Portugal zingt tegen de crisis

In Portugal zijn demonstraties tegen de regering minder gewelddadig dan in andere landen. Een kwestie van volksaard. Een operazangeres verstoort optredens van politici met gezang.

Een vrouw protesteert in Lissabon tegen nieuwe bezuinigingen die voor dit jaar zijn aangekondigd. Foto AFP, beeldbewerking NRC

Het hart van Ana Maria Pinto bonkte in haar keel toen ze opstond en haar mond opende om te zingen. De Portugese is een professionele operazangeres, maar dit optreden was anders dan alle andere.

De 32-jarige sopraan had zich gemengd tussen hoogwaardigheidsbekleders in een monumentale binnenplaats aan de oever van de Taag. De Portugese president Aníbal Cavaco da Silva had hier net zijn jaarlijkse toespraak voor de Dag van de Republiek gehouden. „Zodra hij was uitgesproken, stond ik op en begon te zingen. Hij schrok zichtbaar en liep meteen de ruimte uit”, vertelt Pinto, terugblikkend op een terrasje in Lissabon.

Ze vindt het niet erg dat de president de benen nam. „Ik wilde niet zozeer hem toezingen, maar de Portugese bevolking. Ik denk dat zingen in deze moeilijke tijden moed kan geven.”

Portugezen zijn een gemoedelijk volk. Ondanks de ingrijpende maatregelen die de trojka van Internationaal Monetair Fonds (IMF), Europese Centrale Bank (ECB) en Europese Commissie het land oplegt, verlopen demonstraties hiertegen vooralsnog gemoedelijk. Uit Lissabon komen veel minder vaak beelden van rellende betogers dan uit Athene of Madrid.

De Grieken dansen de sirtaki, Spanjaarden de flamenco. Portugezen luisteren fado. Dat zegt iets over onze volksziel, denkt Pinto. „We zwelgen graag passief in weemoed over een beter verleden. We hebben hier vorige eeuw geen burgeroorlog gehad. Zelfs onze revolutie [in 1974, red.] verliep niet gewapend, maar met anjers.”

Pinto’s gezongen protest zette een trend. In de maanden erna zouden meer openbare optredens van Portugese regeringspolitici verstoord worden met gezang.

Het broeit in Portugal, waar een groot deel van de bevolking in rap tempo verarmt door de crisis, de bezuinigingen en belastingverhogingen. Bij via internet georganiseerde demonstraties gingen honderdduizenden Portugezen de straat op tegen de regering en de maatregelen die de internationale trojka van Portugal eist.

Het hulpprogramma loopt in juni af. Maar – anders dan Ierland – lijkt Portugal tegen die tijd nog niet helemaal in staat zelfstandig op de markten te lenen. Het zal daarom hoogstwaarschijnlijk nieuwe steun krijgen. In de vorm van een kredietlijn of zelfs een volledige, tweede ‘bail-out’. Beide zouden gepaard gaan met afspraken over nog meer hervormingen en begrotingsdiscipline.

Pinto zong bij haar muzikale interventie Firmeza (Standvastigheid). De tekst is een gedicht van José João Cochofel, maar werd beroemd dankzij zanger/componist Fernando Lopes-Graça die er een protestlied tegen de fascistische Salazar-dictatuur van maakte. Hetzelfde deed hij met Acordai (Ontwaak), een gedicht van José Gomes Ferreira. Ook dit zingt Pinto regelmatig. Het zijn communistische liederen, maar volgens Pinto gaat de betekenis voorbij aan tegenstellingen tussen links en rechts. „Ze gaan over zelfbeschikking van een volk, over gerechtigheid.”

In Porto, waar ze woont, heeft ze inmiddels een interventiekoor opgericht. Ze zingen op de 1-meiviering of 25 april, de verjaardag van de Anjerrevolutie. Maar ook tegen bijvoorbeeld de sluiting van de boekenmarkt van Porto of de aanleg van een omstreden stuwdam in Noord-Portugal.

Portugezen mogen een vreedzaam en rustig volk zijn, als je ze te veel tergt, kunnen ze heftig reageren, zegt Pinto. „We hebben het punt van gewelddadige actie nog niet bereikt. Maar er komt een moment waarop dit voor steeds meer mensen een serieuze optie wordt.” Het zingen tijdens protesten helpt de sfeer goed te houden, denkt ze. „Mensen zijn altijd diep geraakt door het gezang.”

Het zingen kan dezelfde revolte, die een deel van de betogers wil, zodoende ook uitstellen, erkent Pinto. Van de politiek valt sowieso weinig verandering te verwachten. In de zomer ging het kabinet van de centrum-rechtse premier Pedro Passos Coelho rollend over straat. Inmiddels is de regering gelijmd en herschikt. Maar een ingrijpende koerswijziging wordt niet verwacht zolang het land onder buitenlandse curatele staat.

Zingen is moreel het juiste, meent Pinto. „Onze politici zijn geen slechte mensen. Maar ze leven ver van de dagelijkse realiteit. Ze vergeten dat er achter cijfers mensen schuilgaan. Hen toezingen helpt de politici herinneren, dat wij burgers er ook nog zijn.”