Seurat maakte van stippelen zijn ideologie

Het Kröller-Müller Museum bezit een groot aantal werken van Georges Seurat. Vanaf mei zijn die, samen met veel bruiklenen, te zien op de eerste Nederlandse Seurat-expositie.

Georges Seurat, Le Cirque, 1890-1891. Olieverf op doek, 186 x 151 cm. Foto Musée d’orsay

Het moet er wild aan toegegaan zijn, in de Parijse nachtclubs waar eind negentiende eeuw de cancan gedanst werd. Op de podia van danszalen als Moulin Rouge en Folies Bergère stonden rijen dames en heren die onder luid gejoel en begeleid door een orkest hun benen zo hoog de lucht in zwiepten dat er bij de dames met gemak onder de rokken gekeken kon worden. Niet voor niets werd deze gewaagde dans ook wel ‘le chahut’ genoemd, wat letterlijk ‘het rumoer’ of ‘het spektakel’ betekent.

De neo-impressionistische schilder Georges Seurat (1859-1891) nam de dans in 1889 als onderwerp voor een van zijn bekendste schilderijen. Le Chahut bevindt zich in de collectie van het Kröller-Müller Museum en is een van de meest curieuze schilderijen die we in Nederland hebben. Omdat de kunstenaar die wilde dans heeft gevangen in een streng stramien van lijnen en stippeltjes. Omdat de koppen, vooral die van de dikke toeschouwer rechtsonder, nogal karikaturaal zijn en het perspectief van geen kanten klopt. Alles in dit schilderij wijst opwaarts: de benen van de dansers, de hand van de dirigent, de snorren van de heren, de mond- en ooghoeken van de dames, de hals van de contrabas, zelfs de bloemen die het decor vormen. Het palet is beperkt tot oranje-rode en paarse tinten, die ongetwijfeld de broeierige warmte in de nachtclub moeten oproepen. En dan is er nog dat rare geschilderde kader van donkerblauwe stippeltjes, dat doet denken aan de rand van een tv-scherm.

Seurat voltooide het doek in 1890, een jaar voordat hij op 31-jarige leeftijd overleed, vermoedelijk aan difterie. Door die vroegtijdige dood, maar ook door zijn extreem arbeidsintensieve wijze van schilderen, is zijn oeuvre beperkt gebleven tot zes grote figuurstukken, circa twintig zeegezichten en enkele tientallen tekeningen. Die werken zijn in de afgelopen eeuw verspreid geraakt over de belangrijkste musea ter wereld. Kröller-Müller beschikt over een jaloersmakend aantal Seurats, waaronder Le Chahut, een viertal havengezichten en twee tekeningen. Al deze werken werden begin twintigste eeuw gekocht door Helene Kröller-Müller op aanraden van haar adviseur H.P. Bremmer en architect Henry van de Velde. Le Chahut was in 1922 haar laatste grote aankoop, ze betaalde er 32.000 Franse franc voor.

Publiekslievelingen

Met zo’n groot aantal Seurats, en met bovendien zo’n rijke verzameling werken van navolgers als Paul Signac en Théo van Rysselberghe, is het verwonderlijk dat er in Kröller-Müller niet eerder een tentoonstelling over de Franse schilder is georganiseerd. Maar komend voorjaar komt het er dan eindelijk van, als op 24 mei de blockbuster Seurat van start gaat. „De wens was er al heel lang”, zegt conservator Toos van Kooten, sinds 1981 aan het museum verbonden. „Maar Seurats werken zijn gekoesterde publiekslievelingen, die worden door musea niet graag uitgeleend.”

Die lang gekoesterde wens kwam in een stroomversnelling toen in april 2012 Lisette Pelsers als nieuwe directeur werd aangesteld. Ook zij wilde dolgraag een grote monografische tentoonstelling maken over Seurat, iets wat in Nederland nog niet eerder gedaan was. „Mijn voornemen is om de kernen van de collectie uit te diepen en om exposities te maken rond de grote klassiekers”, zegt Pelsers. „En na Van Gogh is Seurat de grootste publiekstrekker.”

Binnen een paar maanden na haar aantreden had Pelsers al een wenslijst met bruiklenen opgesteld en rondgestuurd naar musea als het MoMA in New York, het Indianapolis Museum of Art en de National Gallery in Washington. Nu, ruim een jaar later, zijn al die bruiklenen ook daadwerkelijk toegezegd. „We bestaan 75 jaar, en willen dat jubileum groots vieren”, zegt Pelsers. „Daar hebben we het in onze brieven op gegooid. We merkten heel sterk dat andere musea ons de werken gunden. Alle deuren gingen open, dat had ik nog niet eerder meegemaakt. De naam Kröller-Müller spreekt in het buitenland voor zich, vanwege de beroemde collectie. Onze reputatie is goed, het museum heeft zelf ook altijd veel schilderijen uitgeleend. En we konden natuurlijk mooi wisselgeld bieden: onze werken van Balla, Van Gogh, Toorop en Renoir zullen als tegenprestatie hun kant op reizen.”

Seurats bekendste schilderijen La Grande Jatte en La Baignade, respectievelijk in de collecties van The Art Institute in Chicago en de National Gallery in Londen, komen niet. Dat zijn zaalstukken die waarschijnlijk nooit meer van hun plek zullen worden gehaald. „Als je die in bruikleen vraagt, maak je jezelf als museum alleen maar belachelijk”, zegt Pelsers. Maar een ander topstuk, Le Cirque uit Musée d’Orsay, reist wel naar Otterlo. Dit schilderij van een circusvoorstelling, het doek dat Seurat bij zijn dood onafgemaakt achterliet, werd slechts één keer eerder uitgeleend. Andere mooie bruiklenen, zoals studies voor Le Chahut en La Baignade, krijgt het museum van het Courtauld Institute in Londen en Tate Liverpool. En het The Young Museum uit San Francisco leent het schilderij La Tour Eiffel uit, een vlot geschilderd, dromerig gezicht op de Eiffeltoren, die in het jaar 1889 net ter gelegenheid van de Wereldtentoonstelling voltooid was.

Symbolisme

De stippeltechniek die Seurat hanteerde, en die hij baseerde op wetenschappelijke theorieën over kleur en licht, zal op de tentoonstelling centraal staan. Bij Seurat stonden de kleuren, maar ook de richtingen van de lijnen voor een specifieke stemming. Warme kleuren en opwaartse lijnen betekenden vrolijkheid, terwijl koude kleuren neerslachtigheid moesten verbeelden. Zo bezien is Le Chahut een spiritueel doek dat staat voor levenslust. „Bij Seurat zijn techniek en onderwerpkeuze onlosmakelijk met elkaar verbonden”, aldus conservator Van Kooten. „Hij gebruikte kleur, lijn en voorstelling om iets weer te geven dat dieper ging dan de zichtbare werkelijkheid: een verstilde, tot de essentie teruggebrachte weergave van de wereld om hem heen.”

Vanwege die diepere lagen kreeg Seurat veel lof vanuit de literaire kringen van symbolisten. De symbolistische dichter Gustave Kahn was bijvoorbeeld een groot bewonderaar, die uitgebreide analyses heeft geschreven over met name Le Chahut. Maar ook Helene Kröller-Müller was juist vanwege Seurats symbolistische ideeën in de schilder geïnteresseerd. „Voor haar vertegenwoordigde Seurat de verdieping die ze miste bij de impressionisten”, zegt Pelsers. „Hun schilderijen vond ze te luchtig en te vluchtig. Maar in de werken van Seurat zag zij een verzonken realiteit die ze minder oppervlakkig vond. Qua thematiek week Seurat niet eens zo veel af van de impressionisten. Ook hij schilderde het moderne uitgaansleven. Maar de sfeer is op zijn werken heel anders. Kijk maar naar Le Chahut, een schilderij dat extatisch en verstild tegelijk is. Die stippeltjes vormen slechts de laatste laag, die bracht hij bij wijze van spreken in het donker aan.”

Die gelaagdheid is precies wat ze zo mooi vindt aan Seurat, zegt Van Kooten: „Bij iedere laag voegt hij iets inhoudelijks aan het schilderij toe. Dat maakt dat je er urenlang gefascineerd naar kunt kijken.”

Pelsers knikt instemmend: „We hebben meer stippelaars in de collectie. Maar voor iemand als Toorop was dat pointillisme louter een techniek. Voor Seurat was het meer dan alleen buitenkant. Het was zijn ideologie.”