‘Elk volk heeft z’n eigen lievelingszeep’

Amsterdam barst van de leuke, gekke, bijzondere winkeltjes. In deze rubriek passeren ze één voor één de revue. Vandaag: een zeepwinkel aan de Prinsengracht.

foto Bram Budel

‘Met zeep alleen zouden we het niet redden”, zegt Turid Nilsen (1957), eigenaar van La Savonnerie, het sinds 1996 op de hoek Prinsengracht/ Elandsgracht gelegen zeepwinkeltje. Ze wijst op handgemaakte toilettassen uit Parijs, babyknuffels en chique handdoeksetjes.

Toch is het nog vooral zeep wat de klok slaat hier. Zeepjes in alle maten en vormen, van groot tot klein, in een scrubvariant of met etherische (uit planten gewonnen) oliën. Maar het meest in het oog springend zijn toch de zelfgemaakte zeepjes. Een apparaat dat nog het meest doet denken aan een gehaktmolen kan in één keer 5 kilo zeep in één bepaalde kleur produceren. Die maken zij hier zelf: de basis bestaat uit geur- en kleurloze ‘zeepnoedels’, die weer bestaan uit palm- en kokosolie. Daar worden geuroliën en kleurpigment aan toegevoegd. Zo ontstaat één grote massa blauwe, paarse of oranje zeep (en zo nog ruim veertig kleuren – elk met een eigen geur) die door het verwarmen zacht en kneedbaar is geworden. Daaruit worden vervolgens diverse vormen gegoten. De zepen, mooi robuust van vorm, met de geur in letters erin gedrukt en gesorteerd op kleur, verkopen goed.

„Het grappige is dat een volk soms echt zijn eigen voorkeur blijkt te hebben”, zegt Nilsen. „De hele wereld komt hier: we staan in alle boekjes over Amsterdam en liggen ook nog in de loop op weg naar het Anne Frank Huis. Al jaren zie ik dezelfde voorkeuren. Amerikanen kopen vanille, kokos, perzik en abrikoos. Engelsen gaan voor bloemengeuren: camelia, lavendel. Nederlanders willen lavendel. En Japanners kiezen altijd voor zoete, roze kleurtjes.” Noren en Zweden gebruiken geen stukken zeep, lacht Nilsen – zelf Noorse –, „die doen alles uit de fles; doucheschuim, badschuim. Zij kopen hier zeepdispensers.” En Duitsers blijken vooral van de kleur blauw te houden: „of het nu gaat om zeep, toilettassen of handdoeken: als het maar blauw is. Oh ja, en Duitsers zijn ook de enigen die de kaneelzeep kopen. En welgeteld één Nederlander. Die man komt een paar keer per jaar binnen, pakt snel een stuk kaneelzeep van de plank, betaalt en is weer weg.”

Van dezelfde zeeppartij maken ze ook kleinere blokjes met letters erop , hartjes of andere symbolen ( 90 cent per stuk). Een populair cadeautje is iemands naam in zeepjes, chic verpakt in doorzichtige folie.

Andere bijzondere producten zijn Savon d’Alep, zeep uit het Syrische Aleppo, zonder parfum maar met olijfolie en laurierbesolie, „daar wordt de huid rustig van; heel goed voor huidziekten als acné en psoriasis” en een verzorgingslijn speciaal voor de gevoelige huid op basis van ezelinnenmelk, „van een vrouw uit België die honderd ezels houdt”.

De crisis is ook hier goed te merken, al jaren: „Mensen komen vaker alleen kijken, om niks te kopen.” En ook de recente huurverhoging van 500 euro netto per maand maakt de toekomst er niet zekerder op. Maar voorlopig blijft Nilsen vertrouwen op haar grootste troef: er is in heel Amsterdam niet één winkel zoals de hare. En dat de hele dag door toeristen binnenlopen om de weg te vragen naar het Anne Frank Huis of – hilarisch – het pal tegenover liggende Houseboat Museum („Is it really a bóát??!”) is mooi meegenomen.

La Savonnerie, Prinsengracht 294 (hoek Elandsgracht). www.savonnerie.nl