‘Liever gemotiveerde vrijwilligers dan chagrijnige gezichten in De Bogerd’

In Gorinchem geloven ze niet in verplichte tegenprestaties voor een uitkering. In buurthuis de Bogerd werken ze volgens de ‘Jan en Jenny-aanpak’: vrijwillig.

De lijntjes zijn kort bij buurthuis De Bogerd in de Gorinchemse Lingewijk. Het werkoverleg heeft meestal ’s avonds in bed plaats, vertellen Jan (56) en Jenny Kant (55). Hij is de voorzitter van het stichtingsbestuur, zij is de beheerder van het wijkcentrum.

Met een handvol andere vrijwilligers hebben Jan en Jenny ruim een jaar geleden De Bogerd gered. De betaalde medewerkers van toen werden wegbezuinigd, sluiting dreigde. Nu kun je er terecht voor linedancing, yoga of een dagschotel van leerling-koks. In de oude garderobe is een kapsalon ingericht. Er is net nieuw meubilair van acaciahout.

„Het gaat er niet om wie je bent, maar wie je kent”, is het motto van Jan, matrijsbeheerder bij een kunststofverwerker en al 42 jaar voetbaltrainer bij Unitas. „Een oliebol?” vraagt Jenny, die vroeger werkte bij de lokale kopieercentrale.

Drie vrijwilligers met een bijstandsuitkering telt De Bogerd inmiddels. De eerste was een Afghaanse huisvrouw met twee dochters die geweldige hapjes kan maken. Er is een Iraanse automonteur die al koffieschenkend beter Nederlands wil leren. Een judoleraar gaat vanaf komende week met Jenny meedraaien, zodat zij een dag op haar kleindochter kan passen.

De drie bijstandsgerechtigden zijn er niet wegens de kerstvakantie. Maar Jan kan ook wel wat vertellen over vrijwilligerswerk, hoor. Jan kan overal wat over vertellen.

Bijstandgerechtigden verplichten om vrijwilligerswerk zoals dit te doen, zoals de regering wil, is zinloos, zegt hij. „Ik haal veel liever drie gemotiveerde vrijwilligers in een jaar binnen, dan dat er zes verplicht komen met een chagrijnig gezicht. Dan krijg ik problemen met bezoekers, daar zijn we niet mee geholpen.”

De gemeente Gorinchem en de Regionale Sociale Dienst Alblasserwaard/Vijfheerenlanden (RSD) zien ook weinig in een verplichte ‘tegenprestatie’ voor een bijstandsuitkering. Ze zijn wel enthousiast over De Bogerd. Het idee is dat nog vier wijkcentra gaan werken met de ‘Jan en Jenny-aanpak’: met weinig subsidie en veel burgerinitiatief, dus.

„De tegenprestatie is een onnodige maatregel”, zegt RSD-directeur Elone van Velthuijsen, tevens bestuurslid van Divosa, de vereniging voor managers van sociale diensten. „Er zal veel geld gaan zitten in bureaucratie en handhaving, terwijl we dat liever gebruiken om voor mensen weer werk te vinden, betaald of onbetaald. Bovendien kunnen we bijstandsgerechtigden ook nu al verplichten om te werken aan hun terugkeer op de arbeidsmarkt.”

Het Rijk heeft de laatste jaren de riante, gemeentelijke ‘participatiebudgetten’ van vroeger al ruimschoots gehalveerd. „Onze schaarse middelen willen we daarom zo efficiënt mogelijk inzetten”, vult Jeanette Phielix-Giskes, beleidsmedewerker van RSD aan. „En de tegenprestatie die het kabinet wil invoeren is niet gericht op reïntegratie op de arbeidsmarkt. Het staat helemaal los van de ontwikkeling van mensen – daarom hikken we er zo tegenaan.”

Alle ruim vierhonderd gemeenten moeten straks meer doen met minder geld. Het kabinet geeft ze meer verantwoordelijkheid voor mensen met een arbeidsbeperking zoals wajongers en voor mensen in de bijstand – naast langdurig zieken, de thuiszorg en de jeugdzorg. Het sociale domein wordt gedecentraliseerd.

Tegelijkertijd kampen gemeenten met hoge werkloosheid. In de regio rond Gorinchem (140.000 inwoners) is het aantal mensen in de bijstand sinds de crisis gestegen van onder de duizend tot bijna 1.500. Tweederde bevindt zich op de „onderste treden van de reïntegratieladder”, volgens de sociale dienst: ze zijn nog ver verwijderd van een ‘gewone baan’.

Om te voorkomen dat deze mensen verder geïsoleerd raken, probeert Gorinchem ze te verleiden tot vrijwilligerswerk. Zo is er een pilot met ‘netwerkcoaches’: mensen in de bijstand helpen lotgenoten om hulp in hun omgeving te zoeken. In de Westwijk in Leerdam bijvoorbeeld helpt een klusteam van bewoners de woningcorporatie. En in de gemeente Molenwaard is een ‘tweede huiskamer’ ingericht voor mensen met een ‘zorgvraag’.

„Het is niet dat we soft zijn, dat we hier de geitenwollen sokken hebben uitgevonden”, zegt sociale dienst-directeur Van Velthuijsen. „Door strenge controle aan de poort houden we 40 procent van de bijstandsaanvragen tegen. Maar los van de praktische bezwaren geloven we niet in een verplichte tegenprestatie. Het staat haaks op het idee van een solidaire participatiesamenleving.”

Niet iedereen is te porren voor vrijwilligerswerk, weten ze bij buurthuis De Bogerd. In het najaar nodigde de sociale dienst alle vijftig bijstandsgerechtigden in de Lingewijk uit zich aan te melden voor een eerste ‘doedag’. Alleen de Afghaanse huisvrouw schreef zich in. „Ik zei vooraf: al hou ik er maar één goeie aan over, dat is al winst”, zegt voorzitter Jan van het wijkcentrum. „Zulke dingen hebben een aanlooptijd nodig.”

Van de gemeente hoopt De Bogerd dit jaar 20.000 euro subsidie te krijgen. Verder moeten de inkomsten van sponsors en bezoekers komen. „Vroeger hoefde je alleen een kwartje in de biljartklok te gooien, nu kost sjoelen een euro en een bingokaart 50 cent”, vertelt Jan. Sommige ouderen in het naastgelegen appartementencomplex moesten even wennen aan de tarieven. „Wat we daarover te horen kregen. Gelukkig voor ons bouwen ze geen brandstapels meer.”