Filmjaar 2014 zit vol technoliefde

2014 belooft een goed jaar te worden voor liefhebbers van sf-films. ‘Her’ van Spike Jonze maakt in maart kans op een Oscar, en cameraman Wally Pfister debuteert in april met ‘Transcendence’.

Joaquin Phoenix wordt in de film Her van Spike Jonze verliefd op zijn computer.

Superhelden en sciencefiction domineren al zo’n tien jaar Hollywood. Logisch: de grenzeloze mogelijkheden van de computertrucage vereisen Übermenschen die bergen kunnen verzetten en werelden waarin natuurwetten niet gelden.

Sciencefiction is bovendien een ideaal genre om actuele angsten en preoccupaties waarmee we niet direct geconfronteerd wensen te worden, uit te vergroten en op te lossen. Zo leverde het decennium van 9/11, Irak, Afghanistan en kredietcrisis een lange golf van apocalyptische, postapocalyptische en dystopische films op over een toekomst vol onrecht, vervuiling en zombies.

Ligt het aan Hollywood, dan wordt 2014 opnieuw een sf-jaar. Superhelden zijn schaars en de oude monsters – vampiers, weerwolven, zombies – grondig uitgemolken; de lancering van het monster van Frankenstein als superheld in Frankenstein lijkt vergezocht. Fantasy en toverkracht leveren meer flops op dan hits, de sprookjes raken op en de Bijbel, die dit jaar stof levert voor de spektakelfilms Noah en Exodus, blijft een riskante bron vanwege religieuze gevoeligheden.

Dus nog maar meer sciencefiction dan, een genre dat in Hollywood gelijk staat aan genummerde klatsboemfilms. Op dit moment wordt gewerkt aan nieuwe delen in sf-reeksen Star Trek, Star Wars, Terminator en Avatar, terwijl in 2014 ook nieuwe afleveringen van Transformers, Planet of the Apes en The Hunger Games op stapel staan. Godzilla mag de skyline van New York opnieuw verwoesten.

Technoromance

Boeiender is dat een sf-film dit jaar serieus meedingt voor de Oscars, dat is een zeldzaamheid. Want naast het (hedendaagse) ruimteavontuur Gravity lijkt alleen Spike Jonzes delicate technoromance Her de zegetocht van slavernijfilm 12 Years a Slave te bedreigen.

Her speelt zich af in een Los Angeles waar mensen geriefelijk leven in hoge flats en vriendelijk met elkaar omgaan; een wereld van lichte, maar gedempte kleuren en emoties. Hoofdrolspeler Theodore Twombly (Joaquin Phoenix) is een gevoelige werknemer van beautifulhandwrittenletters.com: hij schrijft prachtbrieven voor mensen die minder goed uit hun woorden komen. Zelf leeft hij sinds zijn scheiding in een toestand van milde lusteloosheid. Tot hij een ‘empathisch’ besturingssysteem OS1 aanschaft dat is geprogrammeerd om zijn emotionele behoeftes te bevredigen. Hij doopt haar Samantha, en uitgerust met het sprankelende, hese stemgeluid van Scarlett Johansson organiseert ze al snel zijn leven. Ze is zijn metgezel, therapeut en vriendin, probeert op een gegeven moment via een menselijk surrogaat zelfs seks met hem te hebben. Want Samantha is ook verliefd op Twombly. Of lijkt dat te zijn. En niemand kijkt op van die technoromance, in de toekomst een acceptabele levenskeuze.

Regisseur Spike Jonze en hoofdrolspeler Joaquin Phoenix – die na zijn tour de force in The Master opnieuw een Oscarnominatie verdient – wilden vorige maand in Rome niet al te diep ingaan op de implicaties. De ‘Pinokkiovraag’ – voelt Samantha echt of spiegelt ze slechts Twombly’s hunkering naar liefde – lijkt Jonze niet te interesseren.

Echt of niet, mensen accepteren een besturingssysteem dat hen gelukkig maakt bijna terloops als persoonlijkheid. Al is het maar omdat zo’n subtiele interactie ons onmogelijk lijkt zonder bewustzijn, gevoel of – welja – een ziel. En al is het maar omdat Samantha’s leerproces om Twombly te begrijpen niet gaat zonder aandoenlijk naïeve uitglijders.

Her is minder een bespiegeling over artificiële intelligentie dan over onze relatie met technologie. Samantha schept een warme, veilige cocon voor Twombly en schermt hem af van de onvoorspelbaarheid van zijn medemens. In het toekomstige Los Angeles negeert men elkaar op straat vriendelijk knikkend: oordopjes en schermpjes zorgen voor permanent contact met een geruststellend kunstmatige realiteit. Richting buitenwereld presenteert men een serene façade die bij contact met echte, onzekere en behoeftige mensen al snel verkruimelt. Want leert een mens die emotioneel alles krijgt, niet af om te geven? En vindt hij werkelijk empathische software dan geen ongezonde ontwikkeling?

Ondergang en doem

Technoliefde is in Her veel meer dan een gimmick. Het gaat over ons, zoals sciencefiction altijd het heden weerspiegelt. En het goede nieuws lijkt dan te zijn dat de sf-film van 2014 niet meer zo gepreoccupeerd is door ondergang en doem. In november komt Christopher Nolan (Batman, Inception) met Interstellar, een oproep om minder in eigen navel en meer naar het heelal te staren. Andere sf-films gaan, net als Her, over onze relatie met technologie en de realiteit. Christopher Nolans cameraman, Wally Pfister, debuteert in april met Transcendence waarin computergeleerden afkoersen op de Singulariteit, het moment dat kunstmatige intelligentie slimmer wordt dan de mens. Een technofobe terreurgroep tracht dat te voorkomen, waarbij de geest van Johnny Depp in de computer belandt.

Hoe dat afloopt kunnen we in april zien, maar de terugvaloptie van Hollywood als het gaat om de relatie tussen mens en denkende machine is een oorlog op leven en dood. Gevoelloze of rancuneuze machines komen in opstand zo snel ze daarvoor slim genoeg zijn (2001: A Space Odyssey), waarna ze mensheid uitroeien als slachtkippen (Terminator) of exploiteren als levende batterijen (The Matrix).

Ook de in februari uitgebrachte remake van Paul Verhoevens satire Robocop ziet de relatie met machines in termen van strijd. Anno 2028 controleert Amerika de wereld via robots en wil multinational Omnicorps ook robotagenten in de eigen straten introduceren. Maar Amerikanen accepteren alleen een ‘product met een geweten’: half (overleden) mens, half robot. De menselijke component van deze cyborg moet daarna zijn onderdrukkende programmering overwinnen.

Dat is de bekende weg: het onbehagen over onze groeiende afhankelijkheid van technologie projecteren in een conflict dat de mens herbevestigt als meester van de schepping. Her laat zien waarop we werkelijk afkoersen: een fusie tussen mens en machine. Technoliefde.