Vrees nieuw bloedbad in Zuid-Soedan

Rebellen proberen de strategische stad Bor te heroveren op het regeringsleger.

In Zuid-Soedan zijn vanochtend bij het aanbreken van de dag zware gevechten uitgebroken om het bezit van Bor, de hoofdstad van de centrale deelstaat Jonglei. De stad, die vorige week werd heroverd door het regeringsleger van president Salva Kiir, wordt deze keer belaagd door rebellerende militairen die loyaal zijn aan de voormalige vicepresident Riëk Marchar én door een legertje van duizenden jonge strijders uit Jonglei dat bekend staat als het ‘Witte Leger’.

Gevreesd wordt voor een nieuw bloedbad, nadat de stad het vorige week al zwaar te verduren kreeg toen de rebellerende aanhangers van Marchar er werden verdreven door het regeringsleger. In het centrum van Bor gingen toen huizen in vlammen op en werden winkels geplunderd. Met name de berichten over de opmars van het Witte Leger, een zelfverdedigingsmilitie van jonge veehouders uit Jonglei, zorgden afgelopen weekeinde voor nieuwe paniek. Tienduizenden inwoners van Bor zijn de Witte Nijl in westelijke richting overgestoken om een veilig heenkomen te zoeken.

De oprukkende strijders behoren tot de bevolkingsgroep van de Nuer. In de stad Bor zijn de Dinka’s, de grootste bevolkingsgroep van Zuid-Soedan waartoe ook president Kiir behoort, in de meerderheid. Al eerder in de geschiedenis richtten Nuer-jongeren in de deelstaat een slachting aan onder de Dinka-bevolking, terwijl ze het in een recenter verleden vooral hadden gemunt op leden van de concurrerende Murle-stam in Jonglei.

Absurde oorlog

De slag om de strategisch gelegen stad Bor, ruim 150 kilometer ten noorden van de Zuid-Soedanese hoofdstad Juba, bevestigt dat diplomatieke inspanningen om een eind te maken aan de crisis vooralsnog weinig kans hebben. De gewelddadigheden braken op 15 december uit, na een botsing tussen president Kiir en zijn vroegere vicepresident Marchar die afgelopen zomer al was ontslagen. President Kiir zei gisteren tegen de BBC een deling van de macht met Machar en zijn medestanders uit te sluiten, omdat zij hun toevlucht hebben gezocht tot „een absurde oorlog”.

President Kiir kan rekenen op steun in het buitenland. De Afrikaanse Unie heeft gedreigd met ‘gerichte sancties’ tegen degenen die het geweld in Zuid-Soedan hebben ontketend en die het zoeken naar een vreedzame oplossing dwarsbomen. Maar vooral buurland Oeganda, de belangrijkste speler in de regio, heeft zich opzichtig opgesteld achter president Kiir. De Oegandese president Yoweri Museveni, die gebaat is bij handhaving van de status quo in Zuid-Soedan, heeft Marchar tot vandaag de tijd gegeven om in te binden en aan de onderhandelingstafel te verschijnen. Anders zullen we hem „verslaan”, aldus Museveni die zei te spreken namens alle landen in de Oost-Afrikaanse regio.

Oeganda heeft al lang soldaten in het zuiden van Zuid-Soedan, formeel gestuurd om daar opererende milities van de beruchte sekteleider Joseph Kony te verdrijven. Riëk Marchar beschuldigde Oeganda er vorige week van posities van zijn rebellerende troepen in en bij Bor te hebben gebombardeerd, om zo het Zuid-Soedanese regeringsleger te helpen bij de herovering. Oeganda zelf ontkent dat en zegt dat zijn troepen alleen helpen bij de evacuatie van buitenlanders.

Volgens Artsen Zonder Grenzen (AzG) trokken vorige week al meer dan 70.000 inwoners weg uit Bor naar de overkant van de Witte Nijl. Dagelijks komen er duizenden vluchtelingen bij in Awerial, 50 kilometer westelijk van Bor. Vooral vrouwen en kinderen verkeren in nood, aldus AzG.