Bij de pony vallen de manen over de ogen à la Brigitte Bardot

Vijftien kilometer is het met de auto. De N275, de Kleefsedijk, de Steeg: de kortste weg van Meijel naar Sevenum. Als wandelaar – de provinciale weg ontwijkend – moet je er twee kilometer bij optellen. Langs het torentje van Grashoek, of ‘graashoek’, zoals in Wandelingen der Neederlanden staat: ‘Hier gingen de paarden uit eten’. Joyce Roodnat, redacteur voor deze krant, liet zich tot de route inspireren door de Atlas der Neederlanden – het historische kaartenboek dat bijna tweehonderd jaar geleden werd gemaakt, onder gezag van de kersverse koning Willem I. De vorst wilde weleens weten hoe het land waar hij voet aan wal gezet had eruitzag.

Roodnat en collega Kester Freriks liepen met die Atlas door huidig Nederland – twee wandelingen per provincie, plus een zeiltocht over de voormalige Zuiderzee. In Wandelingen der Neederlanden brengen ze het historische tweedimensionale kaartenlandschap tot leven.

De route van Meijel naar Sevenum is ook etymologisch interessant: daar komt onze uitdrukking ‘mijl op zeven’ vandaan. Een onnodige omweg maken, betekent het tegenwoordig. Vroeger niet. Roodnat: ‘Koos je de kortste weg naar Sevenum, dan was de kans groot dat je het er niet levend van afbracht. Want dan moest je door dat moeras. (…) En dus deed je het anders. Je koos voor een mijl op zeven: je nam je tijdverlies en volgde de weg die met een boog om het moeras heen voert.’

Zelf loopt Roodnat ‘zo rechtdoor als ik kan’ – zeventien kilometer dus, langs graashoek, langs pony’s. ‘Hun manen waaien op in de wind en vallen over hun ogen, à la Brigitte Bardot.’

Freriks en Roodnat schrijven in zwierige zinnen, rijgen heden en verleden aaneen. Roodnat, bij Loosdrecht, denk aan Frederik van Eeden: ‘Er hangen hier zo veel waterlelies in het water dat ik het vanzelf denk: ik heb de witte waterlelie lief.’

Freriks beschrijft bij Oostvoorne hoe ongetemde kust moest wijken voor tuinbouwglas en ‘apocalyptische vergezichten’: ‘Nu de avond is gevallen, branden de vuren aan de horizon van Europoort en Maasvlakte in volle gloed. Bij dit licht kan ik met enige moeite de historische kaart lezen.’

Die kaartfragmenten fascineren, doen denken aan de tijd dat men nog niet op bergschoenen LAW-vlaggetjes en ANWB-paddestoelen volgde. Was wandelen vroeger noodzakelijk om van A naar B te komen, nu is het een ‘mijl op zeven’. Dat raakvlak tussen toen en nu maakt Wandelingen der Neederlanden interessant. Het boek prikkelt tot erop uitgaan, maar levert ook mooie verhalen om opgekruld op de bank te lezen.

Gemma Venhuizen