De koningin kwam uit haar stoel toen ze dit las, blijkt nu

Het Nationaal Archief heeft gisteren opnieuw honderden meters dossier vrijgegeven Er zijn ook geheime stukken van koningin Wilhemina bij Ze maakte zich in 1938 zorgen om spionage

Wat doet een koningin die met vragen zit nadat ze een artikel in de krant heeft gelezen? Die verzoekt gewoon een minister om opheldering. Tenminste, zo deed koningin Wilhelmina het. Dat blijkt uit stukken die sinds gisteren zijn in te zien in het Nationaal Archief in Den Haag.

Zoals traditie is, gaf het Nationaal Archief op de eerste werkdag van het jaar weer honderden meters archivalia aan de openbaarheid prijs. Die werden om verschillende redenen – staatsveiligheid, privacy – achter slot en grendel gehouden, alleen in te zien door onderzoekers na een met redenen omkleed verzoek. Nu kan elke Nederlander ze bekijken.

Stukken uit het geheim archief van het Kabinet der Koningin komen na 75 jaar vrij. Dit jaar is het dus de beurt aan de papieren uit 1938. Daaruit wordt iets duidelijk over de leesgewoonten en interesses van koningin Wilhelmina.

Streng voor spionnen

In de ochtendeditie van het Algemeen Handelsblad (een voorloper van deze krant) van 24 mei van dat jaar, las ze een artikel over maatregelen die de Luxemburgse regering wilde nemen tegen ‘buitenlandse spionage en agitatie’. Wat waren eigenlijk de bevoegdheden van de Nederlandse regering op dit gebied, en moesten die, gezien de internationale spanningen, niet worden aangescherpt, vroeg de vorstin zich af.

Minister van Justitie Carel Goseling (RKSP) kreeg de taak de vragen van Wilhelmina te beantwoorden. Hij nam er de tijd voor. Pas vijf maanden later, op 21 oktober, kwam zijn brief binnen bij het Kabinet der Koningin. De Nederlandse wet bleek strenger voor spionnen dan de Luxemburgse, schreef hij. Zo kende Nederland een hogere maximumgevangenisstraf voor het ten behoeve van een inlichtingendienst ontvoeren en over de grens smokkelen van een persoon. Die bedroeg hier ten lande twaalf jaar. Dat was geheel terecht, aldus Goseling, „gezien het afschuwelijke karakter van het delict”.

De teugels aanhalen

Wilhelmina bleef ook in het onderwerp geïnteresseerd. Op 10 december ontving Goseling opnieuw een verzoek van de koningin, nadat ze een artikel in het Algemeen Handelsblad had gelezen. Ze maakte zich nog steeds druk om personen die de lieve vrede in Nederland in gevaar brachten, al dan niet van buitenlandse nationaliteit. Dit keer ging het om een stuk over een Zwitsers wetsvoorstel tegen ‘revolutionaire propaganda’. De koningin wilde weten of de Nederlandse regering wel voldoende bevoegdheden had op dit terrein.

De minister antwoordde nu sneller. Zijn brief plofte tien dagen later op de mat. „Uwer Majesteits Regeering” beschikte reeds over de meeste bevoegdheden uit het Zwitsers voorstel, schreef hij. Maar, aldus Goseling, misschien konden de teugels nog wat verder worden aangehaald. Hij zou onderzoeken of het wenselijk was deze bevoegdheden, „met name ook ten aanzien van Nederlanders” verder uit te breiden.

Naar dat laatste had Wilhelmina kennelijk wel oren. Met potlood schreef ze voor op de brief: „bevoegdheden tegenover Nederlanders W”.