Mijn ex, ik ken je zo goed

Mijn ex was degene die het dichtst bij de kist stond. Het was een paar weken geleden. De rij stond tot buiten, in de kou van december. Ik gaf eerst haar vader een hand. Hij trok mijn hoofd naar zich toe en hield het tegen zijn borst. Daarna zat mijn bril scheef. Toen schoof ik door naar haar broertje, en toen naar haar. ,,Hoi”, zei ik.

Mijn ex was zeven jaar lang mijn vriendin. Ik was achttien, zij was zestien. Ze kwam langs, we zaten op mijn bed, we praatten onhandig, we vreeën onhandig. Als ze ’s avonds naar huis ging, fietste ik een stukje mee. We verzonnen onze eigen grapjes, onze eigen manier om bepaalde woorden uit te spreken – de dingen waar je je voor zou schamen als je ze aan vrienden zou vertellen. Ze typte mailtjes aan me als ze niets te doen had. We konden aan de telefoon allebei stil zijn zonder dat het raar was. Ze lachte soms tot de tranen over haar wangen liepen.

Mijn ex leerde me hoe een meisje in elkaar zit. Ze was trots op me als dat kon en boos op me als dat moest. Ze was de eerste van ons die naar de grote stad verhuisde, waardoor ik daarna makkelijker dezelfde stap zette. Ze liet me naast haar volwassen worden.

Mijn ex zei ,,hoi” terug. Toen begon ze te huilen. ,,Ik moet steeds huilen als ik iemand zie die mijn moeder ook goed heeft gekend”, zei ze. Ik omhelsde haar. Ik kende je zo goed, dacht ik. Ik ken je zo goed.