Burger was doelwit in...

Het lijkt erop dat het fundamentele grondrecht op privacy definitief onder de voet is gelopen door de inlichtingendiensten. Met de Amerikaanse NSA en de Britse GCHQ voorop. De Nederlandse AIVD blijkt complete internetfora ‘leeg te trekken’, op zoek naar eventueel verdachte deelnemers. Dankzij klokkenluider Edward Snowden is bekend dat buitenlandse inlichtingendiensten op permanente basis massaal meekijken en -luisteren in het dataverkeer van grote Amerikaanse internet- en telecombedrijven als Google, Microsoft en Facebook.

Dat gebeurt routinematig, zonder specifieke verdenking, zonder aanzien des persoons, buiten de eigen of andere regeringen om. Intussen heeft vrijwel iedere Nederlander met deze IT-bedrijven een band. Alles wat we via servers of software in tekst, beeld en geluid opslaan, verzenden of uitwisselen staat onder potentieel inhoudelijk toezicht. De diensten zoeken naar afwijkingen in patronen van informatiegedrag om zo veiligheidsrisico’s te kunnen signaleren.

Dat is dus voluit over de rechtstatelijke grens heen van een democratische samenleving waarin iedere burger vrij is en onschuldig, tenzij het tegendeel is bewezen. Een samenleving waarin ieder individu het recht heeft in beginsel onbespied te zijn, anoniem en vrij. Opsporingsbevoegdheden van de overheid zijn daarin pas gelegitimeerd als er een redelijk vermoeden bestaat dat een bepaald individu een strafbaar feit heeft gepleegd. Dat redelijke vermoeden dient gebaseerd te zijn op concrete feiten of omstandigheden.

Dit uitgangspunt is geschonden door de inlichtingendiensten. Zij halen een sleepnet door al het digitale verkeer, waarna computers met algoritmes bepalen welke gedragspatronen normaal zijn, ‘veilig’ dus, welke niet en dus dieper onderzocht moeten worden. Honderdduizenden ambtenaren en werknemers in de veiligheidssector in de VS hebben al toegang tot de enorme NSA-databases.

Orwelliaanse spookbeelden over een overheid die in 1984 in staat zou zijn om de bewegingen van iedere burger, virtueel en fysiek, te volgen, zijn in 2013 veranderd in realiteit. Met als extra dimensie dat het hier om transnationaal toezicht gaat, door bevriende naties. De periode van optimisme over de onbegrensde mogelijkheden van internet is dus voorbij. De machtsverhouding tussen burger en overheid op internet is drastisch aan het veranderen. En niet in het voordeel van de burger. Wat dit zal betekenen voor het internetgedrag is nog niet te voorzien. Maar een deuk in het vertrouwen van de burger in overheden en IT-bedrijven is het zeker.