Onmisbaar voor de democratie

Black and White and Dead All Over is een van de meest indrukwekkende televisiedocumentaires die ik het vorige jaar zag. ‘Zwart-wit en Hartstikke Dood’, zo kun je de titel vertalen. De film vertelt het revolutionaire verhaal van de teloorgang van de Amerikaanse krantenindustrie. De afgelopen jaren verdwenen er honderden, meestal lokale, kranten in de VS en moesten, zonder uitzondering, alle grote titels tientallen tot honderden journalisten ontslaan.

Over Europa is zo’n documentaire nog niet gemaakt. Toch zou dat kunnen. Met name de regionale kranten hebben het bijzonder lastig om het hoofd boven water te houden. Maar ook grote namen als Le Monde, The Times, El País, de Frankfurter Allgemeine Zeitung en vele andere kwaliteitstitels kampen met dalende verkochte oplages, waardoor redacties met minder middelen hun werk moeten doen.

Op zich is dat geen ramp. Industrieën komen en gaan nu eenmaal. Dat geldt ook voor media. Vinden ze geen publiek, dan hebben ze geen reden van bestaan, hoe jammer velen dat ook mogen vinden.

Maar er is meer aan de hand. De Amerikaanse documentaire toont pijnlijk aan hoe, door het verdwijnen van lokale media, de controle op de macht langzaam maar zeker weg sijpelt. Minder journalistiek betekent in veel gevallen een minder transparante samenleving. En een minder transparante samenleving wordt bijna per definitie een minder rechtvaardige samenleving. Dat geldt voor de VS, voor Europa, voor Nederland.

Nu is er geen enkele reden om aan te nemen dat goede journalistiek enkel op (kranten)papier kan bestaan. Radio, televisie en internet kunnen minstens even goede dragers van kwaliteitsjournalistiek zijn. Maar de fijnmazige schaal en diepgravende manier waarop kranten, op papier of op hun sites, verslag doen van de gebeurtenissen, die in hun context plaatsen en ze analyseren en becommentariëren is zonder meer uniek. Dat is kostbaar, maar maatschappelijk bijzonder waardevol.

Daarom is het zeer hoopvol dat kwaliteitskranten het voorbije jaar wereldwijd meer dan ooit hun bestaansrecht hebben bewezen, niet het minst in het grootste journalistieke dossier van 2013, dat over de afluisterpraktijken van de Amerikaanse inlichtingendienst NSA.

In een wereld waarin de journalistiek duidelijk onder druk staat, wil NRC Handelsblad ook in 2014 meer dan ooit inzetten op dat wat de krant zo onmisbaar maakt in de dagelijkse nieuwsvoorziening en in de democratie: het verder uitbouwen van die onderzoeksjournalistiek.

Dat zal gebeuren op onze papieren dragers, NRC Handelsblad, nrc.next en NRC De Week, die dagelijks vele honderdduizenden lezers blijven bereiken. Maar ook steeds meer via verschillende digitale kanalen die we de voorbije jaren met groeiend succes hebben weten uit te bouwen en die we vanzelfsprekend verder zullen ontwikkelen.

NRC zal dus de revolutie die Black and White and Dead All Over zo uitmuntend maar zo pessimistisch, beschrijft ook in 2014 met enthousiasme en optimisme omarmen. Omdat de zoektocht naar nieuwe lezers op nieuwe platformen perfect hand in hand gaat met de cruciale waakhond-functie die een redactie als de onze graag wil vervullen.

Ja, we hebben de ambitie om uitmuntende journalistiek te plegen en ja, daarmee willen we veel mensen bereiken.

We kijken dus met vertrouwen dit nieuwe jaar tegemoet. Omdat we ervan overtuigd zijn dat er, in een wereld met meer en meer informatie maar minder en minder journalistiek, maatschappelijk juist een groeiende behoefte is aan kranten en sites als NRC.

Ik wens u uit naam van de hele redactie een bijzonder voorspoedig jaar.