Dansen tussen de patrijspoorten

In 1992, vijf jaar voordat de film ‘Titanic’ verscheen, maakte choreograaf Frédéric Flamand al een ballet over de scheepsramp. Een nieuwe versie van die voorstelling is te zien op het Holland Dance Festival.

Titanic door het Ballet de Marseille: een batterij ijskasten moet de ijsberg symboliseren. Foto JC Verchère

Titanic. Het is een titel die nauwelijks toelichting behoeft. Noem een productie Titanic, en de telefoon begint als vanzelf te rinkelen. Vandaar dat er in de loop der jaren vele kunstuitingen over zijn gemaakt, meestal speelfilms en televisiedrama’s, maar ook boeken, opera’s, diverse instrumentale composities en, onvermijdelijk, een musical.

In de danswereld echter heerst, excusez le mot, koudwatervrees ten aanzien van de grootste scheepsramp van de vorige eeuw. Op YouTube zijn voornamelijk beelden te vinden van amateurschooltjes die wat onhandige pasjes maken op het lied waarmee Céline Dion in 1997 James Camerons spektakelfilm begeleidde. Cameron die, zo luidt het grapje, meer tijd op de Titanic (het wrak dan) doorbracht dan de opvarenden in 1912.

Onder choreografen van betekenis heeft alleen de Belg Frédéric Flamand (66) het in 1992 aangedurfd het verhaal van de Titanic naar het danspodium te verplaatsen. Die eerste versie was niet in Nederland te zien, maar tijdens het Holland Dance Festival kan het publiek zijn Titanic-honger weer even stillen met de herziening die Flamand vorig jaar met het Ballet de Marseille maakte als bijdrage aan het ‘eeuwfeest’ van de desastreuze maiden voyage van het schip.

Vanwaar die terughoudendheid in de danswereld? Samuel Wuersten, artistiek directeur van Holland Dance Festival, heeft er geen antwoord op. Wel weet hij dat Flamand 21 jaar geleden in de geschiedenis van de Titanic een symbool zag voor het blinde vertrouwen van de mens in de technologie als middel om zijn leefwereld te beheersen en te controleren en het eeuwige verlangen naar hoger, groter, sneller, dieper.

Wuersten: „Dat zie je nog steeds: als Shanghai de hoogste wolkenkrabber ter wereld bouwt, staat er het jaar erop in Dubai een nog hogere. Die drang zit kennelijk in de mens.” Net zo onuitroeibaar zijn de overschatting van die technologie en de onderschatting van de eigen, fysieke kwetsbaarheid – één ijsberg, één tsunami, één aardbeving, en het leven bestaat enkel nog uit overleven.

Voor belangstellenden is het goed zich te realiseren dat Flamand zijn ballet vijf jaar vóór Camerons film creëerde. Hier dus geen fictief liefdeskoppel dat de ruiten van een automobiel laat beslaan in het vrachtruim of in een romantische omstrengeling balanceert op de boeg. („Nee, nee. Jack en Rose zijn dood hoor”, giechelt Wuersten.) In het oeuvre van de Belgische choreograaf zou dat ook detoneren; zijn voorstellingen ontstaan meestal vanuit een intellectuele fascinatie, met de relatie tussen mens en technologie als zwaartepunt. In Moving Target, de voorstelling waarmee Flamand in 1997 zijn Nederlandse debuut maakte in Het Muziektheater – destijds was daar nog sprake van een gastprogrammering – draaide het bijvoorbeeld om de vraag hoe het lichaam nog autonoom kan functioneren in onze door informatie en technologische ontwikkelingen gedomineerde maatschappij. Latere voorstellingen, zoals Metapolis (2000) en Silent Collisions (2003) van Flamands toenmalige gezelschap Charleroi Danse/Plan K, richtten de volgspots op de immer veranderende, stedelijke omgeving van de mens.

Een grote architectonische en ruimtelijke esthetiek vormde de belangrijkste attractie van die voorstellingen, vaak meer nog dan de choreografie. Flamand omschrijft zichzelf dan ook bij voorkeur niet als choreograaf, maar als iemand die „werkt met dansers, om voorstellingen te creëren met dans als ruggegraat”. In het kader van die multidisciplinaire aanpak werkte hij samen met diverse architecten annex beeldend kunstenaars van naam en faam. Enige jaren waren het New Yorkse duo Diller & Scofidio zijn vaste partners, daarna maakte hij producties met onder anderen de Iraanse Zaha Hadid en Thom Mayne, gerenommeerd lid van de Morphosis Architects uit Los Angeles.

Voor Titanic werkt hij samen met de Italiaan Fabrizio Plessi. Diens ontwerpen voeren de kijker van de vertrekhaven Southampton, waar arbeiders een dans met enorme kabelhaspels uitvoeren, naar het zonnedek met elegant geklede eersteklas passagiers, naar het gepeupel benedendeks: de reizigers Derde Klasse, de stokers in de machinekamer. Een enorme beweegbare wand met patrijspoorten en reling fungeert tevens als projectiescherm voor authentieke filmbeelden. Uiteraard ontbreekt ook de vermaledijde ijsberg niet. Wuersten, die de nieuwe versie al heeft gezien: „Heel origineel en ontzettend leuk hoe hij die heeft gesymboliseerd – met een batterij ijskasten.”

In 1992 waren de afmetingen van Plessi’s ontwerp zodanig, dat het decor nauwelijks te verhuizen was. Wel was het te zien in de haven van Southampton, waar de laatste overlevenden van de Titanic een voorstelling van Flamands Ballet de Marseille bijwoonden. Voor deze herziene theaterversie is een handzamer ontwerp gecreëerd, dat echter nog steeds „groots en indrukwekkend” is. En dat, aldus de onderkoelde festivaldirecteur Wuersten, is weer eens wat anders dan „drie kostuumpjes en mooi licht”.

Titanic door het Ballet de Marseille. 7 en 8 febr, Lucent Danstheater. Holland Dance Festival, 25 jan t/m 15 febr. Den Haag. Inl: holland-dance.com