Snijden in de kunst, viel het mee?

Het effect van de fikse kortingen op kunst en cultuur begint zich af te tekenen. Van de 173 instellingen die hun subsidie verloren, staan er nog 132 overeind, maar de grootste klap kan nog komen.

De eerste effecten van de grote bezuinigingsoperatie in de cultuursector van kabinet-Rutte I zijn gisteren zichtbaar geworden.

Minister Bussemaker (PvdA, Cultuur) maakte een eerste algemene inventarisatie bekend in een brief aan de Eerste Kamer. 41 culturele instellingen zagen er na de forse bezuinigingsoperatie op het kunstbudget door het vorige kabinet geen heil meer in. Zij stopten, nadat hun subsidie begin vorig jaar was beëindigd. Maar 132 andere instellingen die hun subsidie verloren, gaan op eigen kracht door.

Staatssecretaris Halbe Zijlstra (VVD) voerde in het vorige kabinet een jaarlijkse bezuiniging op de culturele sector van 200 miljoen euro door vanaf 2013, een korting van 20 procent op het cultuurbudget. Daar kwam nog eens een bezuiniging van ongeveer 125 miljoen euro in de provincies en de 35 grootste gemeenten bovenop. Het resultaat: kregen in 2012 nog 589 instellingen overheidssubsidie, nu zijn dat er nu nog 416. Wel zijn die subsidies veel lager door de gekrompen overheidsbudgetten.

Kunstenaars en kunstinstellingen vreesden voor een kaalslag. Onder de slogan ‘Red de beschaving’ protesteerden ze in 2011 en 2012 tegen de grote saneringsoperatie. Wordt die vrees nu bewaarheid of valt het mee?

Het zijn niet de allergrootste namen die gesneuveld zijn. De grote musea, symfonie-orkesten, dans- en theatergezelschappen bestaan nog allemaal. Ze hebben soms wel moeten fuseren, zoals het Brabants Orkest en het Limburgs Symfonie Orkest tot de philharmonie zuidnederland.

Bij de afvallers gaat het om instellingen als het Geldmuseum, Danshuis Station Zuid, Dansgroep Amsterdam, Productiehuis Brabant, jeugdgezelschap De Citadel, het Theater Instituut Nederland, Erfgoed Nederland, museum De Paviljoens en Danceworks Rotterdam. Het gaat vooral om kleinere instellingen.

Maar de werkelijke impact van de bezuinigingen moet nog blijken. Er vallen nog meer klappen onder de 132 instellingen die zonder subsidie doorgaan, zo is de verwachting. Veel van hen zien 2013 en 2014 als overgangsjaren. Dat bleek uit gesprekken die deze krant de afgelopen maanden voerde in het kader van eigen onderzoeken naar de gevolgen van de bezuinigingen met tientallen podiumgezelschappen en kunstinstellingen. Pas in 2015 wordt duidelijk wie kan overleven. Vooral omdat na de gemeenteraadsverkiezingen een nieuwe ronde van bezuinigingen bij de gemeenten wordt verwacht.

Veel van de afvallers konden het afgelopen jaar doorgaan, omdat hun voorstellings- of tentoonstellingsprogramma nog is gefinancierd uit de subsidies van 2012. Ze hebben hun hoop gevestigd op incidentele subsidies voor projecten en trachten inkomsten te vergaren uit kaartverkoop, sponsoring en mecenaat. Dat valt door de economische crisis bepaald niet mee.

De verschraling van het aanbod wordt uit de cijfers van Bussemaker zo nog niet duidelijk. Podiumgezelschappen hernemen oude voorstellingen die ze tegen lage kosten kunnen opvoeren. Dat doen ook grote gezelschappen als het Nationale Toneel, met een voorstelling als De Prooi. Nieuw werk wordt veel minder gemaakt of besteld. Musea en presentatie-instellingen voor hedendaagse beeldende kunst programmeren minder tentoonstellingen. En ze bezuinigen: ze ontslaan het vaste personeel, huren minder zzp-ers in, stootten hun eigen pand of opslagruimte af.

Na deze brief zal geen storm van protest opsteken. Daarvoor is het aantal afvallers nog te laag en zijn zij te weinig bekend bij een groter publiek. Bovendien, zo herhaalt Bussemaker nog eens in haar brief, was één van de doelstellingen van Zijlstra om het overaanbod in de podiumkunsten en beeldende kunst te bestrijden. Daar is dan een begin mee gemaakt.