Een branche waarin alleen de anderen zich vergissen

‘De gait heb skimmel’ Iedereen weet dat er dan maar één ding helpt. Dus worden de boerenjongens naar het erf geroepen en stellen ze zich rond de beschimmelde geit op, knopen hun broeken open en piesen het dier schoon. Dat wil zeggen: bijna schoon. Want er is altijd nog de uier. En de jongens krijgen er geen druppel meer uitgeperst. ‘Jullie mannen doen alles maar haolve’, zegt de boerendochter. Ze draait de geit op haar rug, spreidt haar rokken, hurkt boven de uier en maakt het karweitje af.

Mooier nog is het verhaal van het lijk. Op een ochtend loopt een van de boerenjongens door de wei als hij een lichaam aan ziet komen drijven. Een rijk lijk, een stadslijk ook. Met de hooivork haalt hij het zompige lichaam naar zich toe (het kost moeite om het ding weer uit de buik te trekken): hij ziet dat er een gouden horloge in de vestzak van de rijkaard zit. Hij klapt het open. ‘Vier uur’, ziet hij. Dan kijkt hij omhoog naar de stand van de zon en zegt: ‘Da klup nie’.

De rest van de kampeervakantie – en jaren daarna – riepen mijn vader en ik op gezette tijden ‘De gait heb skimmel’ en ‘Da klup nie’ tegen elkaar. Als een doorlopend eerbetoon aan Herman Pieter de Boer, die tezelfdertijd bij het minder scabreuze deel der natie beroemd werd als schrijver van op een andere manier geniale liedjes. Overigens lazen we de boerenverhalen op steeds verder vergelend krantenpapier, waarschijnlijk een oud Bulkboek. Hoe het boek heette – geen idee. Maar iets hoeft geen kaft te hebben om onvergetelijk te zijn. Overigens werd Zalig zijn de schelen van Herman Pieter de Boer en Betty van Garrel vorig jaar nog uitgegeven door het kleine Afdh-uitgevers, al was het maar om uit te leggen hoe veel er gebeurt bij de kleine uitgeverijen.

De grote broers zijn intussen doodsbang om een seconde te verliezen in de strijd om hun begroting van 2014, zo blijkt uit de seizoensplannen die volgende week donderdag op Vers voor de Pers worden gepresenteerd. Deze week verschijnt al de nieuwe roman van Franca Treur, volgende week komt de nieuwe Murakami, en De Bezige Bij was zich al weken aan het warmlopen voor de verschijning van de ‘literaire sensatie’ De waarheid over de zaak Harry Quebert van Joël Dicker – het boek waarover Le Monde schreef: ‘een thriller waarvan de literaire dimensie hoofdzakelijk rust op het feit dat de hoofdpersonen schrijvers zijn’. Een miljoen Fransen kocht het boek, dat een omgekeerde Herman Pieter de Boer lijkt: want bij hem zijn de personages analfabeet, maar is het eindresultaat literair.

Ach ja, uitgevers. Boekblad vroeg acht ‘boekenvakkers’ naar hun grootste teleurstelling of vergissing van het afgelopen jaar. Het antwoord van de directeur van de CPNB vat de acht samen: ‘Vergissingen horen bij ieders werk. Maar in mijn geval waren daar geen ernstige bij. Teleurstellingen hadden we veel meer. We hadden goede ideeën, waar wij heilig in geloofden, die om verschillende redenen niet door konden gaan. En dat gebeurde bijna dagelijks.’ Want wat blijkt: geen enkele betrokkene blijkt een eigen vergissing of fout te kunnen noemen. De conclusie is dus dat er in een branche die tussen de vijf en tien procent krimpt alleen anderen fouten maken.

De boer kijkt naar de stand van de zon en mompelt: ‘Da klup nie.’