Voor slimme autisten is geen plek te vinden

Pionier Utrecht tobt met gebrek aan geschikte onderwijsplekken en ontevreden ouders.

Elk kind moet voortaan een geschikte onderwijsplek krijgen, liefst op een reguliere school. De 150 samenwerkingsverbanden van scholen in Nederland mogen dat allemaal op hun eigen manier doen. Foto ANP

Vlak voor de zomervakantie bakte de toen 11-jarige Loek uit Utrecht een taart voor zijn klasgenootjes in groep acht met de tekst ‘Hoera ik ben aangenomen!’ Na een zoektocht van maanden had ook hij, als laatste van zijn klas, een school voor voortgezet onderwijs gevonden: het particuliere Luzac College, à 17.000 euro per jaar. Vanwege zijn autisme was Loek niet toegelaten op de reguliere vwo-school van zijn keuze, dicht bij zijn huis in de stad Utrecht.

Het voortgezet onderwijs in Utrecht is dit schooljaar begonnen als één van de drie pioniers van ‘passend onderwijs’, dat dit in 2014 in heel Nederland wordt doorgevoerd. Vanaf augustus zijn besturen van reguliere en speciale scholen – per regio verenigd in een samenwerkingsverband – verplicht om een geschikte plek te vinden of te scheppen voor elke leerling die zich aanmeldt. Alleen als het echt niet anders kan, gaat een kind nog naar het speciaal onderwijs.

In Utrecht is de praktijk vooralsnog weerbarstig. Er is een gebrek aan geschikte onderwijsplekken voor autistische havo- en vwo-kinderen zoals Loek. Hun ouders – aangesloten bij de stichting Autipassend Onderwijs Utrecht – proberen nu zelf een school te stichten. Het samenwerkingsverband Utrecht en Stichtse Vecht werkt daaraan niet mee, zegt directeur Ank Jeurissen: „Wij kennen niet veel leerlingen voor wie op dit moment geen goede school is. Wij hebben in Utrecht ook weinig thuiszitters.”

Meningsverschil

De Utrechtse discussie is mogelijk een voorbode van debatten die zullen komen in andere regio’s. Hoe het passend onderwijs eruit moet zien, ligt namelijk niet vast. Het ministerie van Onderwijs gaat er dan ook van uit dat elk van de 150 samenwerkingsverbanden in Nederland het op zijn eigen manier zal inrichten. Dat het meningsverschil zich in Utrecht toespitst op autisme, komt doordat juist kinderen met lichtere vormen van autisme de laatste jaren in groten getale terecht zijn gekomen op speciale scholen.

„In Utrecht zijn maar heel weinig reguliere scholen in staat om leerlingen met autisme echt goed te begeleiden”, zegt Suzanne Boomsma, medeoprichtster van de stichting AutiPassend Onderwijs Utrecht. „Veel leerlingen lopen hierdoor op hun tenen en dreigen uit te vallen. Of ze gaan onderpresteren in het speciale onderwijs.”

Voor havo/vwo-leerlingen is het aanbod van speciale scholen in de regio Utrecht „zeer beperkt”, zo staat in een onlangs verschenen rapport van onderzoeksbureau Oberon, gemaakt in opdracht van de gemeente Utrecht en het samenwerkingsverband Utrecht en Stichtse Vecht. Vmbo is meestal het hoogst haalbare niveau. Opvallend veel speciale scholen in de provincie Utrecht hebben onlangs bovendien het predicaat ‘zeer zwak’ gekregen van de onderwijsinspectie.

De dichtstbijzijnde geschikte school in de wijde omtrek, zeggen de Utrechtse ouders, is De Tinne in Amersfoort, waar in elk geval de havo gedaan kan worden. Deze school is voor veel leerlingen ver weg en heeft een wachtlijst.

Een regisseur

Toen de hoogbegaafde Loek begin vorig jaar werd afgewezen door de reguliere school om de hoek, vestigden zijn ouders alle hoop op het samenwerkingsverband. Dat was inmiddels al enkele maanden druk bezig met het ‘plaatsingsprobleem’ van slimme autistische leerlingen in het voortgezet onderwijs, in nauw overleg met AutiPassend Onderwijs Utrecht. Er kwam een ‘Actietafel Autisme Spectrum Stoornissen’ en er vielen veelbelovende woorden als ‘één kind één plan’. Ook kreeg een aantal kinderen, onder wie Loek, een ‘regisseur passend onderwijs’ toegewezen.

Ook Jan-Willem (12), de hoogbegaafde zoon van Boomsma, kreeg een ‘regisseur’. „Daar hebben we weinig aan gehad”, zegt Boomsma nu. De sociaal onrijpe en faalangstige jongen zat op advies van de leerkracht een jaar langer op de basisschool, waar een individueel lesprogramma moest zorgen voor voldoende uitdaging. Boomsma: „Dit werd niet goed uitgevoerd waardoor mijn zoon zich ging vervelen.”

Kort voor de zomervakantie werd Jan-Willem voor de tweede keer in zijn leven thuiszitter. Tegen zijn moeder zei hij dat hij school helemaal niet meer nodig heeft, want op zijn zestiende wordt hij toch zwerver. „Vroeger sleepten wij hem de auto in als hij niet naar school wilde, maar nu weegt hij vijftig kilo dus dat lukt niet meer.”

Individueel maatwerk, Boomsma gelooft er niet meer in na vier verschillende basisscholen met „slecht uitgevoerde individuele plannen” voor haar zoon. „Het enige dat écht voorkomt dat deze leerlingen uitvallen, zijn structurele oplossingen.” Dat kan volgens Boomsma bijvoorbeeld een aparte klas zijn op een reguliere middelbare school, waarin autistische leerlingen in de beginperiode intensief worden begeleid: „Ze kunnen dan langzaam wennen aan het voor hen extreem drukke en ongestructureerde leven op een middelbare school.”

Maar er komt geen ‘autiklas’ in Utrecht. „Wij kijken bewust niet naar de stoornis van een kind, maar naar wat een kind nodig heeft. Wij leveren individueel maatwerk”, zegt directeur Ank Jeurissen van het samenwerkingsverband. „In een autiklas worden kinderen geïsoleerd, dat is niet wenselijk. We moeten af van het denken in doelgroepen, dat is juist het hele idee van passend onderwijs.”

Alle scholen voor voortgezet onderwijs in Utrecht bieden „lichte arrangementen” voor álle leerlingen bij wie een extra ondersteuningsbehoefte is vastgesteld. „Ongeacht de diagnose”, zegt Jeurissen. Zoals een vaste coach, hulp bij agendabeheer en een aangepast pauzeprogramma.

„In Utrecht wachten ze blijkbaar liever met intensievere ondersteuning totdat een leerling met autisme vastloopt”, zegt Boomsma. „Dat is levensgevaarlijk, want veel kinderen hebben tegen die tijd al grote schade opgelopen. Dan is er crisishulp nodig.”

Overspannen

Begin vorig jaar werd de 13-jarige Marijn uit Nieuwegein bijvoorbeeld opgenomen door een crisisafdeling nadat hij overspannen was geraakt op een regulier gymnasium. Ondanks de lichte extra hulp die hij dankzij zijn ‘rugzakje’ kreeg, zoals één extra mentoruur per week. Groot gemis voor Marijn was een rustige plek waar hij zich kon terugtrekken als hij, als gevolg van zijn autisme, overprikkeld was geraakt. „Hij mocht wel op de gang werken, maar daar kwamen leerlingen van andere klassen langs die hem soms een por gaven”, zegt zijn moeder Anneke de Grood, zelf docente op een scholengemeenschap.

Inmiddels doet Marijn havo op De Tinne, de speciale school in Amersfoort. „Het speciale onderwijs blijkt de beste plek voor mijn zoon”, zegt De Grood. „Kinderen als hij redden het in het reguliere onderwijs niet met een paar kleine aanpassingen, ondanks hun hoge intelligentie.”

Voor kwetsbare autistische leerlingen als Marijn wil het samenwerkingsverband twee nieuwe klassen inrichten. „Leerlingen kunnen hier één tot twee jaar blijven, waarna ze weer teruggeschakeld worden naar het reguliere onderwijs”, zegt Jeurissen. Maar volgens de Ouders voor AutiPassend onderwijs gaat het om onderwijsplekken die „vele malen geïsoleerder en stigmatiserender” zijn dan de door hen gewenste ‘autiklas’ op een reguliere school.

Eén klas is inmiddels gestart in het zogeheten Orthopedagogisch-Didactisch Centrum (OPDC) van Utrecht, waarvan de leerlingenpopulatie volgens het eerder genoemde Oberonrapport behoort „tot de zwaarste categorie binnen de zorg- en uitvalproblematiek”. Een andere klas komt op de Fritz Redlschool, bedoeld voor leerlingen die in behandeling zijn bij de afdeling jeugdpsychiatrie van het UMC Utrecht.

In juni vorig jaar kreeg Loeks moeder van de ‘regisseur passend onderwijs’ te horen dat haar zoon zou worden aangemeld bij deze Fritz Redlschool. „Ik schrok me dood toen ik op de website las wat voor een soort school dit is”, zegt ze. „Toen had ik écht geen vertrouwen meer in het samenwerkingsverband.” Kort voor de zomervakantie meldde zij Loek daarom aan op het Luzac, na een goed gesprek met de familie die bereid was om financieel bij te springen. „Er was gewoon geen andere optie”, zegt Coolen. „Ik hoop dat ik de loterij win, dan kan hij op deze school blijven.”