Opgepast, de Russen komen er zeker aan

Zorgwekkend hoog was het niveau van de Nederlandse schaatsers (m/v) op het kwalificatietoernooi voor de Olympische Spelen dat eind vorig jaar, om precies te zijn begin deze week, werd afgesloten. Het ene record na het andere sneuvelde. Op het KNSB Kwalificatietoernooi, om maar eens de officiële benaming te gebruiken, oftewel het KKT, piekte menig schaatser. Ze moesten wel, want dit was meestal hun enige kans om zich te plaatsen voor de Winterspelen.

Bange vraag is nu: slagen Ireen Wüst, Sven Kramer, Mulder & Mulder, Margot Boer en al die anderen erin om hun topvorm van nu te handhaven voor de Spelen, die over vijf weken in en nabij de Russische badplaats Sotsji beginnen? Ze geloven vast niet in het motto van die baron/pedagoog, samen te vatten als: deelnemen is belangrijker dan winnen.

Het KKT werd zo voor de Nederlandse schaatsers het op een na belangrijkste toernooi van het seizoen. Belangrijker dan de nationale, Europese en wereldkampioenschappen, zeker van veel meer betekenis dan die periodieke rondjes, verspreid over drie continenten, om de World Cup.

Ard Schenk, die heeft er verstand van, heeft zijn bedenkingen al geuit. En hij deed dat vooraf, voordat hij kennis had van het prestatiepeil op het KKT. Op 20 december schreef hij in De Telegraaf : „De spanningsboog is zo hoog dat het gevaar bestaat dat een schaatser straks al blij is dát hij naar de Spelen mag. Dat het halen van Sotsji in het onderbewustzijn belangrijker is geworden dan het presteren in Sotsji.” Misschien heeft Schenk ongelijk en is vormbehoud of zelfs verbetering dankzij moderne trainingsmethoden en -inzichten dan wel een nieuwe vormpiek op het juiste moment mogelijk. Schaatstrainers en inspanningsfysiologen weten er meer van. Dan nog is de vraag wat het beste moment voor zo’n kwalificatietoernooi is. Combineer het om te beginnen met de Nederlandse afstandskampioenschappen. Dat scheelt weer een plek op die overvolle schaatskalender in een olympisch jaar.

Want reken maar dat de Russen eraan komen. Amerikaanse sporters presteren traditioneel het best in een jaar waarin de Olympische Spelen op de kalender staan. Dat zal dit jaar zeker ook voor de Russen opgaan. Al was het maar omdat ze zich nog de toorn herinneren, vier jaar geleden, van president Medvevev, die toen voor de afwisseling een tijdje van functie had geruild met Poetin.

Rusland maakte er in 2010 in Vancouver bijna niets van. Het liefst zag Medvedev daarna alle verantwoordelijke bestuurders („luie, vette katten”) vertrekken. De Russische krant Sport Express vond dat er sprake was van een vernedering vergelijkbaar met de nederlaag van de Russische vloot tijdens de oorlog met Japan in 1905. Dramatiseren, dat kunnen ze wel, die Russen. Even wankelde de stoel van de minister van Sport, Moetko. Hij mocht blijven, maar had zijn lesje geleerd: toen het nationale voetbalelftal twee jaar geleden op het EK snel werd uitgeschakeld, begon hij alvast zelf de aanpak van de Nederlandse coach Dick Advocaat en inspanningsfysioloog Raymond Verheijen te kritiseren. Wie in 2010 wél moest opstappen, was voorzitter Tijagasjov van het Russisch Olympisch Comité. Geen gering besluit: hij was ook de privé-skicoach van Poetin.

Dus: op de eerste Winterspelen ooit die in Rusland worden georganiseerd, zullen de Russen in de naam van Poetin en Medvedev moeten presteren, anders kan Moetko het wel schudden. De Russische schaatsers, onder leiding van coach Kosta Poltavets, die het vak vooral in Nederland heeft geleerd, zijn zich in alle rust aan het voorbereiden. Niet gehinderd door een kwalificatietoernooi. Ze gaan pieken in Sotsji. Net als vorig jaar bij de WK afstanden op dezelfde baan. Hou ze dus in de gaten, Denis Joeskov, Olga Fatkoelina, Ivan Skobrev (en let ook op de Kazach Denis Koezin, een handjevol Polen, de Tsjechische Martina Sablikova). Ze zijn uit op kostbaar metaal: brons, zilver en het liefst goud.

John Kroon is redacteur en commentator bij NRC Handelsblad