Iets minder saus graag, maar het eten is goed

Foto Olivier Middendorp

Lof ziet er tof uit. Van buiten loop je er zo voorbij. De pui is grijs, door de ramen moet je voorbij een rij van dezelfde planten kijken om te zien wat er binnen gebeurt. Rechts onderaan staat onopvallend ‘Lof’. Op de houten vloer staat een lange tafel in het midden van de zaak, erop een toren van wijnglazen en een koeler met open flessen. Aan de kop een houten slagershakblok met het brood. De inrichting is lekker ruig. Een muur is een schoolbord met erop de wijnen. Stalen pennen uit onbewerkt baksteen bij wijze van wijnrek.

Voor de open keuken staat een robuuste marmeren vitrine. Erboven trossen gedroogde pepers aan grote vleeshaken. Ernaast een verweerde kast met drank. Niets roestvrijstalen lekbak, zelfs geen tap. Bier is hier Grolsch, uit een flesje. Meer smaken hebben ze niet. Dat vind ik wel stoer. Net als de ouderwetse geblokte theedoeken die dienst doen als servet. (De plastic mandjes waarin het ook al niet heel bijzondere brood wordt geserveerd zijn dan wel weer erg shabby, maar soit.)

Zoals Yoeri Albrecht zegt: de inrichting straalt goed, simpel en betaalbaar uit. Om met dat laatste te beginnen: drie gangen eet je voor 40,-, vier gangen is 47,50. Niet duur, maar ook niet per se goedkoop. Hetzelfde geldt voor de wijn. Huiswijn is er voor 3,75 per glas. Flessen doen tussen de 24,- en 42,50. Drie ervan zijn per glas te verkrijgen (5,-/6,-). De viognier is licht en heeft weinig structuur, niets noemenswaardigs. De corzanello daarentegen is een hele smaakvolle, fijne rode wijn.

Lof heeft geen kaart. Er zijn standaard drie voorgerechten, drie hoofdgerechten en een paar toetjes en dat kan van dag tot dag verschillen. De bediening declameert de gerechten. Wie voor een viergangenmenu gaat, mag zelf kiezen uit een extra voor- of hoofdgerecht. (Er is ook een ‘voorgerechtenmenu’, dan krijg je ze allemaal voor 35,-.) De keuze is vandaag uit gerookte hertencarpaccio, langoustines met antiboise en burrata met biet.

Op aanraden van Albrecht bestellen we ook de oesters (buiten de imaginaire kaart). Het zijn zes frisse fines claires, niets mis mee, maar ze hadden wel even losgemaakt mogen worden. Het gerookte hert is niet droog, dat is goed. Erop liggen chips van cassave – geen kroepoek, maar gewoon gefrituurde geschaafde flinters, zoals we vroeger met pastinaak deden. Lekker, maar met te veel saus – en dat maakt het zo ‘eetcafé’. De langoustines zijn perfect gegrild, maar vooral de grove antiboise met Taggische olijven is echt te gek bij dat zoete vlees. Ze worden geserveerd op blaadjes tatsoi (familie van de paksoi). Ik had er nog nooit van gehoord. Een interessante eigen smaak, een frisse tegenhanger. Mooi gerecht.

Ook de hoofdgerechten (fazant, kabeljauw of polenta met eekhoorntjesbrood en palmkool) zijn interessant qua smaakcombinatie en kwalitatief goed. De gevulde fazant (heel fijn gekruid) komt op een überrijke ‘zuurkool carbanora’: zalvige puree met zuurkool, spek en veel room. Geen licht gerecht, geen kleine portie, maar prima in balans. Een troostend bord eten. Net als de kabeljauw, goed gegaard (net flaky, maar niet te ver). De hollandaise met witte balsamico is romig en fluffy, de brandade (gezouten kabeljauw met aardappelpuree) ondersteunt het geheel prima. Knapperig worteltje erbij, stukje bleekselderij. Af.

Het eten is goed, maar de borden zijn wel erg plomp opgemaakt. Een beetje minder saus en een beetje meer finesse zou niet misstaan. De kwaliteit verdient iets meer presentatie. En iets meer souplesse in de bediening. Geen kaart is leuk, maar het zou fijn zijn als ze dan iets meer zou kunnen vertellen over de huiswijn en niet bij elke tweede vraag de keuken in moet duiken. De toetjes, een baksteen ganache en arretjescake (schattig) met bosbessen, beide met dezelfde coulis als garnering, zijn mierzoet. Feit blijft dat je hier kwalitatief goed en best betaalbaar kunt eten. Toffe gerechten – helemaal niet zo simpel.

Elke week test onze recensent Joël Broekaert het favoriete Amsterdamse restaurant van ’n bekende Nederlander.