Een soep van open grenzen

Laat de arbeidsmarkt een beetje verstoord zijn door de open grenzen, er staat een enorme potentie voor de soepmarkt tegenover. Welk culinair profijt zouden we niet kunnen behalen als we onze soeppannen open stellen voor de Oost-Europese combinatie van knolselderij en eekhoorntjesbrood.

Niets ten nadele van de selderijknol, maar op het bord kan hij het moeilijk alleen af. Hij heeft baat bij een smaakrijke partner. En als u op ziet tegen de keukenarbeid die het schoonmaken van de vaak wat weerbarstige selderijknol met zich meebrengt, zet dan gewoon een Bulgaar of Roemeen in de keuken.

Week het gedroogde eekhoorntjesbrood een kwartier in 2,5 heet water. Zeef het weekvocht door koffie- of theefilter. Spoel eventuele ongerechtigheden en zand van het geweekte eekhoorntjesbrood.

Laat in een soeppan met een dikke bodem de uisnippers op een laag vuur in 20 gram boter zacht worden. Neem 300 à 350 gram selderijknol. Snijd de knol in plakken van 1 à 1,5 centimeter dikte. Schil de plakken. U houdt, afhankelijk van de knoestigheid van de knol, ongeveer 250 gram aan schoongemaakte selderijknol over. Snijd de plakken in blokjes. Laat de blokjes selderijknol een minuut of vijf zachtjes meebakken met de uisnippers. Doe de groentebouillon en het eekhoorntjesbrood met het gezeefde weekvocht erbij, net als het laurierblad en de takjes rozemarijn en tijm.

Laat in 20 minuten of wat langer de selderijknol garen. Vis de takjes van de kruiden en het laurierblad uit de soep. Pureer de soep, bij voorkeur met de staafmixer of in een blender. Hij is dan meteen mooi licht gebonden. Roer de slagroom door de soep. Breng op smaak met peper en zout. Laat de soep nog een paar minuten zachtjes koken.

Serveer de soep met een garnituur naar keuze, bijvoorbeeld broodcroutons en fijngeknipte platte peterselie. Als het om soep gaat kunnen de grenzen niet open genoeg zijn.