In de ban

‘Maar verder was het natuurlijk ook gewoon feest’’, zei nieuwslezer Rik van de Westelaken van het NOS Journaal op nieuwjaarsmorgen. Een prettige geruststelling na al die afgerukte handen, uitgebrande ogen en door geteisem geteisterde brandweerlieden die hij eerder had moeten vermelden.

De roep om een vuurwerkverbod was sterker dan in voorgaande jaren, maar je moet vooral niet verwachten dat vuurwerkkopers zich daar ook maar iets van zullen aantrekken. Integendeel, het is eerder een aansporing voor geesten die een individuele beleving van hun vrijheid belangrijker vinden dan zoiets saais als hun (én onze) gezondheid.

Een vertegenwoordiger van deze te duchten categorie zag ik op oudejaarsmiddag in actie in de Amsterdamse Raadhuisstraat. Het was een man van in de twintig die tegen de gevel van zijn huis geleund stond, terwijl hij achteloos het ene rotje na het andere aanstak en op de grond gooide. In zijn omtrek had zich een respectabel bergje stinkend vuurwerkafval opgehoopt. Er lopen altijd veel toeristen door de Raadhuisstraat, die naar de Westerkerk en het Anne Frank Huis voert. Zij schrokken van de felle knallen achter zich en keken verbaasd om naar de rotjesonanist. Waarom deed hij dat? Kwestie van ontlading, vermoed ik.

De volgende morgen liep ik langs dezelfde plek. De man had de rotzooi keurig laten liggen voor de helden van de gemeentereiniging, die verderop al aan hun herculische taak waren begonnen.

De afgelopen dagen hoorde ik veel bewondering voor Antwerpen, waar het vuurwerk voor particulieren kordaat is afgeschaft, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Het is in ieder geval niet de gewoonste zaak van Nederland, waar de politici, op de kleine fracties na (GroenLinks, SGP en Partij voor de Dieren), hun vingers liever branden aan vuurwerk dan aan een verbod erop.

Misschien gaan de politici bewegen, zoals dat heet, als er wat meer doden vallen; die ene in Medemblik is niet genoeg, vier is ook nog te weinig, maar bij vijf doden begin ik toch zelfs aarzeling te zien bij een zeer onbeweeglijke minister als Opstelten.

Zouden we met een vuurwerkverbod helemaal uit de brand zijn? Ik vrees van niet. Brand kun je ook stichten zonder vuurwerk, zoals al die amateurpyromanen (pyromaan is helaas een onbeschermd beroep) bij elke jaarwisseling weer laten zien. Vooral het Brabantse dorp Veen heeft zich als een uiterst lichtend voorbeeld op de kaart gezet. Nadat ze daar politie en brandweer hadden bedreigd, beseften sommige bewoners van grotere plaatsen dat ze niet achter konden blijven. Veen op de voorpagina? Ze mochten daar niet gaan denken dat ze het buskruit hadden uitgevonden.

Ik begin steeds meer te voelen voor een nóg drastischer maatregel dan een vuurwerkverbod: een compleet oudejaarsverbod. Er wordt een avondklok ingesteld, na achten mag niemand meer op straat, alle lichten worden gedoofd, bezit van vuurwerk wordt met onmiddellijke arrestatie bestraft, het woord oudejaar mag – behalve door Theo Maassen - een etmaal lang niet gebruikt worden, ook niet door de media, die het voortaan zonder al die eindeloze jaaroverzichten moeten doen.

Ook de oliebol gaat als hét deeggeworden symbool van de jaarwisseling in de ban – wég met die kleffe sponzen!

Pas dan kunnen we het nieuwe jaar beginnen zoals het hoort: met een schone lei.