Onvindbaar zijn, kan dat nog?

Drie dagen lang probeerde een redacteur van nrc.next onvindbaar te zijn // Om zo zelf te ondervinden of je kunt verdwijnen // Zo verliep het experiment

Niet gezien worden? Vergeet het maar. Gangen nagaan, berichten meelezen, afluisteren – in 2013 werd het duidelijker dan ooit: via je digitale sporen ben je altijd te traceren.

De NSA en andere opsporingsdiensten maken er graag gebruik van. Net als de ‘gewone’ politie wanneer het nodig is, zo zagen we in mei toen het digitale spoor van de vader van de broertjes Ruben en Julian openbaar werd gemaakt. En de Belastingdienst, met haar honger naar gegevens over waar welke kentekens wanneer gezien zijn.

Ergens weet je dat wel. Maar hoe is het om aan den lijve te ondervinden dat elke stap die je zet ergens geregistreerd wordt? Is het nog mogelijk om van de radar te blijven in het Nederland van 2013? Kun je reizen en eten – leven – en toch onvindbaar blijven?

Redacteuren Thomas Rueb en Laura Wismans namen de proef op de som. Hij zou proberen te verdwijnen, zij zou alles doen om hem op te sporen. Hij de prooi, zij de jager.

Het Openbaar Ministerie werd benaderd voor een samenwerking: voor een echte manhunt, waarbij alle middelen zouden worden ingezet die de politie in het arsenaal heeft. Helaas: „Wij willen niet prijsgeven op welke manieren mensen het beste kunnen verdwijnen en op welke wijze mensen opgespoord kunnen worden”, was het antwoord. Kortom: ze willen niemand leren verdwijnen.

Het alternatief: simuleren.

Thomas gaf alle informatie waar justitie logischerwijs toegang toe heeft vrijwillig uit handen – bankgegevens, telefoon, ov-informatie, e-mail, sociale media – en vertrok. In de krant en op sociale media werden lezers opgeroepen een foto te maken als ze Thomas zagen.

Wat we leerden? Het voelt enorm beklemmend als je probeert geen digitale sporen achter te laten. Want dat lukt niet en dus blijf je over je schouder kijken. Het uit handen geven van een vijftal wachtwoorden was genoeg om een normaal leven voor Thomas zo goed als onmogelijk te maken. Hij kon niet langer ongezien betalen, zich amper verplaatsen en communiceren bleek al helemaal een uitdaging.

Van locatie tot koopgedrag; alles is te reconstrueren, en uiteindelijk te voorspellen, met behulp van de digitale voetafdruk die je onherroepelijk achterlaat als je je door Nederland voortbeweegt.

Je ov-gegevens worden opgeslagen, je telefoon zendt non-stop data, geld is grotendeels digitaal – en probeer maar eens bij een hotel in te checken zonder identificatie.

Het experiment #zoekthomas maakte voor Thomas voelbaar, meer dan hij ooit had kunnen denken: onzichtbaar zijn kan niet meer. Onvindbaar blijven? Tot op zekere hoogte.

Je moet constant bewegen en juist dat laatste is moeilijk. Als je toegang zou hebben tot enorm veel contant geld, dan wordt het iets gemakkelijker. Maar je kunt uiteindelijk niet om banktransacties heen. Telefoneren kan op andere manieren, internetten ook enigszins – pinnen niet.

De politie heeft in principe alleen in uitzonderingsgevallen toegang tot al deze gegevens. Een willekeurig persoon alleen als hij je wachtwoorden weet te achterhalen. Maar je kunt er niet meer voor kiezen om geen sporen achter te laten.

Is dat erg? Dat moet iedereen voor zichzelf beoordelen. Het is in ieder geval tekenend voor de tijd waarin we leven. Elk jaar wordt het leven weer een stapje digitaler: binnen enkele maanden kun je niet eens meer een papieren treinkaartje kopen.

Dit was natuurlijk een experiment. Als je echt drie dagen wilt verdwijnen, dan kan je bij je oom op zolder gaan zitten met je telefoon uit en een voorraadje eten. Niemand die je dan zal vinden. #zoekthomas heeft ons getoond waar je tegenaan loopt als je voor langere tijd moet verdwijnen. Je zou er paranoïde van worden.