Trainen tot het lijf protesteert

Komt het na twee operaties nog goed met turnster Céline van Gerner? Ze houdt vertrouwen. Je wilt naar de Olympische Spelen of niet.

Foto ANP

Turnsters, artistiekere sportvrouwen bestaan niet. Maar ze zijn o zo kwetsbaar. Ongewild verbeelden zij de tragiek van een kunstzinnige sport. Zie Céline van Gerner, met vele nationale titels en een wervelend olympisch optreden bij de Spelen in Londen de nationale ster van de laatste jaren, maar sinds 2011 drukker met revalideren dan presteren.

De levenslust straalt van haar af. En in gesprek met de 19-jarige Van Gerner is haar liefde voor turnen voelbaar. Bewonderenswaardig voor een jonge vrouw die een omvangrijk medisch dossier aan het opbouwen is. De turnster uit Heerenveen houdt moed, schildert sportieve vergezichten en pompt haar gemoed doorlopend vol met optimisme; in de verwachting dat glorieuze tijden eens zullen terugkeren.

Van Gerner ondergaat een proces dat vele turnsters voor haar ervaren hebben. Gezegend zijn met een buigzaam lichaam en van jongs af aan heel goed zijn. Trainen tot het lichaam protesteert, waarna het zoeken wordt naar de balans tussen fysiek investeren en sportief domineren. Eenmaal in die twilight zone is een turnster breekbaar als glas. En parallel aan die fragiliteit manifesteert zich meestal de mentale kwetsbaarheid. Ga er maar aan staan tijdens de transitie van meisje naar vrouw. Het valt waarachtig niet mee om turnster te zijn.

Gelukkig voor Van Gerner sprankelen haar ogen nog volop terwijl ze over de stand van haar enkels rapporteert. Tweemaal kort achtereen geopereerd. In 2011 bleek ze de WK in Tokio met vrijwel een gebroken enkel te hebben geturnd. Tja, je wilt naar de Olympische Spelen of niet. En in de Japanse hoofdstad werden de toegangskaarten verdeeld.

Een snelle operatie en voorspoedige revalidatie verschaften haar op de valreep de olympische status. Met een vastgeschroefde enkel turnde ze in Londen met een puntentotaal van 57.232 naar de twaalfde plaats in de meerkampfinale. Van Gerner verdiende daarmee het predicaat ‘beste Nederlandse allrounder ooit op de Olympische Spelen’.

Welgemoed begon Van Gerner aan haar post-olympisch turnleven. Tot begin dit jaar tijdens een stage in Dallas haar andere enkel opspeelde. Wat bleek: een breukje in hetzelfde botje waaraan ze was geopereerd. Berustend: „Zo zitten mijn enkels schijnbaar in elkaar.” Hersteltijd: negen maanden. Om moedeloos van te worden? „Eerlijk gezegd wel”, reageert Van Gerner openhartig.

Hoe nu verder? Doorgaan tot en met de Olympische Spelen van 2016 in Rio de Janeiro. Dat vooruitzicht houdt haar op de been, zegt ze eerlijk. Van Gerner is compleet betoverd door de Spelen, die ze als de ultieme weldaad voor een sporter heeft ervaren. „Het hoogtepunt van mijn carrière, dat me ook als mens heeft veranderd. Na ‘Londen’ wist ik zeker: dit wil ik nog een keer meemaken.”

Maar dan moet ze eerst de oude worden. Met realiteitszin: „Pas als ik lichamelijk fit en fris in mijn hoofd ben kan ik aan mijn toekomst denken. Want die blessures hakken er ook mentaal flink in. Ik wil springen en trainen, net als die andere meiden. Ik hoop nog dit jaar op plaatsing voor EK en WK, maar als ik realistisch ben wordt dat moeilijk, zeker de EK in Sofia in mei. Maar het belangrijkste worden de WK van 2015 in Glasgow. Daar moet ik me kwalificeren voor Rio.”

Maar dan is er ook nog het veranderende lichaam. De controleerbaarheid daarvan kost steeds meer inspanningen, merkt ook Van Gerner. „Ik heb daar moeite mee, als ik eerlijk ben. Op de Spelen was mijn lichaam zó – wijst ze met haar handen de vorm van een smalle taille aan. Maar nu heb ik een ander lichaam. Nee, ik maak me daarover niet echt zorgen. Als ik drie maanden train, weet ik dat ik mijn oude niveau kan halen. En als ik echt goed in mijn vel zit, kan ik alle oefeningen weer uitvoeren. Dat zit in je, dat verdwijnt nooit.”

De vraag is echter: hoe gaat Van Gerner verder? Ze neigt sterk naar specialisme, met een voorkeur voor balk en vloer. Omdat ze op de meerkamp geen vorderingen meer denkt te maken. „Die score van 57.232 punten op de Spelen ga ik echt niet meer overtreffen. Zonde om daar nog veel energie in te stoppen.” Vooral een specialisme op balk ziet ze helemaal zitten. „Als ik zie hoe strak de Chinezen op balk turnen, denk ik: dat moet ik ook kunnen. Op balk kan er meer uithalen dan ik tot nu heb laten zien. Het vereist alleen veel training. Daarom overweeg ik sterk me te specialiseren.”