Meer dan een Matthijs van Nieuwkerk-opera

De nieuwe opera ‘Laika’ is een samenwerkingsverband van componist Martijn Padding, schrijver P.F. Thomése en kunstenaar Aernout Mik. „Het moet een echte opera worden. Met liefde, seks, bloed en alles wat erbij hoort.”

Aernout Mik, Martijn Padding en P.F. Thomése in het atelier van Mik in gesprek over hun opera Laika. Foto ROGER CREMERS

Twee uur? Of toch iets minder? En wordt de rol van het ruimtehondje Laika, ultiem symbool van geofferde onschuld, gezongen door een jongenssopraan of toch door een meisje? „Dat wordt de komende maanden allemaal nog ingevuld”, zegt componist Martijn Padding. „Maar Laika was een teefje, dus misschien is een meisje wel beter.”

Plaats van ontmoeting: het Amsterdamse atelier van kunstenaar Aernout Mik. Op de grond en op zijn bureau staan wat prille decormaquettes, aan de muur hangt een overzichtsfoto van de Rabozaal in de Amsterdamse Stadsschouwburg, die voor de productie zal worden omgetoverd in een zo realistisch mogelijke tv-studio. Met de presentator in het hart van de arena, de stereotiepe geile tv-kok aan zijn kookeiland en het publiek daaromheen. „Veel is nog wat onduidelijk”, zegt Mik. „Die ledlichtbalken hier, daarvoor bleek onvoldoende budget. Ik geloof wel dat ik De Nederlandse Opera logistiek, technisch en financieel tot het uiterste uitdaag.”

Componist Padding spreekt uitbundig, librettist Frans Thomése en regisseur/ontwerper Mik bedachtzamer over de totstandkoming van hun opera Laika, die begin juni in het Holland Festival in wereldpremière gaat. Laika belooft een hoogtepunt van het muziekjaar 2014 te worden. Nieuwe Nederlandse opera’s zijn al zeldzaam – Padding spreekt over „de kans van zijn leven” – dus een samenwerking van drie belangrijke Nederlandse kunstenaars aan een nieuwe opera is dat helemaal.

„We kenden elkaar wel al”, zegt Thomése. Componiste Calliope Tsoupaki is een gemeenschappelijke vriendin en haar man, schrijver Edzard Mik, is de broer van Aernout. Maar het was Pierre Audi, artistiek directeur van het Holland Festival en De Nederlandse Opera, die Padding, Thomése en Mik ook professioneel samenbracht. „Zelf waren we grappig genoeg niet snel op dat idee gekomen”, zegt Padding.

Geen Wagner

De opdracht was: een kleine opera. Liefst over Wagner. Maar Padding had niks met Wagner, zelfs niet nadat Thomése, groot Wagner-liefhebber, hem had meegenomen naar voorstellingen van Die Meistersinger von Nürnberg en Siegfried. Padding, afkeurend: „Wagner laat geen ruimte voor een misschien. Alles is bij hem stellig en onironisch. Het kenmerkende aan onze tijd is juist dat niks zeker is.” Thomése probeert neutraal te kijken. „De personages van Wagner zijn juist altijd erg onzeker over wie zij zijn en wat hun taak is”, probeert hij nog.

Maar een opera over Wagner werd het dus niet. Ook afgeschoten: Napoleon, Berlioz, Icarus. „Volgens Audi waren dat statische beelden, geen muziektheatrale uitgangspunten”, zegt Padding. „Met Frans, in wiens humor ik me herkende, heb ik lang gesproken over een alternatief. Het moest een echte opera worden, met liefde, seks, bloed, volksverwijzingen en alles wat erbij hoort. En ook: een opera die onbetwistbaar van nu zou zijn.”

Thomése: „Veel operateksten uit het verleden spelen zich af aan een koninklijk hof. Toen bedacht ik: de tv-studio is het hof van onze tijd. Matthijs van Nieuwkerk, Jeroen Pauw, Andries Knevel – zij zijn onze zonnekoningen, hun gasten de dienaren. Die wereld zit vol ironie – gewoon in zichzelf. Daarom zijn satire en cabaret vaak ook zo verschrikkelijk. De werkelijkheid heeft in al zijn gelaagdheid veel meer humor.”

Volvette vulgariteit

Een „klein idee” leidde na driekwart jaar „praten en rondhangen in cafés” tot een helder omlijnd idee van waar de opera over zou gaan en hoe de karakters zich zouden ontwikkelen. De uitwerking van dat idee tot een voltooid libretto en 96 minuten muziek nam nog zo’n twee jaar in beslag.

In het streven eigentijds te zijn, is Laika op voorhand geslaagd. Het libretto van Thomése is een onmiskenbaar actuele mix van absurdisme, volvette vulgariteit, venijn, tragiek, straattaal, surrealisme en (muziek)historische verwijzingen. Maar je voelt ook, juist door die veelvormigheid, hoe de woorden balanceren op het randje van een klif. Of ze gaan vliegen hangt af van Padding en Mik.

Aan de oppervlakte vertelt Laika het verhaal van talkshowhost Robbert die wordt opgejaagd door „kijkcijferkoningin” Trix Dominatrix en zich afvraagt wat ooit ook weer zijn dromen waren. Waar is het jongetje dat zo dol was op de sterren? Robbert zoekt via een zendapparaat contact met de kosmonaut Gagarin en ruimtehond Laika, die door het heelal zweven. Na nog een ontmoedigende sessie in de studio besluit hij zich bij hen te voegen. De crew zwaait hem uit, een koor bezingt zijn ontsnapping.

„Een tragikomedie, net als Don Giovanni of Der Rosenkavalier”, vat Thomése samen.

Aernout Mik: „Aan de oppervlakte is het vaak wel grotesk.”

Padding voltooide voor Kerst zijn partituur, georkestreerd voor een wonderlijk instrumentarium waarin onder meer cimbalom, gitaar en keyboard de oren spitsen. „Maar nog voor ik één noot had gecomponeerd belde Shownieuws al: of ik wilde praten over ‘mijn Matthijs van Nieuwkerk-opera’.”

Mik: „Terwijl Laika echt meer is dan alleen dat. Anders had ik nooit ‘ja’ gezegd. Onder de oppervlakte zit een laag die ons allemaal aangaat. In hoeverre val je samen met jezelf? Bestaat er een beeld van jezelf naast je zelfbeeld? Ook het gegeven van zo’n tv-studio, met een host in het hart van een ring vol toeschouwers, vind ik interessant. Dat bood ook theatraal mogelijkheden. Een publiek dat naar een kijkdoos staart, interesseert me niet. Juist dit gegeven biedt de kans die afstandelijke relatie van het publiek tot de bühne anders te realiseren, de toeschouwer onderdeel te laten zijn van de opera. Als je straks in de zaal zit, moet de onthechting van Robbert ook over jou gaan.”

Kijkcijferaria

De tekst van Thomése en de muziek van Padding zijn af; daarin zullen alleen nog veranderingen worden doorgevoerd als dat voor het scenisch concept van Mik noodzakelijk is. „De muziek moet sprankelen als Rossini en Mozart”, zegt Padding. Soms verwijst zijn partituur ook naar hen: die bevat bijvoorbeeld een „kijkcijferaria” als knipoog naar de beroemde catalogusaria met liefdesveroveringen in Don Giovanni.

Mik werd als regisseur en decorontwerper pas later aan de productie gekoppeld. „Een merkwaardig aanbod”, vindt hij.

„Visionair”, nuanceert Padding.

Mik is in zijn videokunst – zijn tentoonstelling in het Stedelijk Museum kreeg in 2013 nog 5 ballen in deze krant – vaak de regisseur van zwijgende acteurs die, aldus criticus Hans den Hartog Jager, „nog het meest doen denken aan machteloze mieren, overgeleverd aan gedragspatronen die zij zelf niet in de hand hebben”. Het personage Robbert en de tv-studio die de huls is van zijn onbehagen, passen in zijn universum. „Maar ik vind het toch eng”, zegt hij. „Ik regisseer straks geen zwijgende acteurs, maar acterende zangers. Voor mij is het interessant te zien wat ik straks aan beweging uit ze kan halen.”

Ook het decor en het door De Nederlandse Opera erg krap gestelde budget zijn nog punten van zorg. „In een normale theatersetting kun je veel suggereren. Maar dit moet allemaal juist zo echt mogelijk zijn. Dan tellen de kleinste details. Het hele proces is voor mij nu in een heel kritische fase.”

Thomése: „Hoe het ook zij, de samenwerking met Aernout voegt echt nog een dimensie toe. Vulgariteit, bedachtzaamheid, tragedie – dat gaat straks als het goed is allemaal samenvallen. Dat is ook het mooie aan opera. De combinatie van woord, klank en beeld kan en mag meerduidig zijn. Het is geen stuk voor de opiniepagina.”

Laika van Martijn Padding (muziek), P.F. Thomése (libretto) en Aernout Mik (regie, decors, kostuums) door De Nederlandse Opera en ASKO|Schönberg o.l.v. Etienne Siebens. 3, 5, 6, 7 en 8 juni Stadsschouwburg Amsterdam. Start losse kaartverkoop 1 mei om 12.00 uur. Inl: www.dno.nl