‘Struikel niet over olympische ringen’

Chef de mission Maurits Hendriks waarschuwt sporters voor politiek activisme

Chef de mission Maurits Hendriks zwaait met de Nederlandse vlag bij de officiële overdracht van de olympische ploeg.

Politiek, steeds weer die verdoemde politiek. Hoe graag olympische sporters er ook van verstoken willen blijven, zodra de Spelen in beeld komen is de politiek niet ver. Zelfs op de dag dat de 41-koppige olympische ploeg voor ‘Sotsji’ wordt overgedragen aan chef de mission Maurits Hendriks.

De man die de grootste ploeg op de Winterspelen ooit onder zijn hoede krijgt, besloot gisteren op het nationale sportcentrum Papendal een gloedvolle toespraak met een politiek geladen waarschuwing: „Struikel niet over de olympische ringen. Houd je hoofd erbij.”

Hendriks verbiedt de sporters niets, maar wilde nog eens gezegd hebben, dat openbare afkeuring van de Russische antihomowet of andere protesten tegen het Poetinregiem tot gedoe kunnen leiden. Gedoe dat hij pertinent niet wil; vooral vanwege verstoring van olympische prestaties. Die waarschuwing kregen de Nederlandse olympiërs voor de Winterspelen het afgelopen jaar al veelvuldig ingepeperd, maar werd na een aantal recente aanslagen en oplopende spanningen in Rusland nog maar eens herhaald.

In Hendriks’ woorden zat nog een andere waarschuwing verborgen: die van olympisch gigantisme en de daarbij horende druk. Twee weken presteren onder een internationaal vergrootglas vereist aanpassingen van de dagelijkse routine. Hendriks: „We gaan wat beleven in Sotsji, cultureel, maatschappelijk en politiek. Alle sportaccommodaties zijn vanaf nul opgebouwd. Er wachten jullie waanzinnige stadions en olympische dorpen zoals ik ze nog nooit gezien heb. Wij hebben over de totstandkoming onze bedenkingen, maar besef wel dat er een heel trots land achterstaat.”

Na deze geheven vinger appelleerde Hendriks aan het eergevoel van de olympische sporters. „Jullie uitgangspunt moet zijn: jij helpt mij en ik help jou aan een medaille. Het werkt inspirerend als jullie zo veel respect voor elkaar kunnen opbrengen en dat ook uitstralen. Miljoenen Nederlanders volgen jullie dagelijks in Sotsji. Maak ze trots.”

De verwachtingen zijn hoog gespannen, daar kon ook Hendriks niet omheen – „ondanks onze strenge selectie-eisen is de ploeg groter dan ooit.” ,Maar, houdt de chef de mission de sporters scherp: „De echte wedstrijd moet nog komen.”

De olympische winterploeg is mede een uitdijend gezelschap vanwege de verbeterde prestaties in de sneeuwsporten. Nicolien Sauerbreij heeft met haar gouden medaille in Vancouver bewezen dat een laaglander in de sneeuw ook podiumkansen heeft. Nog niet op de traditionele skidisciplines, maar wel in een jonge sport als snowboarden. Sauerbreij, die na ‘Sotsji’ stopt, weet zich volgende maand omringd Bell Berghuis (snowboardcross), Cheryl Maas (slopestyle) en de halfpipers Dimi de Jong en Dolf van der Wal.

Maar de meeste progressie maakten de Nederlandse shorttrackers. Hun niveau is dusdanig gestegen dat Nederland voor het eerst twee estafetteploegen mag afvaardigen, wat naast de individuele plaatsingen tot uitzending van tien shorttrackers heeft geleid. Een record, met als bijzonderheid dat Jorien ter Mors ook als langebaanschaatsster (1.500 meter) in actie komt.

Misschien wel de opvallendste olympische deelnemer is bobsleeër Edwin van Calker. Nadat hij vier jaar geleden in Vancouver uit angst voor een ernstig ongeluk weigerde te starten in de viermansbob kreeg hij zoveel shit over zich heen dat een rentree bijna uitgesloten leek. Maar Van Calker richtte zich op. Zonder de steun van de bobsleebond, die hem in Vancouver zodanig had verketterd dat verdere samenwerking uitgesloten leek. Beide partijen zijn door de goede resultaten van Van Calker weer tot elkaar veroordeeld, maar van een innig huwelijk is geenszins sprake.