Wat doet Geert Wilders in een theepot op de cover van The Economist?

The cover van The Economist van deze week.

Hoe zeewaardig is een theepot? Op de cover van The Economist zit PVV-leider Geert Wilders deze week samen met Nigel Farage en Marine Le Pen in een varend stuk theeservies. ‘Europe’s Tea Parties’, kopt het Britse weekblad.

De komende maanden staan in het teken van de Europese verkiezingen, die in mei worden gehouden. In het coververhaal zet The Economist deze week de schijnwerpers op de populistische en eurosceptische partijen. Het blad beschrijft de tientallen rechtse partijen (‘the naysayers’) in Europese politiek, maar zoomt vooral in op de PVV in Nederland, de United Kingdom Independance Party (Ukip) in Groot-Brittannië en het Front National (FN) in Frankrijk.

‘De opstandelingen staan er goed voor

De insurgents - de opstandelingen, zoals het blad de partijen in het commentaar noemt - staan er in de peilingen goed voor en zetten de Europese politiek wellicht op zijn kop. Net zoals de radicale Tea Party-beweging dat in 2010 in de Verenigde Staten heeft gedaan, aldus The Economist.

Uiteraard zijn er grote verschillen tussen de Tea Party, die zich binnen de Republikeinse partij beweegt, en de bonte verzameling Europese partijen op de rechterflank. Zo kondigden Geert Wilders en Marine Le Pen vorig jaar dan aan om in Europees verband samen te werken om ‘de natiestaat te redden’, maar staan ze op tal van gebieden lijnrecht tegenover elkaar.

“That they are disparate there can be no doubt; they vary hugely according to local tastes, traditions and taboos. Take the FN and the PVV. (…) The PVV is ardent in its support for Israel, while the FN has an anti-Semitic past. The PVV is in favour of gay marriage; the FN marches against it. The PVV sees Islam as a totalitarian danger around the world; the FN frets not over the religion’s basic tenets but only about the “Islamification” of France.”

‘Eurosceptici bepalen de koers van het debat’

Maar de partijen hebben gemeen dat ze sterk populistisch en nationalistisch zijn en ferme standpunten hebben over de EU, immigratie en nationale soevereiniteit. Daardoor doen ze het goed in de peilingen en moet de mainstream politiek zich volgens de The Economist zorgen maken. Deze partijen zullen de koers van het politieke debat bepalen en het beste voorbeeld daarvan is Nigel Farage. Zijn partij heeft geen zetels in het Britse Lagerhuis, maar haalde bij de vorige Europese verkiezingen 16,5 procent van de Britse stemmen. David Cameron probeert Farage nu de wind uit de zeilen te nemen door zelf een hardere rechtse tonen aan te slaan.

De tweede theepotvaarder, Marine Le Pen, wordt door The Economist aangehaald als iemand die bezig is haar partij voor een breder publiek acceptabel te maken. Want, zo schrijft het blad, als “populistische partijen hun stichters willen overleven, hebben ze meer conventionele structuren nodig”. Het FN is de laatste vijftien jaar een brede partij geworden, met leden in alle delen van de bevolking. Le Pen werd in 2010 door die leden gekozen.

In het blad laat Wilders vallen dat hij denkt dat de PVV de beste kans heeft om de de grootste partij in Nederland te worden. The Economist is onder de indruk van zijn zelfvertrouwen, maar schrijft dat zijn “autocratische stijl” op lange termijn niet levensvatbaar is. De PVV van Wilders is volgens het blad het voorbeeld van het eenpersoonsmerk als partij dat voor veel van de ‘opstandige’ partijen in Europa geldt.

“With his distinctive thick silver mane, he is not just the face of the PVV: he is (rather oddly) its only registered member. (…) Mr Wilders keeps a tight grip on party ideology—his blog and Twitter account are the party’s most direct way of communicating policy. And he is in complete control of its strategy.

‘Leer lessen uit de VS’

De boodschap van The Economist is dat de eurosceptische partijen een factor zijn om rekening mee te houden bij de verkiezingen in mei. De partijen in het midden kunnen volgens het blad lessen uit de Verenigde Staten trekken.

Hoewel het blad in het commentaar zelf stelt dat Wilders intolerantie goedkeurt, dat Le Pen haar landgenoten dreigt te verarmen door buitenlandse concurrentie te weren en dat Farage een illusie verkoopt, heeft het voor de mainstream politiek geen zin om de opkomende partijen te portretteren als “losgeslagen, racistisch of fascistisch”.

“The lesson from America is that if Europe’s politicians do not want the insurgents to set the agenda, they need to counter their arguments. As long as Republican leaders have indulged Tea Party demands to put purity above the work of governing (for instance, by shutting down the federal government) they have sunk lower in the public esteem.”

Maar bovenal is het aan de kiezer, schrijft The Economist. Dat de opkomst bij Europese verkiezingen laag is, is volgens het blad een cadeautje voor de eurosceptische partijen. “If Europeans do not want them to triumph, they need to get out to the polls.”

Lees hier het uitgebreide achtergrondverhaal van The Economist (2.937 woorden, ongeveer 13 leestijd) en hier het commentaar.