Laat de gewone student met rust

Door de prestatiecultuur in het onderwijs voelt de middenmoot zich onterecht minderwaardig. Laten we accepteren dat we ‘gewoon’ zijn, stelt Jeroen van Baar.

Het afgelopen jaar was als het om onderwijs ging het jaar van de excellentie. In het voorjaar kregen tweeënvijftig scholen van het ministerie van Onderwijs het predicaat ‘excellent’ toegekend. In de herfst pleitten boze studenten in de kranten voor kleinere groepen en selectiever hoger onderwijs.

Dit jaar had ik voor het eerst aan een nieuw honours programme van mijn master deel kunnen nemen: U-SELECT – Utrecht Selective Excellent Life Sciences ExtraCurricular Track. Voor studenten zoals ik, leden van de prestatiegeneratie, zijn zulke superlatieven aan de orde van de dag.

De recente aandacht voor uitmuntendheid op onze scholen en universiteiten is niet ongemerkt voorbijgegaan, maar er is redelijk weinig kritiek op geleverd. Dat is gek, want het is nogal een breuk met de Nederlandse onderwijstraditie. Het onderwijs in ons land werd vroeger wel omschreven als een ‘hoogvlakte zonder pieken’: goede scholing was voor iedereen beschikbaar, maar er was weinig ruimte voor uitzonderlijk talent.

Hier is het afgelopen decennium verandering in gekomen. In 2003 zei premier Jan Peter Balkenende: „De gelijkheidsdeken die nu nog grote delen van onze kennissamenleving bedekt, mag wat mij betreft flink worden opgeschud. Tevreden zijn met een zesje past niet meer in deze tijd. Wie heel goed presteert, mag daar ook best de vruchten van plukken.” Aldus geschiedde: selectieve studies schoten als paddestoelen uit de grond. Aan de zesjescultuur moest een einde worden gemaakt.

Een strak afgetekende bovenlaag

Excellentie is een lastig onderwerp, want je kunt er moeilijk tégen zijn. Hoge kwaliteit, wie wil dat nou niet? Toch moeten we ons afvragen of we het kind niet met het badwater weggooien door puur te focussen op topprestaties. Excellentie kan immers niet zonder selectie: een topopleiding is alleen uitmuntend als zij wordt bevolkt door de beste studenten. Dit betekent dat meer excellentie in het onderwijs vanzelf leidt tot een strak afgetekende bovenlaag van relatief ontoegankelijke kwaliteitsopleidingen.

En juist deze ontoegankelijkheid is het probleem. In de Verenigde Staten wordt pijnlijk duidelijk dat selectief hoger onderwijs leidt tot gigantische stress onder middelbare scholieren: zij moeten zo vroeg mogelijk beginnen met het opbouwen van een cv, anders maken ze geen schijn van kans op een plekje bij een Ivy League-universiteit. En zonder mooie naam op je diploma krijg je geen topbaan. Je zou wel gek zijn als je je aan deze rat race zou onttrekken.

Zelfs de allerbeste studenten zijn met selectief onderwijs niet beter af. Zij komen vanzelf op hun niveau terecht, of dat nou via Utrecht of via Oxford is.

Voor de grote middenmoot is selectiviteit echter een regelrechte ramp. De Nederlandse studententijd, die bekend stond om zijn onbezorgde karakter en de ruimte gaf aan zelfontplooiing van de student, is vervangen door een competitieve cultuur waarin slechts cijfermatig uitblinken centraal staat. Zelfs wat langer doen over je studie, om persoonlijke ontwikkeling mogelijk te maken, wordt van alle kanten ontmoedigd. Studenten zijn geen watjes meer: er moet worden gescoord!

Niemand wil nog ‘gewoon’ zijn

Het gevolg is dat niemand meer een ‘gewone student’ wil zijn. Iedereen in mijn generatie probeert zich krampachtig te onderscheiden, door kunstmatige nevenactiviteiten op zijn cv te zetten of meerdere studies door elkaar heen te volgen. Zolang ik maar uitblink, luidt de mantra.

Deze denkwijze heeft grote gevolgen voor de arbeidsmarkt. Er is een oplopend tekort aan leraren en verpleegkundigen in ons land omdat deze beroepen niet geassocieerd worden met ‘excellentie’. Veel van mijn medetwintigers zijn wel zeer geïnteresseerd in ‘topwerkgevers’ als Shell of McKinsey, en nemen daar graag een baan aan zonder goed te weten wat er van ze zal worden gevraagd. We kiezen voor prestige, terwijl we de inhoud uit het oog verliezen.

Door ons te concentreren op meetbare prestaties verdringen we belangrijke persoonlijke kwaliteiten als altruïsme, betrouwbaarheid en (excusez les mots) goed burgerschap. Nederland zoals we het kennen draait op vriendelijkheid en bescheidenheid, maar in plaats daarvan proberen we iedere student door een traject van competitie en ambitie te persen. Zo creëer je geen onafhankelijk denkende hoogopgeleiden, maar egoïsten die alleen maar willen winnen.

Zoals ik in De prestatiegeneratie beschrijf, is presteren voor de twintigers van nu belangrijker dan ooit. We zetten onszelf als sterk merk in de markt, en vergelijken ons continu met anderen via Facebook en LinkedIn. Dit leidt tot ontevreden en individualistische mensen, maar ook tot burn-outs en depressies. De top voelt zich gewoontjes, de middenmoot heeft een minderwaardigheidscomplex. De enige oplossing is deze: accepteren dat we allemaal best gewoon zijn en onze middelmatigheid uitbundig vieren.

Laat de gewone student dus met rust; laten we niet iedereen langs dezelfde meetlat van excellentie leggen. Er zal altijd een grote groep studenten blijven die gewoon naar de universiteit gaat om een fijne volwassene met enige kennis van zaken te worden. Nederland zal prettiger zijn als we deze jongeren niet, zoals steeds vaker het geval is, in een soort academische Hunger Games laten meespelen. Daarom zeg ik: lang leve de zesjescultuur!