Het ging net zo goed met Afrika

In Afrika ontstonden het afgelopen jaar steeds nieuwe brandhaarden // Wat is er aan de hand? // Op de nog steeds wijdverspreide armoede gedijt tribale rivaliteit en etnische haat

Redacteur Afrika

Tribale broederstrijd in Zuid-Soedan en religieus geweld in de Centraal-Afrikaanse Republiek – honderdduizenden burgers in die twee landen zijn het nieuwe jaar begonnen in geïmproviseerde kampen. Sommigen hebben de afgelopen dagen nog enkele persoonlijke bezittingen mee kunnen nemen toen ze haastig op de vlucht sloegen, de meesten zijn verstoken van goede medische zorg en mogen blij zijn dat ze nog iets te eten en te drinken krijgen van hulporganisaties.

De vorig jaar opgelaaide strijd in Zuid-Soedan, in de Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR), maar ook de uitbarstingen van geweld in onder andere Mali, Nigeria, Somalië en het oosten van de Democratische Republiek Congo doen het oude clichébeeld herleven van Afrika als een kansloos continent, als een werelddeel vol armoede en primitieve slachtpartijen. Enkele jaren geleden nog maar raakte het idee van ‘Rising Africa’ in zwang, en werd Afrika, met zijn jonge bevolking, plotseling getipt als de grote kanshebber op het internationale toneel. Veelbelovende groeicijfers in de grote landen getuigen daarvan. Moet dat oordeel nu weer worden bijgesteld?

Het antwoord is, aan het begin van 2014, dat Afrika het nog nooit zo goed heeft gehad als nu. De conflicten in Zuid-Soedan, de CAR en de andere landen doen anders vermoeden. Maar enkele decennia terug waren oorlog en geweld de norm voor grote delen van Afrika. Hoe kort is het nog maar geleden dat landen als Angola, Soedan, Ethiopië, Sierra Leone, Liberia, Tsjaad en Oeganda werden geteisterd door verwoestende burgeroorlogen, dat het Verzetsleger van de Heer van Joseph Kony dood en verderf zaaide in grote delen van Centraal-Afrika en dat bij volkerenmoorden in Burundi en Ruwanda bijna een miljoen mensen werden afgeslacht? Wie naar het (nog niet al te verre) verleden kijkt, ziet dat Afrika er op vooruit gaat.

Maar tevreden achterover leunen kunnen de leiders in Afrika nog steeds niet. De huidige conflicten staan ieder op zichzelf, je kunt ze niet zomaar met elkaar verbinden. Er zijn wel gemeenschappelijke kenmerken: wat ze allemaal gemeen hebben is een falende staat en slecht leiderschap. Daarnaast spelen tribale rivaliteit en religieus/etnische haat een rol. Maar stam, etniciteit en religie op zich zijn niet de aanjagers van het huidige geweld in Afrika.

Van bovenaf gemanipuleerde haat jegens de buren gedijt op de bodem van armoede – nog wijdverspreid in grote delen van het Afrikaanse platteland. Dát is het grote probleem van Afrika (en andere continenten). Veel landen noteren tegenwoordig wel imposante groeicijfers, maar de grote massa van de bevolking schiet er niet veel mee op. De bevolkingsomvang neemt sneller toe dan de economie groeit. Of, nog problematischer, de leidende klasse van politici en zakenlieden houdt de anderen buiten de deur. Ze vullen hun eigen zakken, maar bouwen geen staat op die zijn burgers elementaire diensten levert. De slachtoffers in Zuid-Soedan, de CAR en de andere conflictstaten weten dat als geen ander.