Hij maakte met gewone taal iets ongewoon goeds

Herman Pieter de Boer (1928-2014)

Zijn bundels met absurde verhalen haalden hoge oplages. Iedereen kent zijn treffende liedjes. Zijn Laat me was Ramses Shaffy op het lijf geschreven.

Reclameman, schrijver en tekstdichter Herman Pieter de Boer schreef in 1980 de tekst van Rames Shaffy’s lijfliedLaat me. Foto ANP, 1977

Herman Pieter de Boer was een allesschrijver – van reclameteksten tot korte verhalen, van tv-sketches tot biografische boekjes. Maar het zijn de liedjes die hem het meeste succes brachten: Laat me voor Ramses Shaffy, Annabel voor Hans de Booij, Oh Waterlooplein voor Johnny Kraaykamp en Rijk de Gooyer, Visite voor Lenny Kuhr en de Kinderen voor kinderen-hits Ik heb zo waanzinnig gedroomd en Op een onbewoond eiland. Het zijn nummers uit de vroege jaren tachtig die Nederlandse klassiekers zijn geworden. In de nieuwjaarsnacht is hij in zijn woonplaats Eindhoven overleden, 85 jaar oud, kort nadat ook daar het vuurwerk was losgebarsten.

Bij gebrek aan welomschreven toekomstplannen belandde Herman Pieter de Boer in de jaren vijftig in de reclame. Samen met zijn collega’s Dimitri Frenkel Frank en Hans Ferrée richtte hij in 1956 een reclamebureau op, gevestigd op een verdieping boven het Amsterdamse journalisten- en kunstenaarscafé Scheltema, die ze mochten betrekken op voorwaarde dat ze in het café even veel zouden verteren als de vorige huurder. Dat kostte het drietal geen enkele moeite. Ze schreven hun advertentieteksten in een jazzy taal die destijds hypermodern was, en prezen zichzelf uiterst pragmatisch aan: „U belt ons op, wij komen snel, begrijpen snel, werken snel.” Een jaar later viel het drietal uiteen. De Boer begon toen een eigen reclamepraktijk (‘BeldeBoer’), maar nam overdadig veel personeel aan, raakte in de schulden en begon excessief te drinken. In de jaren zestig volgde een diepe inzinking.

Toen hij rond 1968 de alcohol had afgezworen, besloot De Boer nooit meer als copywriter te werken: „Omdat ik niet dood aangetroffen wilde worden boven een advertentietekst voor korsetten.” In plaats daarvan schreef hij speelse boeken over zijn cafévriend Rijk de Gooyer (Krentenbollen, kogels en klatergoud) en zijn jeugdidool gitarist Eddy Christiani (Het stond in de sterren). Ook stelde hij samen met journaliste Betty van Garrel het vermakelijke anekdotenboek Zalig zijn de schelen samen. In 1973 volgde een nieuwe wending in zijn carrière met het boek De vrouw in het maanlicht en andere zonderlinge verhalen – de eerste van een lange serie bundels sagen, mythen en sterke verhalen waarin De Boer op laconieke, transparante toon beschreef hoe zeer mensenlevens konden worden getroffen door hoogst merkwaardige voorvallen. Opeens was hij een bestsellerauteur en een veelgevraagd voorlezer uit eigen werk. Samen met zijn vaste tekenaar Pat Andrea maakte hij in 1982 nog een ander kassucces: Het Nieuw Nederlands Gebarenboekje.

Zijn contact met acteur Rijk de Gooyer bracht hem in 1969 bovendien in aanraking met het vak van liedjesschrijver. Ook dat metier wilde hij onder de knie zien te krijgen. Onder het pseudoniem Johnny Austerlitz schreef hij voor De Gooyer en diens kompaan Johnny Kraaykamp het meezinglied Oh Waterlooplein, op de muziek van de Franse ode Aux Champs-Élysées. Pas toen de plaat was geperst, ontdekte De Boer dat het van oorsprong een nummer was van de Engelse groep Jason Crest en Waterloo Road heette. Het voor Ramses Shaffy geschreven Laat me was wél een bewerking uit het Frans: Ma dernière volonté (Vivre) van Serge Reggiani. Het is, paradoxaal genoeg, het beste zelfportret dat Shaffy ooit heeft gezongen, met de prachtige beginregels „Ik ben misschien te laat geboren/ of in een land met ander licht”.

Zijn topjaar als tekstdichter was 1980, toen De Boer twee keer scoorde voor Kinderen voor kinderen én twee keer voor zijn toenmalige vriendin Lenny Kuhr. Zijn laatste hit, Maar vanavond, dateert uit 2007 en werd gezongen door Gerard Joling.

Herman Pieter de Boer zag zichzelf graag als een ambachtsman die alles kon schrijven wat er te schrijven valt. Maar menigmaal was hij méér dan dat, een originele geest die met gewone taal iets kon maken wat meestal ongewoon goed was.