Bezuinigen leidt tot carrousel in kunsten

Jeff Koons, Ushering in Banality (1988, beschilderd hout), collectie Stedelijk Museum Amsterdam

In een brief die de Eerste Kamer deze week van minister Bussemaker (Cultuur, PvdA) kreeg, zet zij de gevolgen van de bezuinigingen op cultuur uiteen. 173 instellingen blijken sinds begin 2013 geen subsidie meer te krijgen van de rijksoverheid of lokale overheden. Zij zijn de grootste slachtoffers van de door staatssecretaris Zijlstra (VVD) tijdens het vorige kabinet ingezette bezuinigingen van 200 miljoen euro op cultuur.

De bezuinigingen bij de rijksoverheid zetten een carrousel in gang door het hele subsidiestelsel. Instellingen die in de vorige subsidieperiode die tot en met 2012 duurde nog direct door het Rijk werden gesubsidieerd, klopten aan bij de rijksfondsen als Fonds Podiumkunsten en Mondriaan Fonds of bij lokale overheden. 52 instellingen die direct door het Rijk werden gesubsidieerd tot 2012 hebben zo, ten koste van andere, een subsidie elders veroverd bij die fondsen.

De fondsen werden in dezelfde bezuinigingsoperatie van Zijlstra ook flink gekort op het budget dat zij kunnen verdelen over culturele instellingen en dus ontstond daar een verdringingseffect. Om ook talentvolle nieuwkomers een plek te geven besloten de fondsen 35 instellingen geen subsidie meer te geven. 9 daarvan stopten.

Een ander alternatief waren provincies en gemeenten, maar ook zij bezuinigden de afgelopen jaren soms flink op hun subsidiebudget. De nettobijdrage aan cultuur van de 35 grootste gemeenten en de 12 provincies was in 2011 nog 1.374 miljoen euro. In 2013 was die bijdrage met 125 miljoen euro gedaald tot 1.249 miljoen. Het kostte 73 instellingen hun subsidie. Zeker 14 daarvan zijn gestopt, maar het ministerie geeft aan van het aantal lokale afvallers geen exact getal te hebben.