De prijs van geld en het gat in de hand van oom Ben

De wereldeconomie herstelt in 2014. En dus krijgen burgers, bedrijven en overheden te maken met een oude bekende: de prijs van geld. Na vijf jaar crisisbeleid – met extreem lage rentetarieven én het schaamteloos aanzetten van de geldpersen – maken centrale bankiers zich op voor het nieuwe normaal. En dat betekent hogere rentes.

Die trend is al zichtbaar in de Verenigde Staten, waar de financiële crisis zijn oorsprong heeft. Ben Bernanke, tot eind januari nog voorzitter van de Federal Reserve, kondigde aan dat de Amerikaanse centrale bank in januari 2014 minder obligaties zal aankopen. Het bedrag wordt teruggebracht van 85 miljard naar 75 miljard dollar. ‘Tapering’, noemen ze dat in Amerika. Let op dat woord in 2014.

Het gat in de hand van oom Ben wordt langzaam gedicht. De Fed hoopt dat de obligatiemarkt aan het einde van het jaar weer helemaal op eigen benen kan staan. Bernanke heeft het einde van zijn crisisbeleid nog zelf aangekondigd, maar het is aan zijn opvolger – Janet Yellen – om de economie van zijn verslaving aan goedkoop geld af te helpen.

De 67-jarige Yellen is ervaren. Ze werkte als hoogleraar macro-economie aan de universiteit van Berkeley en is al sinds midden jaren negentig betrokken bij het financieel-economische beleid van de Amerikaanse overheid. Ze werkte op meerdere posities binnen de centrale bank en was tussen 1997 en 1999 adviseur van president Clinton.

Yellen wacht een zware taak. Zij moet het grote monetaire experiment afbouwen en zonder al te veel onrust te creëren onder grote beleggers. Voor iedereen is de vraag wat het nieuwe normaal zal brengen. Daarom is een doortastende leider wel zo prettig.

Inmiddels is één trend al zichtbaar: de Amerikaanse rente loopt op. Het afgelopen jaar is de rente op staatsleningen met een looptijd van tien jaar gestegen – van 1,76 procent in januari 2013 tot bijna 3 procent eind december. Dat is historisch gezien nog altijd heel laag. Aan het begin van deze eeuw lag de Amerikaanse rente nog op 6 procent. Maar de vraag is: kunnen mensen weer een reële prijs voor geld betalen?

In Europa, en dat is dan ook meteen het slechte nieuws, zijn we zo ver nog niet. Niet alleen blijft de verwachte economische groei in Europa – 1 procent in 2014 – ver achter bij die in de VS (2,6 procent). De Europese bankensector is nog lang niet hersteld. Dit jaar zal de ECB een stresstest uitvoeren bij Europese banken. Die test hangt samen met de Europese bankenunie die in 2014 moet worden geformaliseerd. Maar voordat het zover is, wil de ECB als nieuwe toezichthouder op de Europese banken weten of er nog lijken in de kast zitten. En zo ja, waar. Ondertussen stijgt ook hier de rente. De Nederlandse tienjaarsrente liep op van van 1,5 procent in januari naar 2,25 eind december.

2014 wordt ook voor twee grote Nederlandse banken een belangrijk jaar. ING zal de afgesplitste verzekeraar Nationale Nederlanden waarschijnlijk dit jaar naar de beurs brengen. Deze opdeling van ’s lands grootste financiële conglomeraat is ook een gevolg van de crisis – het was een eis van de Europese Commissie nadat in 2008 bleek dat ING staatssteun nodig had. En dit jaar moet ook blijken of ABN Amro weer in staat is om op eigen benen te staan. De staat wil af van de aandelen in de genationaliseerde bank en hoopt snel te beslissen of ABN Amro klaar is voor een beursgang. Maar dan is het zeker 2015.