Hoe zou jij hier een lijk dumpen?

In series en films ontdoen moordenaars zich op creatieve wijze van de dode lichamen // Maar hoe realistisch is dat? Kun je een dode laten verdwijnen? // Experts leggen uit wat er wel en niet klopt

Als moordenaar een lichaam laten verdwijnen is nog niet zo makkelijk. Met forensisch licht is zelfs het kleinste stukje bot terug te vinden in een voortuin. Foto Kees van de Veen

Verslaggever

Waarom zou je een lijk in zijn geheel verplaatsen? Beter is het levenloze lichaam in zes stukken te hakken, doceert maffiabaas Brick Top in het Britse gangstersprookje Snatch, van regisseur Guy Ritchie.

Maar ja, wat te doen met de ledematen, als je niet wilt dat je moeder ze ontdekt in de diepvries?

Het beste is een lijk aan de varkens te voeren, legt de maffiabaas aan drie verbaasde dieven uit. Honger zestien varkens uit, scheer het hoofd van het slachtoffer, trek de tanden uit, en de klus is geklaard in één maaltijd. Want een varken eet twee pond vlees – en bot – per minuut. „Hence the expression: as greedy as a pig.”

Moordenaars in films en tv-series zijn vindingrijk in het dumpen van hun slachtoffers. Van ’s nachts begraven in het bos in The Sopranos, tot oplossen in waterstoffluoridezuur in Breaking Bad en op volle zee overboord gooien in Dexter. Maar hoe geloofwaardig is het dat nooit iemand te weten zou komen waar de lichamen zijn gebleven?

Harry Jongen (68), bergings- en identificatiespecialist, lacht om de meeste fictieve moordzaken op tv. Hij werkte 36 jaar voor Defensie en ontdekte onder meer massagraven in voormalig Joegoslavië en de plek waar Marc Dutroux slachtoffers had begraven. Het leverde hem de bijnaam ‘De Neus’ op. Nu helpt hij de politie op afroep bij vermissings- en moordzaken. Ook heeft hij een eigen grafruimingsbedrijf.

„De meest voor de hand liggende oplossingen zijn voor een filmproducent al te ingewikkeld”, zegt Jongen. „Het is naïef zoals de kijker voor de gek wordt gehouden. Op het witte doek maken moordenaars blunders waardoor ze in het echt zo zouden worden aangehouden.”

Maar, zegt Jongen, ook in de werkelijkheid zijn daders onvoorzichtig. „Ik ken een zaak waarbij iemand was ingegraven in een weiland. Je moest bijna blind zijn om de sporen niet te zien. De kuil was ook nog eens niet goed aangestampt. De zwakte van elke dader is tijdnood. Sporen zijn met simpele handelingen en voorzorgsmaatregelen uit te wissen, maar je moet wel weten hoe.”

Jaarlijks worden zo’n 20.000 Nederlanders als vermist opgegeven, van wie 80 procent binnen 48 uur is gevonden. De meeste anderen duiken na enkele weken op – levend of dood. Of pas na decennia, zoals veenlijken. Vaak gaat de politie in zo’n geval uit van een misdrijf.

Zagen, snijden of hakken in botten

Hoe voorzichtig een dader ook te werk gaat, je onzichtbaar ontdoen van een dode is bijna onmogelijk, zegt Reza Gerretsen, arts-forensisch antropoloog bij het Nederlands Forensisch Instituut. Het instituut hoort bij de beste ter wereld en is nu in staat microsporen te herkennen en te onderzoeken van 50 picogram – een suikerkorrel bestaat uit zo’n 1 miljard picogram.

Dat betekent dat Gerretsen en zijn collega’s exact kunnen vaststellen hoe in botten is gehakt, gezaagd of gesneden. Ze kunnen een minieme hoeveelheid glasvezel in een schotwond vinden, wat kan betekenen dat het pistool een geluiddemper had. En zelfs een onverwoestbaar beeldje laat als moordwapen een beetje marmer achter op een schedel.

Moordenaars weten dat ook en willen zich graag van het lichaam ontdoen. NFI-onderzoekers hebben allerlei pogingen gezien: in brand gestoken slachtoffers, menselijke overblijfselen in een versnipperaar en lijken in beton. Maar altijd zijn er sporen. Met forensisch licht is zelfs het kleinste stukje bot terug te vinden in een voortuin.

Soms lijkt het de perfecte moord – maar is die het nét niet. Gerretsen noemt de geruchtmakende Limburgse zoutzuurmoord van eerder dit jaar. Van het slachtoffer vond het NFI slechts minuscule resten: bot, een stukje stifttand en vet. De zuurmoord in Breaking Bad – Gerretsen is fan van de serie – kwam verrassend dicht in de buurt van de werkelijkheid, vindt hij. „De makers hebben zich goed laten inlichten.”

CSI kijkt hij ook – voor de technische snufjes van de toekomst. Zo werd in de serie een dader gepakt nadat de onderzoekers een vingerafdruk vonden op de rug van een lichaam. „Dat is bijna onmogelijk. Maar na de uitzending hebben zich in Nederland mensen bij de politie gemeld die een lichaam in een bos hadden verstopt. Ze kregen het benauwd, omdat ze dachten dat ze politie hun vingerafdrukken ook zou vinden.”

Ook toonde CSI een voor forensisch onderzoekers bekend röntgenapparaat. Dat projecteerde de beelden echter niet in 2D, zoals gebruikelijk, maar 3D. „De telefoon bij de fabrikant stond roodgloeiend. Ze hebben toen gezegd dat ze bezig zijn met de ontwikkeling van een 3D-versie.”

De perfecte verdwijning bestaat

Gerretsen stelt dat snel is te zien of film- en tv-makers hulp hebben van specialisten. Hij noemt Bones, geschreven door forensisch antropologe en schrijfster Kathy Reichs. Zelf is hij de muze van thrillerschrijfster Daniëlle Hermans. Al zou hij geen toestemming krijgen om in een verfilming van een van de boeken te spelen en vertelt hij haar niet in detail hoe de perfecte moord is te plegen.

Want ja, de perfecte verdwijning van een slachtoffer bestaat, zegt Gerretsen. „Maar ik vertel je niet de details van hoe je het aanpakt.” Ook Harry Jongen kent een manier van begraven waarbij het niet mogelijk is het lichaam te ontdekken. „In ieder geval niet in de eerste tien jaar.” Hoe het lichaam dan bewerkt moet worden, zegt hij niet. „Ik wil niemand op gedachten brengen.”

    • Michiel Dekker