Laat die ladder daar niet staan

Het aantal inbraken neemt toe in Amsterdam. Daarom houdt de politie een Donkere Dagen Actie.

Een inbraak gaat razendsnel en hakt er flink in bij de bewoners.

Wat ziet inbreken er ineens gemakkelijk uit als je met de ogen van Fred Schoorstra kijkt. De inspecteur van politie rijdt samen met zijn collega Lhoucine Soussi door de buurt met burgemeesters- en dichtersnamen in Amsterdam-Nieuw-West. Hier: een boom die de hele voorgevel afschermt. „Daarachter kun je drie dagen ongemerkt je gang gaan.” Daar: een open bovenlicht. „Je gooit er een kind doorheen en die doet van binnenuit de deur open.” En het toppunt: een driedelige ladder die tegen een boom in een van de voortuintjes leunt. „Dit is gewoon een uitnodiging voor inbrekers. Waarom heeft die man überhaupt zo’n hoge ladder? Hij steekt meters boven het huis uit.”

Als de dagen korter worden moeten de politiekorpsen in Nederland extra goed op inbrekers letten. Inbraak is een vorm van criminaliteit die de politie rangschikt onder de zogenoemde high impact crimes, misdrijven die gewone burgers treffen en die er flink inhakken, zoals bijvoorbeeld ook straatroof. Maar terwijl de cijfers van straatroof en geweldsmisdrijven dalen door succesvol politiebeleid, blijven die van (poging tot) inbraak gelijk. En in Amsterdam stegen ze zelfs in het afgelopen jaar. Vandaar dat de Amsterdamse politie is begonnen met een Donkere Dagen Actie tegen inbrekers. In de buurten langs de Ringweg A10 – van Amsterdam-Noord tot Amstelveen – is die actie het meest nodig. Kennelijk liggen die gunstig voor criminelen; je zit zo op de snelweg als je moet vluchten. Dus daar hebben agenten en andere toezichthouders 50.000 adressen bezocht om voorlichting te geven.

Begin december gingen politiechef Jan Pronker en stadsdeelvoorzitter Achmed Baâdoud in Nieuw-West de deuren langs in de dichtersbuurt. Ze belden aan, met wat folders en een tijdschakelaar (zodat er ook licht aanfloept als de bewoner niet thuis is) en ze vroegen de bewoners of die goed wilden helpen opletten. „Als u het niet vertrouwt, gewoon 112 bellen, daar doen we niet moeilijk over.”

Dat is een van de redenen dat inbraak zo’n taai misdrijf is. Het gaat razendsnel. Agenten schatten dat een inbreker gemiddeld drie minuten in een huis rondloopt. Dat is een wel heel korte tijd voor de politie om hen te betrappen. Vandaar dat alle hulp van buurtgenoten welkom is. Hondenliefhebbers worden gepaaid met halsbanden voor hun dieren, buschauffeurs met thermosmokken, alles om ze maar in te schakelen als „ogen en oren” van de politie. Lhoucine Soussi zegt dat hij laatst een telefoontje kreeg van een buurtbewoner dat hij iets verdachts had gezien – een half uur geleden. Heel aardig, maar ook wel heel laat.

In de patrouilleauto vertellen Schoorstra en Soussi dat als de goudkoers hoog is, er meer goud wordt gestolen en dat dan Turkse gezinnen vaker het slachtoffer worden – die zetten spaargeld vaker om in goud. Ze mopperen op tv-programma’s waarin details van de opsporing worden getoond, waar inbrekers hun voordeel mee kunnen doen. Ze hebben het over de kerntrekmethode, over flipperen (een slot openen met een creditcard) en over babbeltrucs. MO, zeggen ze steeds, modus operandi, de werkwijze die boeven hanteren. „Inbrekers innoveren ook”, zegt Schoorstra. Als een bewoner een goed cilinderslot laat plaatsen, dan kan de inbreker er een zeskantige torxschroevendraaier in rammen en de hele cilinder naar buiten trekken: de kerntrekmethode. Wat helpt daartegen? Een ijzeren plaat achter het slot.

Schoorstra en Soussi benadrukken dat tijd voor inbrekers – meestal medebewoners van de buurt van hun slachtoffers – essentieel is. Als boeven inschatten dat inbreken riskant veel tijd kost of lawaai vergt, nemen ze gewoon het volgende adres. Dus is het even essentieel om het de inbrekers lastig te maken. Voor het terugdringen van de kans dat bij jou thuis wordt ingebroken is dat essentiëler dan de vraag of er veel of weinig politie in de buurt op straat is.

Dat is de reden dat Schoorstra en Soussi hoofdschuddend door de straten rijden. Leuk dat je een schutting om je tuin zet, maar waarom eentje met horizontale planken? „Dat is een ladder voor de inbreker.” Heel goed dat je een eigen vuilcontainer hebt. „Maar leg hem dan met een ketting vast, anders rolt een inbreker hem onder het balkon en is-ie zo boven.”

In de Westelijke Tuinsteden, aangelegd tussen grofweg 1955 en 1970, is inbraak de meest voorkomende, hardnekkige vorm van criminaliteit, zegt Schoorstra, hoewel hij statistieken wantrouwt: „Als iemand een schroevendraaier in zijn tuin vindt, registreren wij het soms al als poging tot inbraak.” Dat het hier veel voorkomt staat buiten kijf. Een buurtagent in West twitterde in december een record rond: 54 (pogingen tot) inbraken in één week. Veel, zegt Soussi, maar logisch: het hang- en sluitwerk en de deuren in deze oude woningen zijn niet tegen inbrekers bestand. Bovendien wonen er veel ouderen en de meeste slachtoffers zijn geboren in 1923 of eerder. „Help die mensen nou.”

Die laatste opmerking is geadresseerd aan het stadsdeel en de woningbouwverenigingen. Inbraak is een gelegenheidsmisdrijf, en het is aan burgers en overheid om de gelegenheid weg te nemen. Al dat opgeschoten groen – bezuinigingen van het stadsdeel – geeft inbrekers de kans hun werk in het verborgene te doen. En waarom kunnen de woningcorporaties wel elk jaar de huur met 3 procent verhogen, maar niet de flinterdunne deuren met de enkele sloten vervangen door meer geharnast materiaal? Twee jaar geleden stelde het stadsdeel 6.000 kierstandhouders voor de ramen ter beschikking. Die hebben een jaar lang op de plank gelegen omdat niemand ze wilde monteren. Inspecteur Schoorstra is toen zelf maar begonnen met de schroefmachine. „En het bleken kierstandhouders te zijn die maar op een bepaald soort kozijnen pasten”, zegt Soussi.

Maar zelfs als alle publieke instanties optimaal meehelpen – en in de Dichtersbuurt loopt dit jaar een pilot voor intensieve samenwerking – dan nog is preventie ondoenlijk zonder de inzet van de bewoners zelf. De politie organiseert bijeenkomsten voor buurtbewoners om ze te doordringen van hun eigen rol. Dan laat Schoorstra dia’s draaien met foto’s uit de buurt. Verkeerd geparkeerde auto’s, op straat gekwakt grofvuil. „Een verloederde buurt wordt nooit veilig”, zegt Lhoucine Soussi, „en een onveilige buurt wordt nooit leefbaar.” Er zitten ook foto’s bij van openstaande balkondeuren, van bomen die het hele huis onzichtbaar maken, en van die ladder die al drie jaar lang open en bloot klaar staat op het balkon. „En dan zeggen mensen nog: bij mij gebeurt het niet.”

Fred Schoorstra is een keer over het hek gestapt en heeft de dekbedden uit het openstaande raam op de eerste verdieping getrokken. Vervolgens belde hij bij de voordeur aan. „Goedemiddag mevrouw, zijn dit uw dekbedden?” Niet dat de bewoner blij was met het gratis advies. „Zoiets doe je toch niet”, zei ze tegen Schoorstra. Maar kijk, wijst hij tevreden, „die man heeft de rommel in zijn tuin wél opgeruimd op mijn advies”.