Mijn ex, met wie ik verdwaalde

Op Tweede Kerstdag deed ik met mijn kinderen de kerstspeurtocht in het duingebied Meijendel bij Wassenaar. We moesten pijlen volgen en opdrachtjes uitvoeren bij genummerde kerstversiering die in de kale bomen hing.

Onverwachts leidden de pijlen ons naar een beschut klein meertje, met een bankje ernaast. Ik kende dat bankje. Ik heb er, op oudejaarsdag 1993, voor het eerst gezoend met het Elvenmeisje. We waren zeventien en zestien, en het heeft iets surrealistisch om hier twintig jaar later met een andere vrouw en twee kinderen dit decor binnen te stappen.

Het vroor die dag. Onderweg op de fiets stapten we af en toe af om te lopen, omdat onze voeten bevroren. Binnen in de Pannenkoekenboerderij brandde een haardvuur. Een serveerster vroeg wat we wilden drinken. We hadden geen geld. Mijn laatste gulden had ik verwisseld voor een reep chocola uit de automaat die we hier deelden. Het Elvenmeisje antwoordde: ‘We zitten hier alleen maar om op te warmen.’

‘Dat kan natuurlijk ook…’ zei de serveerster.

Ik wist niet anders of wandelen was iets saais, een Spartaanse afmatting, waarbij je een strikt parcours van gekleurde paaltjes moest volgen. Zo had ik het van huis uit geleerd. Leven was een reeks praktische procedures doorlopen, nuchter sober, rationeel.

‘Welke kleur paaltjes gaan we volgen?’ had ik bij de ingang van Meijendel gevraagd, en zij was in de lach geschoten.

‘We gaan verdwalen.’

‘Dat kan natuurlijk ook…’

Achteraf is het tekenend voor de lessen die ik van haar kreeg: niet krampachtig de vooruit gestippelde routes volgen, maar zelf een nieuwe weg banen. Niet zo verbeten en rationeel zijn. Ontspan, geniet, verdwaal!

Dat kan natuurlijk ook: altijd naast het voor de hand liggende kijken, voorbij het geijkte.

En misschien is het ook door die les dat ik de nogal saaie vragen bij de speurtocht zelf door spannendere opdrachten vervang. En als ik halverwege merk dat ze het wel weer welletjes vinden met die kerstspeurtocht: ‘Kom, vergeet die pijlen. We gaan pannenkoeken eten. En binnen opwarmen.’