Abke Haring (v) wordt Hamlet

Tom Lanoye maakte een nieuwe bewerking van ‘Hamlet’. In zijn versie wordt Shakespeares beroemde personage vertolkt door een frêle vrouw: de Nederlandse actrice Abke Haring.

De androgynie, kwetsbaarheid en innerlijke kracht van Abke Haring maken haar volgens Tom Lanoye tot een ideale Hamlet Foto Frieke Janssens

Het begon bij de acteur. De acteur die Hamlet zou spelen: inerte adolescent en gefnuikte vadermoordenaar. Zoon, minnaar, fantast, waanzinnige; gevangen tussen droom en actie, verlamd tot het ieders ondergang wordt. Shakespeares mooiste personage spelen is een meesterproef voor een acteur, en vertolkers worden daarom vaak te oud gecast: Richard Burton (39), Laurence Olivier (41), en, in eigen land: Gijs Scholten van Aschat (40). Prachtige prestaties, maar voor zijn Hamlet-bewerking, vond de Vlaamse schrijver Tom Lanoye, moest een meer geloofwaardige acteur worden gevonden. Op het lijf van die acteur zou hij schrijven. En die acteur, dat stond voor Lanoye vast, was een actrice.

De Nederlandse, aan het Vlaamse toneelhuis verbonden actrice Abke Haring (De Bilt, 1978, zus van filosoof Bas) geldt in Vlaanderen als een sensatie. De krachtige performances die ze zelf schrijft en regisseert worden gul geprezen, en als actrice is ze veelgevraagd, door onder anderen Luk Perceval en Guy Cassiers. In diens regie van Bloed & rozen. Het lied van Jeanne en Gilles (2011), ook een tekst van Tom Lanoye, speelde Haring Jeanne d’Arc, een acteerprestatie die in heel Europa werd bejubeld.

In zijn ‘plan de campagne’ voor Hamlet schrijft Lanoye: „Abke’s androgynie, haar kwetsbaarheid, haar innerlijke kracht — ze zullen dit schimmenspel van zijn en wezen […] alleen maar vergroten.” En: „In Bloed en rozen heeft La Haring bewezen ook technisch klaar te staan voor deze immense rol.” Tussen haakjes voegt hij toe: „(Ik wil opnieuw in hoofdzaak in verzen schrijven. Het is niet iedereen gegeven daarin te acteren. Haar wel.)”

Aldus gaat, met Abke Haring in de titelrol en in regie van Guy Cassiers, in maart Tom Lanoyes bewerking van Hamlet (1602) in première; na Atropa, Mefisto for ever en Bloed & rozen de vierde samenwerking van Cassiers en Lanoye.

Heftige bewerking

Lanoye is in Zuid-Afrika en rond de feestdagen niet aanspreekbaar. Zijn tekst wil hij nog niet prijsgeven. Regisseur Guy Cassiers licht vanuit zijn kantoor in het centrum van Antwerpen een tipje van de sluier op. „Ja”, glimlacht hij, „dit is een heftige bewerking.”

Om te beginnen is Lanoye, meer dan andere bewerkers, uiterst rigide in de leeftijdsinterpretatie van de personages. Hamlet staat op de drempel van volwassenheid, schrijft hij in zijn ‘plan de campagne’: „Hij wordt voortgestuwd door de hooggestemde Sturm und Drang van iedere brandnieuwe generatie, maar […] geeft zich rekenschap van álle gevolgen van zijn daden. De twijfel die hem zodoende verscheurt, verwordt tot vertwijfeling en verlamming.

„Enkel iemand die sterk van geest is maar nog jong oogt, en die frêler is dan de volwassenen die hij aanwrijft alle zuiverheid te hebben verloren, kan deze Hamlet geloofwaardig belichamen”, aldus Lanoye. Derhalve Haring.

De rest van de casting sluit nauw aan bij deze interpretatie. Naast de jeugdig ogende Haring staat de piepjonge Gaite Jansen als Hamlets geliefde Ophelia, en de kleine, tengere Eelco Smits speelt haar broer Laertes. Hij wordt in de bewerking een belangrijker personage, een soort alter ego van Hamlet, zegt Cassiers. „Hamlet is de denker; Laertes gaat voor de daad. De confrontatie tussen hen komt centraler te staan. Daarmee willen wij de aandacht vestigen op hun generatie, hoe die zich tot de vorige verhoudt en in welke positie ze gedwongen wordt.”

Zo krijgt het belangrijke psychoanalytische thema van Hamlet, het generatieconflict, meer nadruk. Doordat zijn oom Claudius Hamlets vader vermoordt, wordt het voor hem onmogelijk om symbolisch vadermoord te plegen. „Het pijnlijk verwarrende voor Hamlet is”, schrijft Lanoye, „dat hij bijgevolg zijn ‘vadermoord’ moet plegen – dwz: zelf ‘man’ worden – door de moordenaar van zijn echte vader te vermoorden.”

Cassiers licht toe: „Hamlet kan niet de positie van zijn vader innemen. Dat leidt bij hem tot verregaande identiteitstwijfel; het staat zijn volwassenwording, zijn ontwikkeling tot man, in de weg. Wij vergroten de focus op identiteit en het zoeken daarnaar door Hamlet te laten spelen door een vrouw. Voor de duidelijkheid: ze spéélt geen vrouw, noch een man. We willen het niet in beginsel hebben over de seksen, als wel over een nog niet geheel gevormd mens.”

Politieke lading

Naast het generatieconflict willen Lanoye en Cassiers de politieke lading van het stuk versterken. Cassiers: „Het is niet voor niets dat dat zinnetje ‘There’s something rotten in the state of Denmark’ zo bekend is geworden. Hamlet speelt zich af tussen de machthebbers, en handelt over het verval van een imperium, over mateloze ambitie enerzijds en vergane glorie anderzijds. De felle kritiek in het stuk op de macht nodigt uit om ook naar hedendaagse machtsstructuren te kijken.”

Maar dat actualiseren gebeurt niet heel concreet, nuanceert Cassiers: „Dat zou te eendimensionaal zijn.” Eigenlijk maakt Lanoye het politieke aspect juist universeler., en daarmee multi-interpretabel. Denemarken als plaats van handeling verdwijnt, evenals de oorlogszuchtige Noorse prins Fortinbras. Cassiers: „Maar er blijft wel sprake van een vijand, een grens, en de dreiging van oorlog. In Hamlet misbruikt de koninklijke familie oorlog ter meerdere eer en glorie van zichzelf, en genereert angst onder de bevolking door het creëren van een vijandbeeld. Dat zijn duidelijke parallellen met vandaag.”

De generatie van Hamlet doorziet het gekonkel, zegt Cassiers, maar beschikt over te weinig mogelijkheden om er iets tegenover te stellen. Dat leidt tot fatalisme. Met als gevolg radicalisering en popularisering; twee kanten van dezelfde medaille. „Vanuit fatalisme wordt grijpen naar dat ene symbool verleidelijk; geloven in die ene persoon die alles gaat veranderen.” Uiteraard denkt Cassiers dan aan de populariteit van een Wilders of een Le Pen.

Naast identiteitstwijfel, generatieconflict en machtskritiek is in Hamlet het theater, en breder, de verbeelding van belang. Shakespeare schreef een toneelstuk binnen het stuk, aan de hand waarvan Hamlet de waarheid over de moord op zijn vader probeert te onthullen. Hamlet zelf veinst waanzin om achter die waarheid te komen. En er is natuurlijk de geestverschijning van de dode vader – reëel of gefantaseerd? – die Hamlet aanspoort hem te wreken.

Cassiers: „Tom versterkt het element van theater-in-het-theater door overal op de scène, bijvoorbeeld bij een dialoog tussen twee personages, altijd een derde aanwezig te laten zijn, achter een scherm of gordijn – zoals Polonius het gesprek afluistert tussen Hamlet en zijn moeder Gertrude. De personages hebben niet alleen te maken met het publiek in de zaal, maar ook met publiek op de scène. Ze zijn zich voortdurend bewust: ‘Ik word mogelijk afgeluisterd.’ Die ambiguïteit zit in elke scène.”

Een verwijzing naar recente afluisterschandalen, zegt Cassiers. „Voortdurend wordt vandaag indirect informatie ingewonnen. Niets is nog persoonlijk, alles wordt publiek domein.” Daarnaast creëren mensen ook zelf hun identiteit voor de bühne, voor een camera, zich voortdurend bewust van een publiek. „Die identiteit is eerder een masker dan hun ware gedaante. Dat zie je ook bij politici. In Hamlet vertoont koning Claudius een vergelijkbare neiging. Hij meet zichzelf bepaald gedrag aan, waarbij je telkens twijfelt; wie zit erachter, wat is het motief?”

Videoprojecties

Hij heeft het echt geprobeerd, bezweert Cassiers, maar hij kan zich nauwelijks voorstellen hoe hij bij een enscenering van dit „schimmenspel” (Lanoye) zonder de hem kenmerkende camera’s en videoprojecties kan. Hij lacht: „Ik neem het me elke keer voor: nu eens geen camera’s! Misschien is het mijn gebrek aan verbeelding, haha. Maar nee, deze thematiek schreeuwt erom. Het zijn en niet-zijn: wanneer is de fysieke acteur op de scène, wanneer is het een verschijning? Bij zo’n stuk ligt het voor de hand dat je in de enscenering de constructie van de illusie een plek geeft. Bovendien: ik heb die sticker opgeplakt, dus het kleeft mij nu gewoon aan. Tom heeft het soms bewust zo geschreven. Op toneel willen we de personages laten zweven, boven die verdorven wereld, de gruwel en de ziekte, die onder hun voeten heerst. ”

Overal komen vaste camera’s, fantaseert Cassier alvast hardop. „Zoals in de stad overal monitors je constant begluren. De acteurs moeten af en toe ‘per ongeluk’ in beeld komen; zodat de camera schijnbaar terloops een scène registreert, zoals dat tegenwoordig ook in de supermarkt gebeurt. Ik denk dat dat het verstikkende gevoel van kijken en bekeken worden zal versterken.”

Het spreekt voor zich dat Cassiers zich op de geestverschijning verheugt. En dan heeft Tom Lanoye hem er nog één extra cadeau gedaan. Niet alleen de oude koning, ook Yorick, diens nar, van wie de beroemde schedel is, verschijnt in zijn versie als geest; een breuk met het origineel. Cassiers: „De schim van zijn vader spoort aan tot handelen, tot actie, verandering. Die staat voor de mannelijkheid. De tweede geest die wij introduceren representeert de illusie. Onze Hamlet probeert constant een balans te vinden tussen die twee opdrachten in een mensenleven. En faalt daarin jammerlijk.”

Twee zielen in één borst; geen betere verklaring van de titel van Lanoyes bewerking: Hamlet versus Hamlet. Lanoye schrijft: „Hij is een mens zoals wij allemaal. Inconsequent, meerlagig, dubbelslachtig, ambigu. In het nastreven van zijn ambities en in het bestrijden van zijn angsten komt hij oog in oog met zichzelf te staan.”

Hamlet vs. Hamlet: Toneelhuis i.s.m Toneelgroep Amsterdam. Première: 19 maart. Inl: tga.nl