Column

Marcel Dit jaar viel het reuze mee

Op Nieuwjaarsdag belde de vriend bij wie we de avond ervoor rond twaalven met de beste bedoelingen de huiskamer waren binnengestapt om voorzichtig te informeren of we het heel erg hadden gevonden.

Nee, dat toch niet.

De gebeurtenissen lagen in de lijn der verwachtingen.

Of ik heb geen gelukkige hand van kiezen, of het is gewoon een kutfeest, maar voor mij is Oud & Nieuw een feest dat ik altijd op de verkeerde plaats in het verkeerde gezelschap vier, in het volle besef dat het elders wel gezellig is. Je zou het een traditie kunnen noemen.

- De keer dat we naar die vriend in een andere stad reisden en ze er daar allemaal uitzagen alsof ze een atoombom gingen laten ontploffen. Alle vijf een veiligheidsbril op, moeders ook, hoewel die toch echt vanachter de vitrage toekeek. De vader, mijn vriend, voorop in de natte sneeuw, gebarend naar zijn zoontjes om vooral afstand te houden. Dan, pffft, het eerste zielige straaltje zilveren sterretjes dat omhoog spoot. In de gang de rest van dat enorme sierpakket, een trein terug ging er niet meer.

- De keer dat we door de stromende regen naar een vriend fietsten, die bij binnenkomst meteen maar zei dat ze zojuist de ergste ruzie ooit hadden gemaakt en dat we verder maar niets moesten verwachten.

- Op de bank tussen de familie van een ex, die de oudejaarsconference allemaal wel leuk vonden.

- De keer op dat feest dat iedereen pillen slikte en ik zo gelukkig werd dat ik dacht te kunnen vliegen.

- De keer dat we een vriendin uitnodigden omdat ze zielig was en dat die al om 22.30 uur begon te huilen.

- De keer in café ’t Haantje in Nijmegen dat na twaalven iedereen met iedereen begon te tongzoenen en ik 200 gulden verloor op de gokkast.

- De keer met die zus van een vriend die moslim was geworden en die zei dat de chips niet halal waren.

- De keer dat ik paranoïde werd op de Nieuwmarkt.

Dit jaar viel het reuze mee. Het hoogtepunt was al achter de rug toen we binnen kwamen. Ik herinnerde me vooral dat er op een gegeven moment ‘teiltje’ werd geroepen, en dat er vlak achter me een kind kotste.

„Buikgriep”, legde de moeder uit.

Een mij onbekende vrouw die ook op bezoek was keek in de substantie en constateerde opgewekt: „Daar is die oliebol weer!”

Ik gedij bij een laag verwachtingspatroon.