Nooit zeuren tijdens de eerste werkspeech in het nieuwe jaar

Het nieuwe jaar staat voor de deur. Dat betekent: borrelen met collega’s en… speechen. Veel sprekers zien daar tegenop. Want er zitten altijd een paar kritische figuren tussen („Vorig jaar was het ook niet denderend…”) , en anderen hebben juist te hoge verwachtingen („Let op: dit wordt lachen…”) . Geregeld gaat het mis: te saaie speeches, te veel onderwerpen, te veel poeha. Maar soms bereik je dat bijzondere effect, dat mensen geraakt en geïnspireerd worden. 5 do’s en don’ts:

1. DON’T: Begin niet voorspelbaar.

„Hartelijk welkom. Ik wil graag met jullie terugblikken op 2013 en vooruitblikken op 2014...” Zodra mensen merken dat het een standaardverhaal wordt, gaan ze aan hun boodschappenlijstjes denken.

DO: Verras meteen je publiek met een vraag.

„Even een vraag: wie van jullie heeft de oudjaarsconference van Theo Maassen gezien?... Vonden we het wat?...”

Door over te steken maak je van je speech geen monoloog, maar een dialoog. Je publiek voelt zich betrokken en zal beter luisteren.

2. DON’T: Noem geen waslijst van evenementen uit het vorige jaar op. „Zo. Dat waren de tien hoogtepunten uit de maand mei. Dan gaan we nu naar juni…” Als je te veel onderwerpen behandelt, raakt je publiek de draad kwijt, en jij je publiek.

DO: Behandel drie hoogtepunten of thema’s.

„Ik zie drie redenen achter ons geslaagde jaar: snelheid, service en samenwerking. Daar wil ik even bij stilstaan.” Drie onderwerpen zijn te behappen. Alles wat meer is, is te veel.

3. DON’T: Ga niet zeuren of klagen.

„Laten we eerlijk zijn, veel mensen hebben de kantjes ervan af gelopen.” Ga ervan uit dat iedereen op zijn of haar manier zijn best doet. Dan is het demotiverend als dit niet erkend wordt.

DO: Wees positief en geef complimenten.

„Die aanpak heeft een mooi resultaat opgeleverd… Ja, daar mogen jullie best voor klappen!” Wanneer je onder de aandacht brengt wat goed gegaan is, willen mensen dat voorbeeld volgen.

4. DON’T: Neem jezelf niet te serieus.

„Op een moment vroegen ze me: ‘Henk, moeten we dit doen?’ En ik zei: ‘Doen.’ En dat werd natuurlijk een enorm succes.” Uit onzekerheid (of arrogantie) geven sommige sprekers hoog op over eigen prestaties. Daar zit niemand op te wachten.

DO: Maak af en toe een zelfrelativerende opmerking.

„Laatst heb ik ook een iPad gekocht. Ik snapte er weinig van, maar gelukkig kon ik mijn dochter van acht om advies vragen.” Door je menselijke kant te laten zien ervaart het publiek jou als een van hen.

5. DON’T: Geef niet alleen aan wat anderen moeten doen. „En als jullie van sales nou wat vaker de klanten bezoeken, gaat de winst vanzelf omhoog.” Je wilt een wij-gevoel creëren; dan helpt het niet om een groep van je te vervreemden.

DO: Geef aan wat jij zelf gaat doen en wat mensen samen gaan doen. „Daarom ga ik dit jaar iedere week een klant bezoeken. En als we dat nou allemaal doen...” Door zelf verantwoordelijkheid te nemen, toon je leiderschap.

En onthoud: de meeste mensen vinden het leuk als iemand een speech houdt, zeker als het een pakkend, positief verhaal is. Dus maak er wat bijzonders van en ga met een knal het nieuwe jaar in!