Louis of Björn

Heel af en toe komt het argument nog weleens langs. Voorzichtig gebracht, maar al jaren kansloos. De stelling dat je sport en politiek gescheiden moet houden. Het is een loffelijk streven, maar ook dit jaar zal de praktijk anders uitwijzen. Om te beginnen in Sotsji, waar de Russische president Poetin volgens zijn tegenstanders volgende maand een privéfeestje geeft in de vorm van de Olympische Winterspelen. Om de voorpret te vergroten, hebben al heel wat politieke tegenstanders hun vrijheid teruggekregen. Tegelijkertijd lijkt Sotsji ook een aanleiding te zijn voor de dodelijke aanslagen in de laatste dagen van het jaar in Volgograd.

Ook in de komende sportzomer zal de politiek zijn rol opeisen. Wanneer 32 landen in Brazilië om het wereldkampioenschap voetbal strijden, is de kans groot dat het evenement tevens voor andere doeleinden wordt gebruikt. Niet alleen door politici die willen laten zien dat Brazilië grote stappen in zijn ontwikkeling heeft gemaakt. Maar wellicht ook door de protestbewegingen die vorig jaar al de wedstrijden om de Confederations Cup gebruikten om de wereld te wijzen op de grote sociale tegenstellingen en de corruptie in het Latijns-Amerikaanse land.

Aandacht voor sport zal dit jaar dus ook vaak aandacht voor politiek betekenen. Maar dat mag de verslaggeving van de pure sport natuurlijk niet in de weg staan. Bijvoorbeeld vanaf 7 februari in Sotsji, waar toppers als Sven Kramer, Ireen Wüst en Nicolien Sauerbreij zullen proberen meer medailles te winnen dan vier jaar geleden in het Canadese Vancouver. Toen haalde de Nederlandse equipe acht medailles, waaronder vier gouden.

In de zomer gaat de aandacht natuurlijk uit naar jaarlijkse evenementen als Wimbledon en de Tour de France. Het wielrennen krijgt ook dit jaar weer de kans om de dopingperikelen van de afgelopen jaren naar de achtergrond te dringen. En wellicht zetten de prestaties van Bauke Mollema en Robert Gesink de Tourstart in Utrecht in 2015 alvast in de schijnwerpers. Dit jaar al is Nederland gastheer van het wereldkampioenschap hockey: ook een groot evenement, waar men zegt te rekenen op de belangstelling van 100 miljoen televisiekijkers.

Maar de meeste aandacht gaat dan natuurlijk uit naar het WK voetbal, dat half juni begint. Dan zal ook duidelijk worden wie de sportieve hoofdrol van 2014 voor zich opeist. Moeten we dan denken aan Arjen Robben en Robin van Persie, die met hun doelpunten voor Oranje eindelijk afrekenen met de verloren finales van 1974, 1978 en 2010? En maakt Louis van Gaal zich dan onsterfelijk door zich op het Museumplein luidkeels af te vragen welk voetballand het sterkste van de wereld is?

Of moeten we toch maar realistisch zijn? En het voetbaljaar 2014 beschouwen als de definitieve internationale doorbraak van topscheidsrechter Björn Kuipers? Die foutloos op 13 juli de finale zonder Oranje fluit. Decor van de huldiging zijn dan niet de Amsterdamse grachten, maar het centrum van Oldenzaal. Natuurlijk met een trotse burgemeester namens de lokale politiek.

ERIK VAN DER WALLE