Politieke nervositeit na aanslagen in Volgograd, vreemdelingenhaat laait op

Aanslagen in Volgograd laten zien dat president Poetin er niet in slaagt geweld in de Kaukasus te stoppen.

Op dezelfde dag dat in Volgograd een tweede bom binnen één etmaal ontplofte, werd er in de ‘heldenstad’ aan de Volga al politiek bedreven.

Terwijl chef Aleksandr Bortnikov van de staatsveiligheidsdienst FSB, op ‘bevel’ van president Vladimir Poetin, met de lokale FSB’ers in Volgograd de brokken van hun eigen falen trachtten op te ruimen en lange konvooien met paramilitaire politieversterkingen de stad in trokken, organiseerden nationalisten op de Heldenallee in het centrum hun eigen ‘volksbijeenkomst’, gericht tegen alle vreemdelingen die in Rusland wonen.

Deze nationalisten wilden met deze ‘Russische mars’ de „paniek in Volgograd”, zoals een topambtenaar de stemming eerder had omschreven, politiseren. Zij wijten de dodelijke terreuraanslagen namelijk niet aan specifiek moslimradicalisme, maar aan alle ‘vreemdelingen’ in de multiculturele Russische Federatie. Vandaar dat de tweehonderd man op de Heldenallee, een lommerrijke promenade tussen Concertgebouw en Volga de leuze „voor de Russische macht” aanhieven en de Leninlaan wilden blokkeren.

De politie trad even op en hield circa vijftig nationalisten aan, die snel weer werden vrijgelaten. Maar ondanks dit ingrijpen is het sentiment van deze zoveelste Russische mars in Volgograd niet van de straat verdwenen. Zeker na de twee aanslagen in Volgograd en een autobomexplosie in Pjatigorsk vrijdag zijn ‘zwartkonten’ een politieke steen des aanstoots. Met ‘zwartkonten’ worden alle niet-Russen minachtend en huiveringwekkend aangeduid, ook als ze uit de noordelijke Kaukasus komen en dus gewoon staatsburger van Rusland zijn.

Die Kaukasus is het symbool voor de paradox van de ‘Russische macht’ die gisteren op de Heldenallee werd bejubeld. Het gebied staat voor de glorieuze expansie van Rusland in de negentiende en twintigste eeuw en tegelijkertijd voor het onvermogen om die Russische macht in de van oudsher deels islamitische Kaukasus daadwerkelijk te vestigen.

Ondanks de pacificatie van Tsjetsjenië na twee oorlogen (1994-1996 / 1999-2009) heeft de centrale macht in het Kremlin geen greep op de regio. In Tsjetsjenië mag het relatief rustig zijn dankzij de harde hand van de lokale leider Ramzan Kadyrov, ‘vriend’ van acteur Gérard Depardieu en kortstondig ook van de Nederlandse voetbaltrainer Ruud Gullit. Maar in de buurlanden Dagestan, Ingoesjetië en Kabardino-Balkarië regeert het ongeregelde geweld.

De bomaanslagen in Pjatigorsk en Volgograd laten zien dat president Poetin daarin de afgelopen dertien jaar geen wezenlijke verandering heeft gebracht. In de aanloop naar de Olympische Winterspelen in Sotsji, die op 7 februari worden geopend, zijn er volgens de journalistieke website Kavkazki Oezel (Kaukasische Knoop) sinds vorige winter al 33 gewelddadige aanslagen gepleegd in de driehoek tussen Volgograd, Machatsjkala (Dagestan) in het oosten en Kabardino-Balkarië in het westen. De nervositeit neemt na dit weekeinde alleen maar toe. Zo werd vanmorgen een groot busstation in Krasnodar ontruimd wegens een bomdreiging. Krasnodar is de hoofdstad van de provincie waarin de skipistes en schaatsbanen van Sotsji liggen.

Deze onrust heeft ook een internationaal aspect. De afgelopen tien jaar hebben radicale moslimactivisten, vaak onder invloed van wahabieten, zich kunnen nestelen in het gebied. Zo is met name Dagestan, altijd al een lappendeken van verschillende etniciteiten en clans, een vruchtbaar rekruteringsgebied voor nieuwe ‘strijders’ geworden. De vader van de gebroeders Tsarnajev, de Tsjetsjeense jongens die in april een aanslag pleegden op de marathon in Boston, woont er. Uit Dagestan komen alarmerende berichten over de aantallen jihadisten die naar Syrië trekken om er tegen het bewind van de Syrische president Assad te vechten.

Het Kremlin heeft er dit jaar de lokale ‘president’ ontslagen en vervangen door een ouwe rot uit de Sovjettijd. Maar het heeft nog niet geholpen. De radicalisering beperkt zich niet tot moslims van origine. Volgens politiebronnen was de man die maandag in Volgograd een trolleybus opblies en een dag eerder wellicht betrokken was bij de aanslag op het treinstation, een etnische Rus. Deze Pavel Petsjenkin zou zich in de lente van 2012 hebben bekeerd tot de islam, de naam Ansar Ar-roesi hebben aangenomen en naar Dagestan zijn gegaan. In november riepen zijn ouders hem in een televisie-uitzending op thuis te komen.

De reden dat de afgelopen maanden Volgograd een doelwit is geworden – in oktober werd daar al een aanslag gepleegd op een bus, waarbij zeven passagiers omkwamen – toont volgens de lokale politicoloog Andrej Serenko aan dat de terreurnetwerken „professioneler” werken dan de justitiële en politiële diensten in Volgograd.

In een interview met een Kaukasische krant oppert Serenko dat de terreurnetwerken uit de Kaukasus juist in Volgograd een stafkwartier hebben ingericht omdat ze hadden ontdekt dat de zogeheten siloviki (de machtsorganen van de FSB, Binnenlandse Zaken en Justitie) in deze provincie hun controle hadden laten verslappen. „De bloedige misdrijven zullen doorgaan”, aldus Serenko tegen Kavkazki Oezel.