van het materiaal dat ze hebben gebruikt. „De afspraak is dat we trouw zullen blijven aan de originele teksten”, vertelt De Winter. „Maar zelfs het fonds dacht af en toe dat we zelf aan het verzinnen waren geweest, en reageerde dan verrast als we aan de hand van de paginacijfers konden aantonen waar een bepaalde tekst vandaan kwam.

„Het bijzondere is dat Anne tijdens de laatste maanden in het Achterhuis bezig is geweest haar dagboekaantekeningen te herschrijven, met het oog op publicatie na de oorlog. Als je dat leest, zie je wat een volleerde schrijfster ze aan het worden is. Hoe ze haar eigen eerdere teksten onderhanden neemt en hoe ze aan het polijsten is – hoe ze de dialogen scherper maakt en ook naar haar eigen gedrag kijkt.

„Het is Anne Frank, die naar Anne Frank kijkt. Dat is de kern, de essentie van waar het voor ons in dit stuk over moet gaan.”

Anne gaat in april in première in Theater Amsterdam. Inl: www.theateramsterdam.nl