Na jaren recessie klimt de burger voorzichtig uit zijn schuttersputje

In 2014 zal blijken of huishoudens en bedrijven al het slechte nieuws al hebben verwerkt.

Wéér een mager jaar, of het begin van een economische lente? De prestaties van de Nederlandse economie laten zich in 2014 het beste van twee kanten bekijken: top down en bottom up. En die verschillen nogal van elkaar.

Wie, net als bij Google Earth, op planetaire schaal begint en steeds verder inzoomt, krijgt een buitengewoon somber resultaat. De wereldeconomie groeit volgens het Internationaal Monetair Fonds volgend jaar met iets meer dan 3 procent. Dat houdt in internationaal perspectief niet over, maar het is wel de beste groei sinds 2010, toen de financiële crisis werd onderbroken door een kortstondige economische opleving.

We vergroten het beeld wat, en krijgen alleen de gevestigde industrielanden in het vizier. Zij maken volgend jaar een groei door van 2 procent. Dat is al minder, en verder inzoomen verduidelijkt waarom: de eurozone, als onderdeel van die groep van gevestigde industrielanden, haalt het gemiddelde naar beneden. Zij groeit slechts met 1 procent in 2014.

We draaien nog iets verder aan de lens en komen bij Nederland. Dat groeit volgend jaar volgens het IMF met 0,3 procent. Dat is dus het laagste van het laagste van het laagste. Nederland laat daarmee in de eurozone alleen Cyprus, Slovenië en Spanje achter zich. Zelfs de voormalige crisislanden Griekenland, Portugal en Ierland doen het volgend jaar beter.

De consensus rond de Nederlandse economische groei in 2014 is wel al iets opgehoogd. Vrijwel alle instanties, inclusief de grote banken, denken nu dat de groei in 2014 0,5 procent zal zijn. En dat zal betekenen dat de omvang van het bruto binnenlands product in Nederland eind volgend jaar nog steeds een kleine 2 procent kleiner is dan in 2007. De zeven magere jaren sindsdien zullen dus per saldo een achteruitgang hebben betekend.

Ter vergelijk: de Duitse economie groeide over die hele periode met per saldo 5,6 procent. Daar komt nog bij dat de burger een groot deel van de tientallen miljarden aan bezuinigingsplannen die door de afgelopen kabinetten zijn opgetuigd nu pas over zich heen krijgt.

Dat is een nogal sobere boodschap, maar er staat een ander perspectief tegenover. 2014 wordt in wezen het jaar dat zal uitmaken in hoeverre al dat slechte nieuws al is ingecalculeerd. Door het bedrijfsleven, en vooral door de burgers zelf. Het is een standaardonderdeel van de meeste economische theorie dat die burger ‘rationele verwachtingen’ heeft. Het effect van alle maatregelen zal in dat geval al zijn gebleken uit het gedrag waarmee de Nederlander daar bewust of onbewust op heeft geanticipeerd. Denk aan het extra aflossen van de hypotheekschuld, dat vorig jaar een hoge vlucht nam.

2014 kan dus, ondanks het verwachte onheil, het jaar worden waarin de positieve krachten weer vrijkomen. Het Centraal Bureau voor de Statistiek concludeerde dinsdag dat de economische conjunctuur de weg naar boven weer heeft gevonden. Dat is af te lezen aan de conjunctuurbarometer, waarin 15 economische indicatoren zijn verwerkt. Het bedrijfsleven is steeds positiever. De index van inkoopmanagers, doorgaans de beste graadmeter van de te verwachten economische groei, steeg in december naar een waarde van 56,8 (boven de 50 betekent economische expansie). Dat is het hoogste in 31 maanden, en ver boven het gemiddelde van de eurozone.

Kan het zijn dat we, in onze schutterputjes murw gebeukt door jaren van slecht nieuws, ons geen positieve verrassing meer kunnen voorstellen? Dit jaar zal, Europese en internationale calamiteiten uitgezonderd, uitwijzen of al het slechte nieuws al is verwerkt. En of de animal spirits bij burgers en bedrijven nog intact zijn.